VENEZUELA KRIJGT JURIDISCHE KLAP IN GRENSGESCHIL MET GUYANA
Foto: Het Internationaal Gerechtshof (ICJ) in Den Haag | Nederland
Het Internationaal Gerechtshof (ICJ) heeft het bezwaar van Venezuela in het grensdispuut met Guyana verworpen.
De twee buurlanden zijn in een slepend dispuut verwikkeld waarbij Venezuela bijna 70% van Guyana, inclusief de lucratieve olievelden, claimt. Venezuela heeft in zijn preliminaire bezwaar aangevoerd dat het Verenigd Koninkrijk (VK) een onmisbare derde partij in de procedure is en dat het Hof niet kan beslissen over de geldigheid van de arbitrale uitspraak van 1899 in afwezigheid van het Verenigd Koninkrijk.
Venezuela voerde aan dat een oordeel van het Hof nietig is in deze zaak, en sprak van een “frauduleus gedrag” vanuit het VK die niet gehoord is in deze zaak. Het juridisch team van Venezuela verwijst naar de periode toen Guyana kolonie was van het VK, en onrechtmatige handelingen zou hebben gepleegd ten nadele van Venezuela. Guyana voerde echter aan dat het voorlopige bezwaar van Venezuela betrekking heeft op de uitoefening van de rechtsmacht van het Hof en als niet-ontvankelijk moet worden afgewezen, omdat het een rechtsmacht karakter heeft en geen bezwaar aantekent tegen de ontvankelijkheid.
Het laatste besluit van het ICJ maakt de weg vrij voor het Hof om verder te gaan met het behandelen van de inhoudelijke zaak van Guyana.
Het land heeft het Internationaal Gerechtshof gevraagd zich uit te spreken over de geldigheid van de arbitrale uitspraak en de bepaling van de grens tussen Guyana en Venezuela. Guyana heeft van het Hof ook gevraagd om te bevestigen dat de grens die is vastgesteld in 1905 de wettige grens is tussen de twee landen.Bij het uitspreken van het tussenvonnis zei de president van de rechtbank, Joan E. Donoghue, dat de rechtbank een meerderheidsbesluit heeft genomen ten gunste van Guyana. Hof-president Donoghue maakte bekend dat van het panel, bestaande uit 15 rechters, de zaak heeft beoordeeld, waarbij 14 oordeelden in het voordeel van Guyana, terwijl één rechter ertegen oordeelde.
Venezuela had geprobeerd de zaak te laten schrappen op basis van zijn bezwaar, maar het ICJ was het niet eens met die bewering en oordeelde dat Venezuela deelnam aan besprekingen met Guyana tijdens de Mixed Commission en het Good Offices-proces en nooit om de betrokkenheid van het Verenigd Koninkrijk vroeg. “De rechtbank concludeert dat de overeenkomst van Genève specifieke rollen bepaalt voor Guyana en Venezuela, en dat de bepalingen ervan, inclusief artikel acht, geen rol voor het Verenigd Koninkrijk ziet bij het kiezen van of deelnemen aan de wijze van beslechting van het geschil op grond van artikel vier. ”, vond het ICJ.
UNITEDNEWS
