“STAATSKAS KAN SCHULDEN DRAGEN”
FOTO|Financiënminister Gillmore Hoefdraad
Het begrotingstekort van ruim SRD 1,3 miljard in combinatie met leningen die zijn opgenomen op de ingediende staatsbegrotingen 2020 zijn onsmakelijk ontvangen door de oppositie.
Ook de recente leningen en wat er nog aan leningen in voorbereiding is roepen vragen op, maar volgens Financiënminister Gillmore Hoefdraad heeft de regering het beheer van de staatsmiddelen goed in de handen. “Wij lenen niet zomaar om luchtkastelen op te zetten. We lenen voor het ontwikkelingsproces.”
Volgens Hoefdraad zijn de deskundigen op het Ministerie van Financiën constant bezig alle scenario’s uit te werken, en zoals de zaken er nu voor staan zal noch het begrotingstekort, noch de aflossingsdruk voor problemen in de betalingsverplichtingen van de overheid zorgen. Het geld voor de vaste lasten wordt veilig gesteld en daartegenover doen de financieringsinstanties ook eerst onderzoek alvorens er een lening wordt verstrekt.
Landen die niet of moeilijk in staat zijn om hun schulden af te lossen, komen niet in aanmerking voor een financiering.
Suriname behoort volgens minister Hoefdraad niet tot die groep risicolanden. “De credibility van terug betalen moet je hebben. Hetzelfde cijferwerk dat wij doen over de terugbetalingscapaciteit is ook het cijferwerk dat zij doen. Ze weten precies wat we aan schulden hebben en ze weten precies wat ons aflossingsschema is. Daarnaast kunnen ze ook in details gaan. Het zijn de IMF rapporten die men nagaat. Men kijkt naar de rating agency en naar jouw inkomstenstroomontwikkeling. Dan zegt men: ja Suriname kwalificeert daarvoor”, legt de minister uit.
De Surinaamse economie trekt weer aan en dat betekent dat ook de inkomstenstroom goed op gang komt. Dat het begrotingstekort voor 2020 is geraamd op SRD 1,3 miljard wil volgens Hoefdraad nog lang niet zeggen dat de overheid in financiële problemen zit. “Belangrijk voor ons is dat we altijd de betaling van de vaste lasten kunnen garanderen. Daarnaast worden de prioriteiten gesteld van wat het meest essentieel is, en dat wordt in goed overlegd in de Raad van Ministers en de president besproken. Als de prioriteiten zijn vastgesteld, dan weten we dat wij daarvoor de middelen moeten gaan zoeken en de rest even zullen moeten aanhouden. Dus ik heb geen vrees. We hebben ruimte, maar wij doen dat niet zomaar. We kijken wat echt het meest noodzakelijk is en daarin gaan we het geld zetten of daarvoor gaan we het geld gaan zoeken” aldus de Financiënminister.
UNITEDNEWS
