PRESIDENT ALI WIL INVESTERINGSPLAN VOOR MODERNISERING CARIBISCHE HAVENS
Foto: President Irfaan Ali van Guyana pleit voor een Caribisch investeringsplan voor havens, terwijl Suriname zijn infrastructuur — zoals de Marine Support Base Dordt in Commewijne (achtergrond) — al klaarstoomt voor de offshore-industrie.
De Caribische landen moeten dringend een gezamenlijk investeringsplan ontwikkelen om hun verouderde haveninfrastructuur te moderniseren en de hoge kosten van zeetransport terug te dringen.
Daarbij moeten internationale ontwikkelingsbanken en particuliere investeerders een belangrijke rol krijgen. Die oproep deed de Guyanese president Irfaan Ali maandag tijdens de opening van de 56ste jaarvergadering en conferentie van de Caribbean Shipping Association (CSA) in Georgetown, Guyana.
Volgens Ali vormen de hoge transportkosten en de achterstand bij haveninvesteringen een ernstige belemmering voor de economische ontwikkeling van het Caribisch gebied. De gevolgen worden rechtstreeks gevoeld door consumenten en bedrijven, omdat de kosten van zeetransport doorwerken in de prijzen van levensmiddelen, bouwmaterialen en andere geïmporteerde goederen.
De president wil dat de regionale scheepvaartsector op korte termijn een concreet beleids- en investeringsdocument opstelt, waarin wordt aangegeven hoe de modernisering van havens kan worden gefinancierd. De Caribbean Development Bank (CDB), de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank (IDB) en IDB Invest zouden daarbij als belangrijke financiële partners moeten worden betrokken.
Het plan moet onder meer voorstellen bevatten voor belastingvoordelen, bancaire financiering en publiek-private samenwerkingsconstructies.
Daarmee moet het aantrekkelijker worden voor particuliere ondernemingen om kapitaal beschikbaar te stellen voor havenontwikkeling.
Volgens Ali is een financieringsmodel nodig waarbij particuliere investeringen worden gecombineerd met het publieke belang van goed functionerende havens en betaalbare transportverbindingen.
De Guyanese president onderscheidde vijf belangrijke problemen waarmee de Caribische scheepvaartsector wordt geconfronteerd. Het gaat om de hoge transportkosten, gebrekkige verbindingen tussen de eilanden en landen, grote verschillen in de kwaliteit van havenfaciliteiten, de beperkte onderlinge handel, de toenemende dreiging van klimaatgerelateerde natuurrampen en geopolitieke onzekerheden.
Deze problemen maken volgens hem duidelijk dat de regio niet langer kan volstaan met afzonderlijke nationale initiatieven, maar een gezamenlijke aanpak nodig heeft die gericht is op investeringen en verbetering van de concurrentiepositie.
Ali verwees naar een onderzoek van de IDB uit 2018, waaruit bleek dat het merendeel van de Caribische havens vijftig jaar of ouder is.
Volgens hem zijn noodzakelijke investeringen jarenlang uitgesteld, waardoor veel havens onvoldoende zijn toegerust om aan de huidige eisen van de internationale scheepvaart te voldoen.
Hij constateerde dat havenmodernisering in de nationale begrotingen van veel Caribische landen onvoldoende prioriteit krijgt.De economische gevolgen daarvan zijn aanzienlijk. Ali haalde een werkdocument van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) uit mei 2026 aan, waaruit volgens hem blijkt dat alle Caribische landen, met uitzondering van Jamaica, hogere scheepvaartkosten betalen dan het mondiale gemiddelde.
Die kosten beperken niet alleen de concurrentiekracht van regionale ondernemingen, maar dragen ook bij aan de hoge kosten van levensonderhoud. Vooral landen die voor hun voedselvoorziening, bouwmaterialen en andere goederen sterk afhankelijk zijn van import, ondervinden daarvan de gevolgen.
Ali wees op de omvangrijke particuliere investeringen die de afgelopen vier tot vijf jaar in de Guyanese haven- en logistieke sector zijn gedaan. Volgens hem is bijna of meer dan één miljard Amerikaanse dollar geïnvesteerd in onder meer logistieke steunpunten voor de offshore-industrie, opslagterreinen en havenfaciliteiten langs de Demerararivier.
Een van de projecten is de Vreed-en-Hoop Shorebase, waarin ongeveer 300 miljoen Amerikaanse dollar is geïnvesteerd.
Daarnaast werkt de Guyanese regering samen met het Amerikaanse ingenieurs- en bouwbedrijf Bechtel aan plannen voor een diepzeehaven. Ook worden gesprekken gevoerd met potentiële financiers, waaronder de Amerikaanse exportkredietinstelling US EXIM en de Qatar Investment Authority.
Volgens Ali laat de Guyanese aanpak zien dat omvangrijke haveninvesteringen mogelijk zijn wanneer overheden bereid zijn markten toegankelijker te maken en actief samenwerking met particuliere financiers te zoeken.
Hij benadrukte dat de Caribische landen ambitieuzer moeten optreden bij het aantrekken van investeringen. Daarvoor is volgens hem wel een duidelijk financieringsmodel noodzakelijk dat zowel overheden als investeerders voldoende zekerheid biedt.
De president plaatste ook vraagtekens bij de betrokkenheid van internationale financieringsinstellingen bij regionale scheepvaartconferenties. Hij vroeg zich af of de sector vooral onderling over de problemen blijft praten, terwijl de instellingen die kunnen bijdragen aan oplossingen onvoldoende aan tafel zitten.
De vierdaagse bijeenkomst van de Caribbean Shipping Association wordt van 25 tot en met 28 oktober gehouden in het Guyana Marriott Hotel in Georgetown. Meer dan 450 vertegenwoordigers van de scheepvaartsector, het bedrijfsleven en andere betrokken organisaties nemen eraan deel.
De conferentie staat in het teken van de ontwikkeling van een beter verbonden, veerkrachtiger en concurrerender Caribisch gebied.
Bij de opening waren onder anderen de Guyanese minister van Financiën Ashni Singh, minister van Openbare Nutsvoorzieningen en Luchtvaart Deodat Indar, diplomatieke vertegenwoordigers en leiders uit het bedrijfsleven aanwezig.
Met zijn voorstel wil Ali bereiken dat de discussies over de toekomst van de Caribische scheepvaart worden vertaald in een concreet regionaal investeringsprogramma. Daarmee moeten de havens worden gemoderniseerd, de transportkosten dalen en de handelsverbindingen tussen de Caribische landen worden versterkt.
UNITEDNEWS
