REGERING BERAADT ZICH OP STAPPEN NU TERMIJN VOOR ONTRUIMING ILLEGALE MENNONIETENVESTIGINGEN IS VERSTREKEN
De Mennonieten die van de overheid twee weken de tijd kregen om drie illegale vestigingen in het binnenland te ontruimen, hebben vooralsnog geen aanstalten gemaakt om te vertrekken. Dit bevestigt minister Stanley Soeropawiro van Grondbeleid en Bosbeheer (GBB). De gestelde termijn is inmiddels verstreken zonder dat het ministerie rapportages heeft ontvangen waaruit blijkt dat de betrokkenen hun activiteiten beëindigen of de locaties opbreken.
De regering geeft de groep nog de gelegenheid om zelfstandig te vertrekken, maar waarschuwt dat er vervolgmaatregelen volgen om het vertrek af te dwingen als er geen gehoor wordt gegeven aan de sommatie.
De zaak kwam aan het rollen na meldingen over mennonieten in het binnenland, waarna het ministerie van GBB samen met het leger en de Commissie Ordening Kleinschalige Goudsector een inspectiereis uitvoerde naar vijf locaties. Op drie van deze plekken, te weten Bantipasi, Albergapasi en Masoniakreek, bleken de vereiste vergunningen en toestemmingen volledig te ontbreken. Deze gebieden bevinden zich in primair bos waar inmiddels woningen, waaronder containerhuizen, zijn geplaatst en kleinschalige landbouw wordt bedreven. Volgens minister Soeropawiro is er sprake van aanzienlijke ontbossing van bijna 15 hectare. Hoewel de aangetroffen personen wel over verblijfsvergunningen beschikten, zijn deze inmiddels vervallen. Op 20 juli werden zij via een deurwaardersexploot officieel gesommeerd om binnen twee weken te vertrekken.
Nu deze termijn is verstreken, zal de overheid uiteindelijk ingrijpen, al heeft minister Soeropawiro nog niet bekendgemaakt welke specifieke maatregelen er zullen worden genomen en wanneer dit gebeurt. Hij benadrukt dat het optreden niet is gericht tegen mennonieten als specifieke bevolkingsgroep, maar noodzakelijk is voor de handhaving van de Surinaamse wet- en regelgeving rondom milieu, bosbeheer en domeingrond, zeker met het oog op het nationale streven om minimaal 90 procent van de bosbedekking te behouden.
De minister voegt hieraan toe dat landbouwactiviteiten op zich het probleem niet zijn, maar dat hier andere gebieden voor beschikbaar zijn waar geen primair bos voor hoeft te worden ontgonnen, zoals gronden in de kustvlakte.
Eventuele toekomstige plannen kunnen volgens hem via de voorgeschreven procedures bij de bevoegde instanties worden aangevraagd, maar voor de drie huidige locaties in het primair bos geldt onverminderd de formele sommatie tot ontruiming.
UNITEDNEWS
