VERDEDIGING HOEFDRAAD PLAATS(T) WEDEROM VRAAGTEKENS ACHTER VORDERING PROCUREUR GENERAAL

De verdediging van ex minister Gillmore Hoefdraad van financiën, blijft er bij dat het Openbaar Ministerie niet de juiste handelingen pleegt zoals voorgeschreven in het wetboek van strafvordering, in haar poging de gewezen bewindsman te vervolgen.

In en tweede beurt hebben de advocaten Irene Lalji en Murwin Dubois, dinsdag het Hof van Justitie er weer op gewezen dat Procureur Generaal Roy Baijdnath Panday niet op een juiste manier Hoefdraad heeft gevorderd. De juristen eisen dan ook dat de vordering nietig wordt verklaard. Het Hof zal op 11 januari uiteindelijk een uitspraak doen. De rechtszaak van het Openbaar Ministerie tegen Hoefdraad is op 4 december begonnen. Echter is het nog niet tot een inhoudelijke behandeling gekomen, omdat de verdediging van Hoefdraad excepties heeft opgeworpen tegen de manier waarop hun cliënt is gedagvaard. Lalji zei in haar tweede beurt dat het wetboek van strafvordering duidelijk is over hoe een verdachte moet worden gedagvaard om voor de rechter te verschijnen. Er is onvoldoende inspanning gepleegd door het O.M om hoefdraad te bereiken of dat de dagvaarding werd betekent door onder andere een huisgenote van de ex minister. Uit de akte van uitreiking blijkt dat de vordering wel aan de districtscommissaris van het bestuur gebied, waarin Hoefdraad woont, is afgegeven ervan uitgaand dat die het zou verzenden naar het woonadres wat tot nu toe niet is gebeurd. Onduidelijk is voor haar wat de inspanningen zijn geweest van de oproepende ambtenaar die de vordering moest bezorgen en als die gevraagd heeft naar eventuele huisgenoten van de verdachte of zelfs heeft gevraagd naar Hoefdraad. Volgens de jurist heeft het uitbrengen van dagvaardingen en bepaald doel. Zo moet de verdachte op de hoogte worden gebracht dat er een rechtszaak tegen hem wordt aanhangig gemaakt. Dat moet niet aan zijn advocaat worden gedaan. “De wet heeft hierin een dwingende bepaling voorgeschreven aan het O.M in artikel 517 op straffe van nietigheid bij het niet naleven hiervan”. Volgens het O.M zou de ambtenaar op het adres van Hoefdraad aan de Eusieweg no 40 slechts een beveiligingsmedewerker zou hebben aangetroffen, die geen huisgenoot is en de dagvaarding niet kon worden uitgereikt op dat adres.

Lalji vraagt zich af hoe deze werkwijze van de PG zich verhoudt met het opsporingsbericht dat hij op 11 augustus 2020 heeft laten plaatsen op de website van het korps Politie Suriname. Daarin blijkt dat de PG wel degelijk ervan op de hoogte is dat Hoefdraad niet op zijn woonadres en bij het dagvaarden toch gebruik heeft gemaakt van het eerste lid van artikel 517 om hem te dagvaarden.

In het opsporingsbericht staat dat Hoefdraad laatstelijk aan de Eusieweg no 40 heeft gewoond en een ieder die informatie heeft over zijn verblijfplaats verzocht wordt contact te maken. Volgens Lalji had de PG gebruik moeten maken van lid twee van het artikel die precies aangeeft wat er moet gebeuren wanneer de woonplaats van de verdachte niet bekend is.
“Als het OM van mening is, dat het woonadres van de heer Hoefdraad aan de Eusieweg is en hij daar is, wat is er dan simpeler voor het OM de heer Hoefdraad dan daar op te halen”, vroeg Lalji de rechters van het hof. Overigens heeft het OM in de media vaker bekend gemaakt niet te weten waar Hoefdraad is en een internationaal bevel zal uitvaardigen.

Weer een andere reden waarom Lalji van mening is dat het Hof de vordering van het OM nietig moet verklaren is dat de PG een verkeerd artikel heeft gebruikt om Hoefdraad op te roepen. Het artikel op basis waarvan hij is opgeroepen is bedoeld voor een zaak in hoger beroep. De PG zei eerder dat het een verschrijving is geweest en wil dat corrigeren. Volgens Lalji is het geen verschrijving maar en grote onjuistheid en betekent het eigenlijk dat de verdachte niet weet voor welke gerecht hij is gedagvaard. De jurist vindt dat in de dagvaarding er informatie ontbreekt, vol onjuistheden onnauwkeurig at leidt tot nietigverklaring. Dat de pg spreekt van een verschrijving noemt Lalji zeer ernstig, omdat hij heel goed weet dat voor het vervolgen van Hoefdraad alleen het Hof van Justitie, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep, is belast.

De zaak is in eerste aanleg nog niet eens inhoudelijk begonnen. Dit is volgens Lalji geen verschrijving maar een ernstige fout in de dagvaarding.

UNITEDNEWS

 

.

 

Facebook Comments Box