SURINAAMSE ERKENNING VAN PALESTINA NIET MEER ZO DUIDELIJK
De regering van Suriname geeft tegenstrijdige signalen met betrekking tot de Palestijnse kwestie.
Terwijl Suriname langer dan een decennia de erkenning van Palestina heeft benadrukt, en nog langer op internationale fora zich multilateraal committeert aan erkenning van het Palestijns volk, is sinds 2020 daarvan niet veel meer terug te vinden in het Buitenlands beleid. Dit bleek ook op de laatste stemming binnen de Verenigde Naties over een resolutie om de gevolgen van de bezetting van Palestijnse gebieden door Israël te laten onderzoeken. De Surinaamse vertegenwoordiging was nergens te vinden op het moment van de stemming.
Opvallend is dat vanuit de Surinaamse kant er wel duidelijke toenadering wordt gezocht bij Israël. Het voornemen om een ambassade te openen in Jeruzalem stuitte op weerstand binnen de regering en werd internationaal zelf veroordeeld door diverse organisaties.
Slechts een handjevol trouwe bondgenoten van Israël hebben hun ambassades in Jeruzalem staan, omdat binnen de VN unaniem erkent wordt dat een deel van de stad in bezette Palestijnse gebieden ligt.
De opening van de Surinaamse ambassade is na felle kritieken nationaal en internationaal door president Chan Santokhi geparkeerd, maar buitenlandsminister Albert Ramdin staat er nog altijd open voor.
De Algemene Vergadering van de Verenigde Naties heeft op 31 december een resolutie aangenomen waarin het Internationaal Gerechtshof (ICJ) wordt opgeroepen advies uit te brengen over de gevolgen van de Israëlische bezetting van de Palestijnse gebieden.
Er hebben 87 landen vóór en 26 landen tegen de resolutie gestemd, terwijl 53 landen zich onthielden. Enkele landen waren niet eens vertegenwoordigd in de zaal tijdens de stemming, waaronder ook Suriname.
UNITEDNEWS
