SURINAME BLIJFT TIER 1, UITBUITING BINNENLAND ZORGPUNT
Suriname blijft ingedeeld in Tier 1, de hoogste categorie in het jaarlijkse mensenhandelrapport van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken.
Het land voldoet volgens het rapport aan de minimumnormen voor de bestrijding van mensenhandel. Tegelijkertijd blijft de uitbuiting van vrouwen en meisjes in het binnenland een groot probleem. De beperkte aanwezigheid van de overheid en het gebrek aan middelen bemoeilijken daar onderzoek.
Volgens lokale waarnemers worden in het binnenland vrouwen en meisjes seksueel uitgebuit in onder meer bordelen, massagesalons, kapsalons en privéwoningen, ook in de omgeving van kleinschalige goudwinningsgebieden. Door de beperkte overheidsaanwezigheid is de omvang van mensenhandel in deze gebieden niet bekend. Het rapport stelt dat de regering geen melding heeft gemaakt van acties tegen mensenhandel in het binnenland tijdens de verslagperiode.
Gespecialiseerde opsporingsfunctionarissen zijn bevoegd om mensenhandelzaken in het hele land te onderzoeken, maar beschikken volgens het rapport over onvoldoende financiële middelen en voorzieningen. In het binnenland zijn de autoriteiten mede afhankelijk van niet-gespecialiseerde politie-eenheden en van lokale en traditionele gezagsdragers.
Het rapport noemt signalen van arbeidsuitbuiting van buitenlandse migranten. Vietnamese staatsburgers zouden na smokkel naar Suriname door middel van schuldslavernij tot werk in de landbouw zijn gedwongen, mogelijk ook in de houtkap.
Chinese migranten zouden worden geworven en uitgebuit in de mijnbouw, de dienstensector en de bouw. Ook zijn er meldingen van gedwongen arbeid van Indiase staatsburgers in de bouw en horeca.
Buitenlandse slachtoffers die in Suriname worden uitgebuit, komen voornamelijk uit Haïti en Venezuela. Daarnaast zijn slachtoffers afkomstig uit onder meer Brazilië, China, Cuba, de Dominicaanse Republiek, Guyana, India en Vietnam. Zij worden volgens het rapport soms met beloften van legaal werk in de horeca of detailhandel naar Suriname gelokt en vervolgens door middel van schuldslavernij seksueel of op het werk uitgebuit.
Ook Surinaamse burgers lopen risico op seksuele en arbeidsuitbuiting in buurlanden. Het rapport vermeldt verder dat ouders en andere familieleden de seksuele uitbuiting van Surinaamse kinderen faciliteren.
De regering leverde volgens het rapport aantoonbaar en aanhoudend inspanningen om mensenhandel te bestrijden. Tijdens de verslagperiode werden vijftien zaken onderzocht: elf betroffen seksuele uitbuiting en vier andere, niet nader gespecificeerde vormen van mensenhandel. Tegen twaalf verdachten werd een strafzaak gestart: tien wegens seksuele uitbuiting en twee wegens andere vormen van mensenhandel. Ook liepen eerder begonnen zaken tegen twaalf vermoedelijke daders van seksuele uitbuiting door.
In drie zaken werden acht daders van seksuele uitbuiting veroordeeld. Zes van hen werden veroordeeld op grond van de mensenhandelwetgeving. In de vorige verslagperiode waren eveneens acht daders van seksuele uitbuiting veroordeeld. Zes kregen toen gevangenisstraffen van één tot zeven jaar opgelegd; de twee overige veroordeelden waren minderjarig en werden ondergebracht bij de Jeugdpolitie.
Onder de vervolgde verdachten was een voormalige politiefunctionaris, die werd beschuldigd van betrokkenheid bij een netwerk voor seksuele uitbuiting dat door zijn echtgenote zou zijn geleid. Die zaak was aan het einde van de verslagperiode nog aanhangig. Volgens het rapport waren er geen klachten of aanwijzingen van corruptie binnen de gespecialiseerde politie-eenheid voor mensenhandel. Corruptie en mogelijke betrokkenheid van functionarissen van andere politie-eenheden bleven echter zorgpunten en belemmerden de rechtshandhaving.
De regering versterkte de samenwerking tussen politie en Openbaar Ministerie, werkte met andere landen samen bij politieoperaties en organiseerde trainingen voor gespecialiseerde en niet-gespecialiseerde opsporingsfunctionarissen. Ook werden alle geïdentificeerde slachtoffers volgens het rapport geholpen. Na overleg op ministerieel niveau zegde de regering toe de personeelsbezetting van de gespecialiseerde politie-eenheid uit te breiden.
Minister van Justitie en Politie Harish Monorath sprak zijn waardering uit voor de personen die zich ondanks de uitdagingen inzetten tegen mensenhandel en mensensmokkel. De Tier 1-status is volgens hem geen reden om achterover te leunen, maar een aansporing om de gezamenlijke inspanningen voort te zetten en te versterken.
Het Amerikaanse Trafficking in Persons-rapport beoordeelt jaarlijks de inspanningen van landen om mensenhandel te bestrijden en doet aanbevelingen voor verbetering. Tier 1 is de hoogste van de vier categorieën.
UNITEDNEWS
