SANTOKHI MOET MOEILIJKE KEUZE MAKEN
Wil Suriname nog een kans maken om ondersteuning van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) te ontvangen, dan zal president Chandrikapersad Santokhi in ieder geval moeten breken met vicepresident Ronnie Brunswijk. Dat stelt tenminste de gezaghebbende Britse EMFI Group Limited, die van mening is dat Brunswijk de belangrijkste oorzaak is dat de laatste IMF-evalutie niet door is gegaan.
Toen de VHP en Santokhi na de verkiezingen van mei 2020 besloten om samen met de Abop van Brunswijk in een regering te stappen, voorspelden velen dat dit verbond binnen een jaar al schipbreuk zou leiden. Maar desondanks zijn de partners nog samen, ondanks de gebrekkige kennis en de doorlopende chantagepolitiek van Brunswijk.
Hij heeft zich vooral bezig gehouden met de belangen van hemzelf, zijn familie en die van zijn partijgenoten. Zo zeer zelfs dat Santokhi, die het patronisme zelf ook al een nieuwe dimensie had gegeven, in het eerste regeerjaar al voldoende redenen had om de samenwerking te verbreken. Los van alle andere capriolen die Brunswijk uithaalde en de regels die hij overtrad. Maar dat deed Santokhi niet, wetende dat de regering dan zou vallen.
Brunswijk en de Abop mochten dus blijven zitten waar ze zaten, waar Santokhi nu waarschijnlijk spijt van heeft. Want met zijn chantagepolitiek heeft de vicepresident al heel wat afgedwongen dat de reputatie van Santokhi beschadigd heeft. Zoals de vervanging van minister Diana Pokie van Grondbeleid en Bosbeheer (GBB), wat binnen een normaal functionerend kabinet alleen kan worden besloten door de president en hij dat niet doet omdat zijn plaatsvervanger hem daartoe dwingt.
De percelen die door vervolgens door Pokie’s opvolger Dinotha Vorswijk massaal zijn uitgegeven op -onder meer- het Sabaku-project, durfde het staatshoofd uit angst voor de toorn van Brunswijk niet in te trekken.
Ook heeft de vicepresident het voor elkaar gekregen dat de zeer noodzakelijke maatregelen van de regering om meer inkomsten voor de staat te halen uit de goudsector -waar hijzelf enorme belangen in heeft- sterk werden afgezwakt.
De recente en omstreden benoeming van zijn broer Leo tot directeur bij de NV Energie Bedrijven Suriname (EBS) is eveneens een gevolg van die chantagepolitiek. Maar Santokhi slikte het allemaal, alleen maar om aan de macht te kunnen blijven. Dat Brunswijk en veel van zijn ministers eerder een last dan lust voor de president zijn, is van ondergeschikt belang.
Maar de verrichtingen van de leiders worden nauwlettend gevolgd in het buitenland, in het bijzonder door instellingen die het land ondersteunen. Daar heeft Suriname zelf om gevraagd,zoals het IMF dat vorige week bekendmaakte de financiële steun middels een lening te hervatten, weer op te schorten. Als reden is door het IMF opgegeven dat de regering opnieuw niet aan de gemaakte afspraken heeft voldaan.
In de analyse die daarop is uitgebracht door Rosamnis Marcano(Zie foto onder), senior economist van de gezaghebbende Emfi, dat heldere financiële analyses maakt en waarop veel potentiële internationale investeerders hun besluit om geld beschikbaar te stellen op projecteren, wordt de vloer aangeveegd met het regeerbeleid omdat er nauwelijks hervormingen worden doorgevoerd. Vooral Brunswijk wordt als een sta-in-de-weg voor de ontwikkeling van het land gezien.
Het is bijzonder dat de deskundige een zondebok met naam en toenaam noemt, dat komt zelden voor. De organisatie verwacht ‘dat de regering weerstand tegen een evaluatie zal blijven bieden zolang de samenwerking met vicepresident Brunswijk doorloopt’, zo valt in de analyse van 24 maart te lezen.
Ook de Emfi concludeert dat Santokhi Brunswijk binnen zijn coalitie wil houden om zijn presidentschap niet te verliezen. Maar als de gewenste hervormingen niet worden doorgevoerd, is de overeenkomst met het IMF ‘dood’, zo verwacht de Emfi. Santokhi heeft zoals gebruikelijk nog helemaal niet gereageer op de bevindingen van de Emfi. Maar hij zal beseffen dat hij een statement moet maken omdat de analyse door veel belangrijke instellingen wordt gelezen.
Kiezen voor Brunswijk betekent dat zijn regering nog twee jaar door kan modderen, maar dat niet ondenkbeeldig is dat het IMF de handen af zal trekken van Suriname. Ook al beweren Santokhi en minister Albert Ramdin van Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale Samenwerking (Bibis) dat de ondehandelingen met het IMF goed verlopen en er binnenkort wordt verwacht dat er een knoop wordt doorgehakt. “Er zijn wat vertragingen en problemen die opgelost worden”, zo wilde Santohki dinsdag in De Nationale Assemblee doen geloven. Maar niemand die dat nog gelooft.
Als Santokhi toch voor het IMF kiest en Brunswijk de deur wijst, dan betekent dat zeer waarschijnlijk het einde van de regering en zullen er nieuwe verkiezingen moeten worden uitgeschreven. En dat is een doemscenario waar Santokhi absoluut niet aan wil denken, uit angst dat hij weggevaagd zal worden.
ANALYSE
