STANDBEELD VAN VAKBONDSLEIDER CYRILL DAAL VERPLAATST NAAR PATER WEIDMANPLEIN

Het standbeeld van de voormalige vakbondsleider Cyrill Daal heeft een nieuwe plek gekregen op het Pater Weidmanplein aan de Dr. Sophie Redmondstraat. Voorheen stond het standbeeld op het terrein van het Algemeen Verbond van Vakbewegingen in Suriname (AVVS De Moederbond) aan de J. Lachmonstraat.

Zowel het bestuur van de Moederbond, de directie van Assuria N.V. als de familie van wijlen Daal waren het erover eens dat het standbeeld een betere en openbare plaats verdiende. Na afstemming met het directoraat Cultuur en de commissie Monumentenzorg werd er besloten om het beeld te positioneren op het Weidmanplein, waar er al enkele monumenten van grote vakbondsleiders staan. Op donderdag 24 november vond er een ceremonie plaats om de relocatie van het standbeeld te herdenken.

Minister Steven Mac Andrew, die verantwoordelijk is voor het arbeidsbeleid, was aanwezig bij deze  ceremonie en gaf aan, dat met de verplaatsing van het standbeeld van een privéterrein naar een openbare plek, de waardering voor deze grote vakbondsleider beter tot zijn recht zal komen. Dit, vooral gelet op zijn bijdrage aan het vakbondswezen en aan verbetering van het welzijn van de werkende klasse in Suriname.

Mac Andrew gaf ook aan, dat het standbeeld van Daal nu staat bij andere strijdmakkers uit de vakbeweging, zoals Fred Derby and Hendrik Sylvester. Hij vindt daarom dat de totale samenleving zal profiteren van de relocatie en niet slechts de familie en de vakbeweging, omdat bij het bezichtigen van het beeld stil gestaan kan worden bij de strijd die de vakbeweging heeft geleverd voor lotsverbetering van werkenden en hun gezinnen. De bewindsman greep deze gelegenheid ook aan om het belang van sociale dialoog te benadrukken en verwees in dit verband naar het concept van Decent Work, waaraan de sociale partners zich hebben gecommitteerd. Mac Andrew haalde ook aan, dat hij vrijwel elke maand om de tafel zit met RAVAKSUR om arbeidsaangelegenheden te bespreken om zodoende middels overleg en samenwerking de besproken issues aan te pakken. 

Carmen Daal, dochter van de overleden vakbondsleider, was blij met de openbare plek die het standbeeld van haar vader heeft gekregen. Ze beschouwt dat als een waardering voor de strijd die haar vader heeft geleverd voor de werkende klasse. Voorzitter van de Moederbond, Errol Snijders, en Mario Merhai, CEO van Assuria N.V, zijn ervan overtuigd dat met de nieuwe plek voor het standbeeld, de naam van deze vakbondsleider niet zal vervagen in de Surinaamse geschiedenis. Het standbeeld is vervaardigd door de gerenommeerde kunstenaar Erwien de Vries en is van hoogstaande kunstwaarde.  

De historie

Cyrill Daal (29 mei 1936Paramaribo, 8 december 1982) was een Surinaams vakbondsbestuurder. Hij was een van de vijftien tegenstanders van het regime-Bouterse die tijdens de Decembermoorden werden omgebracht.

Daal begon als vakbondsbestuurder bij de OGEM en werd vervolgens secretaris van de Moederbond; de grootste vakbond van Suriname. Op 30 oktober 1972 werd hij gekozen tot voorzitter. De bond verzette zich in 1982 onder zijn voorzitterschap fel tegen de revolutie van Desi Bouterse. Toen Bouterse op 30 oktober van dat jaar Maurice Bishop ontving, de leider van Grenada, riep Daal een staking uit. Het vliegtuig van Bishop moest in het donker landen en het diner dat Bouterse voor zijn gast had laten organiseren verliep bij kaarslicht, omdat het elektriciteitsbedrijf staakte. De volgende dag vonden twee massabijeenkomsten plaats; een van de militairen en een van de Moederbond. De militairen hadden gezorgd voor gratis openbaar vervoer, opdat hun bijeenkomst – met Bishop als eregast – door veel mensen zou worden bezocht.

Dit gratis openbaar vervoer werd echter door de aanhangers van de Moederbond gebruikt om massaal de bijeenkomst van hun bond te bezoeken. De vakbondsbijeenkomst trok tien maal zoveel mensen als de meeting van de militairen. Bishop was woedend en vond Bouterse veel te soft. Bouterse voelde zich door Daal tegenover Bishop in zijn hemd gezet en zou in het openbaar hebben gezworen de vernedering “contant” te zullen terugbetalen.

In de weken die volgden probeerde Bouterses tweede man, Roy Horb, nog een overeenkomst te sluiten met Daal en André Haakmat. Maar in de middag van 8 december werd Daal opgepakt en naar Fort Zeelandia gebracht, waar al meer tegenstanders van het regime vastzaten. Daal werd met Surendre Rambocus, Jiwansingh Sheombar, Jozef Slagveer en André Kamperveen naar de kamer van Bouterse gebracht. Hij zou daar voor Bouterse op zijn knieën zijn gevallen om te smeken voor zijn leven, en zou vervolgens door Bouterse eigenhandig zijn gecastreerd omdat Bouterse al dat gesmeek niet mannelijk vond. Daarna zou hij net als de andere slachtoffers van de Decembermoorden doorzeefd zijn met tientallen kogels. Volgens ooggetuigenverslagen was hij ook over zijn hele lichaam mishandeld en vertoonde zijn gezicht fysieke littekens van uitgedrukte sigarettenpeuken.

Op 23 maart 2012 verklaarde Ruben Rozendaal, een van de 25 verdachten in het Acht December strafproces, onder ede, tijdens een zitting van het Acht December proces, dat Bouterse persoonlijk Daal en Surendre Rambocus had doodgeschoten.[1]

Daal ligt begraven in het midden van de begraafplaats Annetta’s Hof te Paramaribo. De Moederbond heeft op het graf een groot grafmonument laten plaatsen. Voor het gebouw van de Moederbond staat een standbeeld van Daal. Pogingen van de vakbond om een straat of een deel van een straat te laten vernoemen naar Daal hebben nog geen resultaat gehad.

UNITEDNEWS

Facebook Comments Box