OPKOMENDE OLIE-INDUSTRIE SURINAME ONDER DRUK VAN INTERNATIONALE REGELS

Suriname krijgt in het streven een duurzame olie-industrie op zee te ontwikkelen nogmaals een zware tegenslag. Na de bekendmaking dat de aanwezige oliemaatschappijen de willen overstappen naar hernieuwbare bronnen, is het Internationaal Energieagentschap (IEA) met een vernietigend rapport uitgekomen dat de geprojecteerde gouden toekomst aan flarden schiet.

Indien landen op de 26ste Klimaattop in Schotland (COP 26) of in het verlengde daarvan tot een klimaatakkoord komen, zal de behoefte aan fossiele brandstoffen per 2025 systematisch moeten dalen. Voor Suriname zal pas rond die tijd, de eerste commerciële productie op zee kunnen beginnen. Al te veel haast hebben de multinationals niet. Ook Guyana dreigt de voorgenomen olie-economie aan haar neus voorbij te zien gaan. De twee landen hebben besloten om tijdens de COP 26, die op 1 november begint in Glasgow, een krachtig statement te maken om hun belangen veilig te stellen.

Het hoog aangeprezen World Energy Outlook-rapport wijst uit dat overheden hun investeringen in alternatieve energiebronnen moeten verdrievoudigen om de doelstellingen in het Parijs Akkoord te kunnen realiseren. Dit betekent minder investeringen plegen in fossiele brandstoffen, wat haaks staat tegenover de plannen in Suriname en Guyana. Deze landen kijken juist uit naar miljardeninvesteringen in de offshore.

De druk zal tijdens COP 26 opgevoerd worden op olieproducerende landen om de transitie te maken naar hernieuwbare en tegelijkertijd schone energie. Dit is een domper voor Suriname en Guyana, omdat zij nog niet hebben kunnen genieten van de olierijkdommen. De rijke westerse landen daarentegen hebben hun economieën flink kunnen ontwikkelen met de oliedollars, waaronder ook investeringen in alternatieve bronnen, zoals wind- en zonne-energie.

Het is een complex vraagstuk waarop Suriname en Guyana nog geen pasklaar antwoord hebben. Beide landen zijn van mening dat er inderdaad investeringen nodig zijn in groene energie, maar tegelijkertijd wordt hen de ontwikkelingskansen ontnomen om ook te kunnen profiteren van een olie-industrie, net zoals de rijke landen dat hebben kunnen doen; landen die nu de druk op de rest willen uitoefenen om het gebruik van fossiele brandstoffen te beperken. “Wij zeggen als land: maak optimaal gebruik van die fossiele energie, maar tegelijkertijd ontwikkel nieuwe vormen van energie. Dat is wat we gedaan hebben. We hebben zonne-energie ontwikkeld, en gaan door met het project van zonne-energie in het binnenland en Nickerie”, zegt president Chan Santokhi. Wat hem betreft zal de ontwikkeling van een olie-industrie onverminderd voort moeten gaan.  “Wat wij hebben aan fossiele energie, datgene wat tot nog toe vastgesteld is met die vijf boringen; dat hebben deskundigen ook al aangegeven, dat het goed is voor ongeveer 20 tot 30 jaar.” De president is ervan overtuigd dat de behoefte aan fossiele brandstoffen zeker tot 2060 zal duren. “Het is niet morgen dat die fossiele energie niet meer gaat bestaan.”

UNITEDNEWS

 

 

Facebook Comments Box