RECENSIE: DRAPE|JOHN VAN COBLIJN SURIPOP XIX
Dat het koppel John van Coblijn/Artino Oldenstam( vanaf nu Artino) muzikaal bezien, de potentie heeft om uit te groeien tot eentje van wereldformaat, moet menig muziekkenner nu toch wel zijn opgevallen. Wat Clive Davis is geweest voor Whiney Houston† of Tommy Mottola voor Mariah Carey, dat is wat John van Coblijn, dan wel in andere verhouding, qua allure zou kunnen betekenen voor Artino. Wishful thinking denkt u? Wel nee. John van Coblijn heeft bij zijn vorige SuriPop finale productie ‘Law mi’ uitgesproken er naar te streven, ooit een Billboard hit te maken met een Surinaamse song. Zeer ambiteus en groot gedroomd uiteraard. Maar alles begint met een droom heb ik geleerd. Wanneer John het geluk heeft in contact te komen met de juiste mensen in de music bizz, dan kan die droom weleens bewaarheid worden. En als ik John zo hoor tijdens de SuriPop XIX presentatieavond, dan is hij er hard mee bezig. John, we volgen de zaak, ik hou je eraan!
John van Coblijn vaart al enige tijd mee in het SuriPop schuitje. En als we nagaan van waaruit hij is vertrokken, dan is de groei duidelijk te horen. Met ‘Law Mi’ uit de vorige SuriPop editie(XVIII), wat mij betreft als absoluut hoogte punt. Dat nummer verdiende op zijn minst een top 3 positie. Maar de concurrentie was ook moordend. Het niveau dat toen werd gehaald was vrij hoog voor Surinaamse begrippen en doorstaan enkele van de nummers, met wat fine-tuning, de internationale test met glans. ‘Law Mi’ behoorde daar ongetwijfeld toe. Een wereld van verschil in vergelijking met Van Coblijns’ ‘Heri Neti’ uit SuriPop XIV. Dat nummer zou nu niet in de buurt van een finale plaats komen. Maar lang voor zijn SuriPop tijd schreef John ooit het zelf gezongen nummer ‘Tang Lobi Yu’. Wie dat nummer heeft gehoord, moet toen al hebben gehoord van welk muzikaal niveau Van Coblijn is. Die plaat zou met gemak het SuriPop festival in die tijd hebben kunnen winnen.
Drape
Met ‘Drape’ zet componist Van Coblijn de stijgende lijn nadrukkelijk door. Zijn diepzinnig romantische schrijfstijl, die niet zelden tot aan het sensuele reikt, is in ‘Drape’ goed te horen. …Span lek’ wan dron, ai mi lobi kon tron. En Y’e posu mi, fu lusu mi gi Yu. Y’e hor’ mi baka en a ten e was mi, in a lobi watra san e nati un. Ai yu moi so te, moro wan bromki, san e libi ini a sèh… En dan het refrein…Ma no go drape….if Yu sabi dati yu no go man… Moet ik dan nog verder gaan te omschrijven hoe goed dit is geschreven? Ik laat het antwoord aan u. Wat mij betreft heeft Van Coblijn zich hiermee deze keer naar de vergulde Jules Chin A Foeng stemvork geschreven. Vertelde ik u in de vorige recensie over het nummer ‘Mama’, dat arrangeur Demis Wongsosoewirjo wel veel beter kan dan wat hij in dat nummer heeft neergezet, moet maar eens goed luisteren naar ‘Drape’. Het bewijs is ontegenzeggelijk geleverd. Ik denk dat het SuriPop orkest zich bij dit nummer in de handen mag wrijven en uitleven. De strijk- en keyboardpartijen bijvoorbeeld, zijn van een hoog gehaalte. Aan ‘Maestro’ Ernesto van Dal en zijn jong team de uitdaging.
Artino
Dat Artino in mijn optiek de beste R&B vocalist is die Suriname rijk is, laat hij in ‘Drape’ in alles horen en zien. Hij gaat eindelijk tot het maximale van zijn prachtige falcetto stem. En dat de man ook nog acteertalent blijkt te hebben, moet maar eens goed naar de videoclip kijken. Overigens voor mij de beste videoclip, die internationaal kan verkopen. John ‘Cobi’ van Coblijn en Artino proficiat.
UNITEDNEWS | JEFF CRAMER