“RAFFINADERIJ PARANAM MOET EN ZAL ONTMANTELD WORDEN”
Er is totaal geen reden om de aluinaarde raffinaderij te Paranam te behouden.
Hiervan is de presidentiele commissie Alcoa van overtuigd. Indien het mogelijk is om de raffinaderij wederom op te starten en aan te passen om tegen een aannemelijke kostprijs te produceren, is het nog de vraag vanwaar de bauxietvoorraden zouden moeten komen om het te voeden. Alle mijnen in het kustgebied zijn reeds leeggehaald door Alcoa en BHP Billiton. Alleen de reserves in het Bakhuis-gebied zijn nog commercieel aantrekkelijk, maar liggen te ver afgelegen van de raffinaderij om de productiekosten onder het gewenste niveau te houden. Ook is de samenstelling van de Bakhuis-reserves niet hetzelfde met wat er in de kustvlakte is gemijnd. Om de raffinaderij te Paranam aan te passen zal er een te grote investering gepleegd moeten worden dat commercieel niet rendabel is. Verder is de raffinaderij zeer verouderd en technisch niet efficiënt meer.
“Eerlijk gezegd, we hebben ernaar gekeken”, zegt Errol Jaeger. Hij is lid van de presidentiele commissie die een conceptovereenkomst met Alcoa, eigenaar van de raffinaderij, heeft opgesteld om te komen tot een afbouw van het huidig exploitatiecontract tussen de staat en de multinational.
“De helft van de raffinaderij is gebouwd met spullen van de jaren ’60. Reserve onderdelen kun je moeilijk vinden; die moet je speciaal laten maken. Hoe je het draait of keert, het is en blijft een faciliteit die heel erg duur gaat zijn in onderhoud. Bovendien, een raffinaderij kun je alleen maar draaien als je bauxiet hebt en bauxiet ga je moeten halen uit West-Suriname. Ik vraag me af hoe je dat voor elkaar krijgt”, aldus Jaeger over de eventuele overname van de raffinaderij door Suriname.
De presidentiele commissie is van mening dat Suriname de raffinaderij liever niet in eigen beheer neemt, maar laat slopen door Alcoa/Suralco. “We hebben ernaar gekeken, maar de risico’s voor een soevereine staat als Suriname waren te hoog”, aldus Jaeger.
