SURINAME ZET IN OP DATAGESTUURDE STRATEGIE VOOR MAXIMALE LOKALE PARTICIPATIE IN OLIESECTOR
Foto: Datagestuurde strategie | Minister Patrick Brunings van Olie, Gas en Milieu kiest voor een realistische aanpak rondom local content in de energiesector. | Bron: Oilnow.gy
De Surinaamse regering kiest voor een data-gestuurde en realistische aanpak om de lokale bevolking en het bedrijfsleven voor te bereiden op de kansen in de offshore-oliesector.
Volgens minister Patrick Brunings van Olie, Gas en Milieu moet ‘local content’ niet stoelen op losse verwachtingen, maar op exacte cijfers over benodigde vaardigheden, diensten en personeelsaantallen.
In een interview met het internationale platform The Global Investor benadrukt Brunings dat de basis ligt bij grondig inzicht in de marktvraag. “Local content moet worden gepland op basis van data en realisme,” stelt de minister. “Het vertrekpunt is begrijpen wélke vaardigheden en diensten nodig zijn, wánneer ze nodig zijn en in welke aantallen.”
De urgentie voor deze aanpak groeit nu Suriname zich opmaakt voor het GranMorgu-project in Blok 58, de eerste grootschalige offshore olie-ontwikkeling van het land. Met een investering van circa 12,5 miljard Amerikaanse dollar door TotalEnergies, APA Corporation en Staatsolie Maatschappij Suriname NV richt het project zich op de Sapakara- en Krabdagu-velden. De beoogde productiestart staat gepland voor 2028, met een verwachte capaciteit van 220.000 vaten per day.
Door de exacte vraag van de energiesector in kaart te brengen, wil de overheid het beroepsonderwijs en de trainingsprogramma’s gericht hervormen. Zo moeten Surinaamse werknemers en lokale ondernemers in de positie worden gebracht om een substantieel en waardevol aandeel op te eisen in de toeleveringsketen.
De strategie reikt volgens Brunings verder dan het louter behalen van participatiedoelen. Het kabinet wil voorkomen dat de oliesector transformeert tot een geïsoleerde ‘enclave-economie’ die losstaat van de rest van het land. De prioriteiten liggen bij het versterken van nationale capaciteiten, het verstevigen van overheidsinstituten, infrastructuurplanning en een gedisciplineerd beheer van de olie-inkomsten.
Daarnaast blijven een strak milieubeheer en duidelijke regelgeving speerpunten om het vertrouwen van internationale investeerders te behouden. Staatsolie behoudt hierin een centrale rol als spil tussen de overheid, internationale oliegiganten en de lokale markt. “We willen dat investeerders met vertrouwen opereren en dat de ontwikkeling verantwoord, veilig en in het belang van de nationale gemeenschap op lange termijn plaatsvindt,” besluit Brunings.
UNITEDNEWS|ENERGY
