SURINAAMSE HAVENS MAKEN ZICH OP VOOR OFFSHORE-OLIE IN 2028

Commewijne Port Facility (Comport) | Foto bron: IBT Engineering Consultants  | Bron: bnamericas

Met de verwachte start van de eerste diepwaterolieproductie in Blok 58 in 2028 staat Suriname voor de opgave om tijdig voldoende lokale ondersteuningscapaciteit op te bouwen.

Om te voorkomen dat de ondersteunende logistiek en dienstverlening uitwijken naar Trinidad en Tobago, maken lokale havenontwikkelaars momenteel een noodzakelijke ophaalslag.

De Commewijne Port Facility (Comport) heeft hiertoe een concept-milieueffectenstudie ingediend bij de Nationaal Milieuautoriteit (NMA). Comport wil naast een shore base ook een afvalverwerkingsinstallatie en een fabriek voor boorvloeistoffen bouwen, evenals het vaarkanaal uitdiepen. Zonder deze voorzieningen blijft de offshore-industrie voor de verwerking van boorafval en de levering van boorvloeistoffen afhankelijk van buitenlandse faciliteiten, waardoor een aanzienlijk deel van de economische meerwaarde weglekt.

Gelijktijdig is N.V. Havenbeheer Suriname gestart met de fysieke uitbreiding van de Dr. Jules Sedney Terminal in Paramaribo. Haukes Construction heeft de eerste paal geslagen voor een nieuwe zwaarlastkade van 140 meter met een draagvermogen van 20 ton per vierkante meter.

Foto: Uitbreiding Jules Sedney haven.

Het project, dat wordt gefinancierd door Hakrinbank, moet binnen twaalf maanden worden opgeleverd, waarna een tweede fase van nog eens 120 meter kade staat gepland. Deze gecoördineerde havenexpansie is essentieel om de nationale regie over de logistieke keten te behouden en de Surinaamse economie optimaal te laten profiteren van de opkomende oliesector.

UNITEDNEWS|ENERGY

Facebook Comments Box