VERDEDIGING EN OPENBAAR MINISTERIE IN DE CLINCH OM DAGVAARDING HOEFDRAAD

De verdediging van ex minister Gilmore Hoefdraad van Financiën heeft het Openbaar Ministerie verweten ernstige fouten te hebben gemaakt bij het dagvaarden van de ex minister.

Vrijdag heeft procureur generaal Roy Baijdnath Panday namens het Openbaar Ministerie voor de eerste keer de voordracht gedaan bij het Hof van Justitie, in het gerechtelijk onderzoek tegen de ex bewindsman. Nadat hof president Rechter Marie Mettendaf de zaak was begonnen, werd opgemerkt dat Hoefdraad niet aanwezig was op de zitting. De pg zei dat hij conform het wetboek van strafvordering hoofdraad heeft gedagvaard. Hij zou de dagvaarding thuis op het adres van de verdachte hebben laten bezorgen en ook zoals de wet het voorschrijft, om in geval de gedagvaarde niet is bereikt en ook omdat het om een gewezen politieke ambtsdrager gaat, hij de dagvaarding heeft gedeponeerd bij het districtsbestuur van het district waarin Hoefdraad woont. Volgens hem is aan alle wettelijke voorschriften voldaan. Baijdnath panday vroeg de rechter de niet verschenen verdachte verstek te verlenen en de rechtszaak normaal voortgang te laten hebben.

De verdediging van Hoefdraad bestaande uit de advocaten Frank Truideman, Murwin Dubois en Irene Lalji, heeft zich echter hiertegen verweerd en excepties opgeworpen. Verwijzend naar artikelen in het wetboek van strafvoering is de dagvaarding van Hoefdraad niet geschied zoals de procureur generaal het hof wil doen geloven. Lalji die namens het juridisch team van Hoefdraad het woord voerde zegt dat de aanbieding van de dagvaarding niet binnen de wettelijke voorgeschreven vier dagen tot aan de zitting heeft plaatsgevonden. Terwijl de pg beweerd de dagvaarding al op 27 november te hebben verstuurd, zegt de verdediging van Hoefdraad dat tot 2 december hiervan geen sprake is geweest. Ook de manier waarop de dagvaarding moest worden betekend klopt volgens Lalji niet.

De verdediging van Hoefdraad heeft de afgelopen dagen zowel thuis bij Hoefdraad als bij de districtscommissaris laten natrekken als de dagvaarding was uitgegeven. Blijkt van niet. Lalji opperde dat het hof zowel de huisgenoten als de districtscommissaris moeten worden opgeroepen om te getuigen in deze kwestie.

Volgens het wetboek van strafvordering zou in geval Hoefdraad niet zou zijn bereikt de dagvaarding ook zichtbaar moet zijn aangeplakt bij het gerechtsgebouw. Ook dat heeft niet plaatsgevonden.

Lalji verduidelijkt dat wanneer een persoon niet in verzekerde bewaring is gesteld de aanbieding van de dagvaarding moet worden gedaan op het woonadres van de persoon. Als de persoon niet aanwezig is en een huisgenote de dagvaarding ook niet wil aannemen, moet dat bij de districtscommissaris worden aangeboden, die de persoon bekend maakt met de dagvaarding. In het uiterste geval moet de dagvaarding worden aangeplakt bij de griffie van het gerechtsgebouw, waar het wordt aangeplakt. De procureur generaal heeft het hof om tijd gevraagd om zijn reactie op het verweer en de excepties van de verdediging van hoefdraad voor te bereiden. Hij kreeg van de rechter Mettendaf hiervoor twee weken de tijd. Op 18 december zal de pg namens het openbaar ministerie reageren op het verweer van de verdediging. De rechtszaak van Hoefdraad dient bij het Hof van Justitie omdat het gaat om een gewezen politieke ambtsdrager. De raadskamer die deze zaak in behandeling heeft bestaat uit de rechters Mettendaf, Danielle Karamatali en Maureen Dayala. In plaats van een officier van justitie zit de procureur generaal zelf aan bij dit proces als openbare aanklager.

Lalji en Dubois die na de rechtszitting journalisten te woord stonden zeggen dat deze rechtszaak veel te maken heeft met de privacy van hun cliënt en zij over het contact met hem of waar hij zich wel of niet zou kunnen bevinden geen uitspraken over zullen doen.

UNITEDNEWS

Facebook Comments Box