RIJKE LANDEN KRIJGEN 93% VAN NOODFONDS IMF; 7% VOOR ARME LANDEN WAARONDER SURINAME
De financiële ondersteuning vanuit het Internationaal Monetair Fonds (IMF) ter aanvulling van de uitgeputte kasreserves van de armste landen is bij lange na niet genoeg.
Volgens kredietbeoordelaar Standard & Poor’s (S&P) zouden deze landen nog bijkans 200 miljard USD nodig moeten hebben.
Het IMF legt de laatste hand aan een recordtoewijzing van 650 miljard USD van zijn speciale trekkingsrechten (SDR) noodreserves, als onderdeel van inspanningen om lage-inkomenslanden te helpen die het hardst zijn getroffen door de COVID-19 crisis. Echter, slechts 7% of 42 miljard USD zal gaan naar 44 arme landen met de laagste S&P soevereine kredietwaardigheidsscore. De resterende 93% dat gelijk is aan 608 miljard USD, zal naar de rijke landen gaan.
Suriname, Belize, Bolivia, Burkina Faso, Mozambique, Kenia en Congo Republiek, zouden elk minder dan 1 miljard USD nodig hebben om hun kasreserves op peil te brengen.
Van de 44 landen zijn Suriname en de Democratische Republiek Congo twee van de landen waarbij ten minste één van de drie maatregelen inzake toereikende reserves zou worden hersteld.
De Verenigde Staten en andere landen van de Groep van Zeven (G-7), overwegen om 100 miljard USD van de 280 miljard USD die zij uit de nieuwe SDR-financiering zullen krijgen, te herverdelen. Als alle rijkere landen worden meegerekend, loopt dat op tot bijna 440 miljard USD. “We hebben berekend dat een herschikking van naar schatting 42% van de SDR-toewijzingen van de rijke landen naar de lage-inkomenslanden (LIC) nodig zou zijn om de reserves van alle beoordeelde LIC’s op een adequaat niveau te brengen”, zegt S&P.
UNITEDNEWS
