SANTOKHI MOET HET IMF DE DEUR WIJZEN
ANALYSE: ARMAND SNIJDERS
De deal met het Internationaal Monetair Fonds (IMF) heeft Suriname tot nu toe weinig voorspoed gebracht en heeft een groot deel van de samenleving alleen maar dieper in de problemen gedrukt. Terwijl president Chandrikapersad Santokhi een aantal keren van de daken heeft geschreeuwd dat de economische crisis nagenoeg voorbij is, bewijst de realiteit het tegenovergestelde. Deskundigen vinden dat het roer om moet en dat het IMF de deur moet worden gewezen en naar andere oplossingen moet worden gezocht om uit de crisis te geraken. Dat zal ook moeilijk zijn, maar in ieder geval wordt het volk dan misschien wat gespaard.
De regering kreeg na haar aantreden van alle kanten veel kritiek te verduren omdat zij met het IMF in zee wilde gaan. Want het was juist de coalitiepartij VHP van Santokhi die zich enkele jaren daarvoor fel had verzet tegen de gang naar het IMF door de NDP-regering. Vanuit de oppositiebanken schreeuwden VHP’ers moord en brand omdat door de eisen die het IMF stelde, subsidies moesten worden afgeschaft en daardoor onder meer de prijzen voor stroom en water drastisch zouden stijgen. De rekening voor het jarenlange wanbeleid mocht niet bij de bevolking worden neergelegd, zo heette het.
Toen het door de NDP IMF eenmaal was binnengehaald, wees Bouterse de international geldverstrekker zoals bekend echter weer de deur. Toenmalig minister van Financiën, Gillmore Hoefdraad, reisde daarna de wereld over om overal te proberen geld te lenen om het land met kunst- en vliegwerk draaiende te kunnen houden. We weten allemaal waar dat toe geleid heeft en het is één van de oorzaken dat we nu zo in de problemen zitten.
Dat Santokhi er twee jaar geleden ondanks alle voorgaande bezwaren toch voor koos om het IMF te benaderen, kon volgens hem niet anders omdat er geen andere opties waren om uit de chaos te geraken. Maar, zo beloofde zijn regering, er zouden genoeg maatregelen worden genomen zodat de bevolking de ergste klappen niet zou voelen.
De onderhandelingen van de regering met het IMF verliepen uiteindelijk zeer moeizaam. Maar toen in december 2021 uiteindelijk witte rook uit het IMF-kantoor in Washington kwam van de Executive Board en een lening van 688 miljoen US dollar werd toegezegd, die over een periode van drie jaar in twaalf tranches van 57 miljoen US dollar zouden worden betaald, slaakte Santokhi een zucht van verlichting Het betekende immers wat lucht voor zijn regering. Die was hard nodig omdat de door Santokhi in het vooruitzicht gestelde miljoeneninvesteringen van buitenlandse bedrijven en instellingen, uitbleven.
Ook met de buitenlandse schuleisers, inclusief de bondholders van Oppenheimer, was de regering nog geen steek verder voor wat de herschikking van de schulden betreft. En nog steeds niet trouwens. Het diasporakapitaal waarvan Santokhi voor de verkiezingen beweerde dat dat klaar zou liggen, bleek na zijn eclatante overwinning eveneens niet te vinden. Maar dat komt, zo zei de president donderdag plotseling, doordat “het IMF het inzetten van diasporakapitaal niet heeft goedgekeurd”. Dus ook dat is volgens hem niet zijn schuld.
De IMF-steun zou echter het economisch herstel van het land echt op gang brengen, zo werd iedereen beloofd. Maar zo simpel was het niet, zo bleek later. Maar daar waren de regeerders al voor gewaarschuwd door tal van deskundigen, met name van de Vereniging van Economisten van Suriname (VES). Die zeiden dat klakkeloos de weg via het IMF bewandelen, niet de juiste manier was om de problemen aan te pakken.
Het IMF staat in de wereld nu eenmaal bekend als een meedogenloze instantie waarmee je niet kan sollen. Landen die daar gebruik van maken, moeten de gestelde voorwaarden strikt naleven.
De regering-Santokhi/Brunswijk heeft ondanks alle bezwaren ingestemd met de IMF-regels, waar men nu klaarblijkelijk niet aan kan of wil voldoen. Daarom werd eind juni de derde tranche van 57 miljoen US dollar van eind juni niet door het IMF overgemaakt en zal hoogstwaarschijnlijk ook de vierde nog niet worden uitbetaald. Dat heeft er alles mee te maken omdat de regering de overeenkomst niet naleeft. Zo had op 1 juli de Belasting Toegevoegde Waarde (BTW) doorgevoerd moeten zijn, maar doordat het Financiën onvoldoende capaciteit en deskundigheid in huis heeft, in dit uitgesteld tot 1 januari 2023.
Dat geeft het volk nog even de tijd om te wennen aan deze nieuwe lastenverzwaring, na de verhoging van onder meer de brandstofprijzen, energietarieven, communicatiekosten (telefoon en internet) en ziektekostenverzekering. Die kwamen bovendien bovenop de minimale verdubbeling (tot zelfs verzesvoudiging) van prijzen van levensmiddelen en producten in de winkels als gevolg van de enorme inflatie en het koopkrachtverlies. Voor heel veel mensen is het leven ondraaglijk geworden.
De beloofde compensatie die de regering zou bieden, is grotendeels uitgebleven. Volgens de VES komt dat ook doordat ‘er van een doortastende uitvoering van de 184 maatregelen uit het Herstelplan welke over 4 maanden afloopt geen sprake is’. Dat ontgaat naar het oordeel van de VES het IMF niet. Ook stelt de VES dat men bij het IMF de ontwikkelingen in Suriname nauwlettend in de gaten houdt. Men ziet dus ook ‘de corruptieschandalen binnen de regeertop die haast elke week opduiken en het feit dat haast nooit iemand verantwoordelijk wordt gesteld en van gerichte vervolging van de schuldigen en corrigerende maatregelen ter voorkoming van herhaling geen sprake is’.
Dat het IMF meer kwaad dan goed doet, staat voor iedereen wel vast. De meeste landen die daar in de afgelopen decennia gebruik van hebben gemaakt, zijn er niet of nauwelijks beter van geworden. Een land als Sri Lanka bijvoorbeeld behoort na zeventien (!) steunpakketten nog altijd tot een van de armere landen in de wereld. De regering Santokhi zou dus tot de slotsom moeten komen dat de druk van het IMF gewoon te zwaar is voor de lijdende samenleving.
ANALYSE
