RECHTSZAAK TEGEN STAAT OVER CHINALCO-DEAL NIET UITGESLOTEN

Foto: Jurist Antoon Karg aan het woord tijdens de persconferentie van negen maatschappelijke groeperingen, die juridische stappen overwegen tegen de staat Suriname vanwege de Chinalco-deal. | Auteur: Wilfred Leeuwin.

Negen maatschappelijke groeperingen overwegen juridische stappen tegen de staat Suriname vanwege de conceptovereenkomst die de regering heeft ondertekend met het Chinese staatsbedrijf Chinalco voor bauxietwinning in het Bakhuysgebergte in West-Suriname.

Het uitblijven van de parlementaire behandeling van de deal op dinsdag en de terugzending van de conceptovereenkomst naar de regering, verhoogt volgens de maatschappelijke organisaties de noodzaak tot waakzaamheid. De regering heeft namelijk geen gehoor gegeven aan hun eis om de deal conform de voorgeschreven wettelijke en erkende rechtsstelsels van het binnenland te bespreken.

Indien de regering alsnog probeert de overeenkomst door te voeren zonder aanpassingen, zullen de groeperingen via een kort geding en een bodemprocedure bij de rechter afdwingen dat er een grondige milieustudie plaatsvindt. Daarnaast moet een werkelijk Free Prior Informed Consent (FPIC)-proces worden uitgevoerd, waarbij inheemse gemeenschappen vrijelijk hun mening kunnen uiten en hun standpunten worden meegewogen. De kwestie raakt niet alleen de inheemse gemeenschappen, maar alle Surinamers die zich betrokken voelen bij de bescherming van het milieu en rechtvaardige besluitvorming.

Tijdens een persconferentie spraken vertegenwoordigers van de inheemse gemeenschappen hun ernstige bezorgdheid uit over de gang van zaken. Het steekt hen dat de regering het traditioneel gezag van de dorpen Washabo, Section en Apoera niet heeft geraadpleegd. Cylene Frans, directeur van de Vereniging van Inheemse Dorpshoofden in Suriname (VIDS), schetste hoe de kwestie zich heeft ontwikkeld en benadrukte dat de regering en Chinalco zonder inbreng van de inheemsen hebben gehandeld. Een eerdere kennismakingsbijeenkomst leidde niet tot verdere gesprekken, ondanks beloften hierover. Opmerkelijk genoeg ontving VIDS pas een uitnodiging voor overleg met de president op het moment dat de persconferentie al was gepland. VIDS weigerde deze uitnodiging en vroeg om het gesprek naar een latere datum te verschuiven.

Naast VIDS behoren onder meer de Associatie van Surinaamse Fabrikanten (ASFA), de Vereniging Surinaams Bedrijfsleven (VSB), het Inheems Collectief Suriname (IKSUR), de stichting Key Holders of Sustainable Environment (KHOSE), het Burgerinitiatief voor Participatie en Goed Bestuur (BINI), de vakcentrale C-47 en Climate Change Advisory Services (CCAS) tot de betrokken groeperingen. Zij streven naar wetgeving die vastlegt hoe overeenkomsten zoals deze in de toekomst moeten worden gesloten.

VSB-directeur Kamlesh Ganesh benadrukt dat investeringen cruciaal zijn voor economische groei en werkgelegenheid, maar dat deze moeten plaatsvinden binnen het kader van rechtvaardigheid, duurzame ontwikkeling en respect voor wetgeving en rechten van alle betrokkenen. Hij hekelt het gebrek aan transparantie over de betrokken investeerders, de belastingvrijstellingen die oneerlijke concurrentie creëren en de gebrekkige milieubescherming.

Jurist Antoon Karg wees tijdens de persconferentie op juridische tekortkomingen in de conceptovereenkomst. Hoewel het rechtsstelsel van het binnenland erkend wordt in het nieuwe Burgerlijk Wetboek, bevat de overeenkomst clausules die vraagtekens oproepen. Zo voorziet de staat in ruime belastingvrijstellingen voor Chinalco en verplicht zij zich om de investeerder te ondersteunen bij moeilijkheden die voortvloeien uit lokale wetgeving of conflicten met lokale gemeenschappen. Karg noemt dit opmerkelijk, omdat de staat in de eerste plaats het belang van het volk zou moeten behartigen, niet dat van de investeerder.

De overeenkomst verwijst naar de zogeheten ‘Ecuador Principles’ voor milieubescherming, maar deze principes zijn niet bedoeld voor mijnbouwactiviteiten. Ze vormen eerder een richtlijn voor de financiële sector zonder bindende normen of sancties. Karg waarschuwt dat de conceptwet Grondenrechten al pogingen bevat om af te wijken van principes die in de Milieuraamwet zijn verankerd, zoals FPIC en verplichte milieustudies. Hij beschuldigt de regering ervan zijpaden te creëren om deze verplichtingen te omzeilen. Het feit dat de regering een vrijwel bindende overeenkomst aangaat en pas daarna FPIC wil toepassen, ondermijnt volgens Karg de rechtsgrondslag van de deal en rechtvaardigt juridische stappen.

UNITEDNEWS

 

Facebook Comments Box