SURINAAMSE DIASPORA IN NEDERLAND GOED VOOR MINSTENS EURO 50 MILJOEN AAN INVESTERINGSKAPITAAL

Get real time updates directly on you device, subscribe now.

Foto: Henry Ori voorzitter presidentiele commissie ‘Diasporakapitaal en Diasporabank’

De diaspora gemeenschap in Nederland heeft de potentie om op jaarbasis een bedrag van minstens Euro 50 miljoen bij te dragen aan de Surinaamse economie.

Het huidige vermogen aan vreemd geld dat ligt bij ondernemers en personen die geld hebben gespaard moet tussen de Euro drie tot Euro vier miljard liggen. “Deze cijfers hebben we niet bedacht maar zijn gemaakte schattingen nadat rapporten en economische studies als ook cijfers van officiële instanties in Nederland zijn geraadpleegd. Een juiste kwantificering moet nog plaatsvinden, maar in elk geval betekent het dat onze eigen mensen in het buitenland die nog het nostalgisch gevoel hebben iets te willen doen voor hun land daartoe wel degelijk in staat zijn en de gelegenheid daarvoor kunnen krijgen”, zegt professor Henry Ori die voorzitter is van de presidentiele commissie ‘Diasporakapitaal en Diasporabank’.

Deze commissie heeft intussen een advies rapport getiteld ‘Van Perspectief naar Praktijk – een Pragmatische Routekaart’ uitgebracht om het idee om Suriname mede te ontwikkelen uit kapitaal van landgenoten in het buitenland in een beleid te gieten. Ori zegt dat de diaspora gemeenschap altijd al een vinger in de pap heeft gehad in de ontwikkeling van Suriname, met goederen en geldzending, maar ook met het financieren en ontwikkelen van projecten. Naar schatting komt er per jaar alleen al aan geldzendingen een bedrag van bijkans Euro 160 miljoen naar Suriname.

Het wordt niet geregistreerd en is het ook moeilijk dat te doen zonder enige structuur.

Met de instelling van het Diaspora Instituut Suriname DIS en straks ook een Diaspora Instituut Nederland DIN, zal de komende drie tot vijf jaar hard gewerkt worden aan en beleidsvorm. President Chandrikapersad Santokhi heeft volgens Ori al jaren de visie dat hij een grotere betrokkenheid wil hebben van in elk geval de Nederlandse diaspora of beter gezegd, de Surispora die overal in de wereld ts vinden is. Die visie heeft zich nu vertaald in het instellen van een special diaspora unit op het ministerie van Buitenlandse Zaken Internationale Business en Internationale Samenwerking. 

Voor nu zal de focus allen gelegd worden op de diaspora in Nederland en later worden uitgebreid naar andere delen van vooral Europa zoals België en de Verenigde Staten. De speciale afdeling op het ministerie zal de diaspora in kaart brengen en categoriseren in verschillende groepen en effectief contact onderhouden, daarnaast zal er informatie over en weer worden uitgewisseld en zal een sterke marketingstrategie worden opgezet. Het is volgens Ori best mogelijk dat in een later stadium het nodig is een diaspora directoraat of zelf een ministerie in het leven te roepen. Ook de Surinaamse ambassadeur in Nederland zal in dit geheel een belangrijke rol worden toebedeeld.

Beleid

Bij het ontwikkelen van het Diaspora beleid worden instrumenten ontwikkeld, In het uitgebrachte rapport zijn aan de president concrete adviezen gegeven. “Uit de hearings is gebleken dat onze diaspora graag wil investeren in ook obligaties, de volksgezondheid, de agrarische sector, de luchtvaart en andere sectoren, zoals de woningbouw.

Het idee is om een diaspora fonds in het even te roepen als investeringsbron. Echter zal dat nu wel onder de Nederlandse wetgeving moeten plaatsvinden, omdat wij als land heel veel huiswerk nog hebben te doen en met de oprichting van dit fonds moet niet lang worden gewacht”, zegt ori. Om de omzet van de investeringen op te vangen zal ook een diasporabank in het leven geroepen moeten worden. Voor zowel het fonds als de bank is er volgens de voorzitter van de presidentiele commissie enorm veel te doen aan wetgeving, waarvan nu negen zijn geïdentificeerd. Ori wijst er op dat het internationaal geldverkeer nu aan heel strenge eisen en regels is gebonden. Een negatief punt is dat Suriname een slecht imago heeft op dit punt en evenzo een zeer slechte ranking heeft als het gaat om zaken doen. “Het centrale woord in de discussie is vertrouwen. We moeten gaan begrijpen dat we hard moeten gaan werken aan zaken als goed bestuur en prudent beleid en het voldoen aan ‘compliance’ regels”, zegt Ori. Van zowel Surinamers hier als in Nederland is er een aan elkaar tegenstrijdige beeldvorming. Enerzijds een belerende houding vanuit Nederland en dat alles via Europese maatstaven moet plaatsvinden en anderzijds standpunten in Suriname dat ‘wij hier geen bedelaars zijn en ook en eigen trots hebben. Om dat beeld te veranderen en op lijn te brengen zal volgens het advies een strategisch bewustwordingsplatform in het even geroepen moeten worden. “we zullen effectief moeten communiceren om het doel niet te missen”, zegt Ori.

UNITEDNEWS