WAAROM ONTHOUDEN BETER GAAT ALS JE MET DE HAND SCHRIJFT

John Vrakking | In een eerder artikel schreef ik dat het willekeurig willen onthouden van zaken niet goed werkt. Het alternatief dat ik beschreef, namelijk het maken van lijstjes, wél. Met de hand opgeschreven notities lijken we zelfs prima te kunnen onthouden. Hoe komt dat?
Ons geheugen heeft twee belangrijke eigenschappen: aan de ene kant is het oneindig groot en aan de andere kant is het zonder speciale oefening niet zomaar toegankelijk. We onthouden niet alles: sommige herinneringen ‘vergeten’ we en andere kunnen we maar niet verdringen. Zaken die we willen onthouden lijken soms geblokkeerd en andere herinneringen komen soms te pas en te onpas naar boven drijven.
We stampten de tafels, leerden ons ezelsbruggetjes aan, gebruiken kattenbelletjes of schrijven op onze hand. Voor het onthouden van namen pas ik een kunstje toe en ik heb een ouderwets notitieblok. Dat laatste helpt me feilloos om belangrijke dingen te onthouden… terwijl ik het zelden inkijk. Ons geheugen is dus niet ideaal, maar gelukkig zijn er hacks.
Om dat te kunnen begrijpen, moeten we weten hoe ‘herinneren’ werkt. Staffan Nöteberg schreef een goed boek over de Pomodoro-techniek, een benadering om heel geconcentreerd te kunnen werken. Om te beginnen leen ik van hem zijn heel pragmatische uitleg.
De hersenen als zetel van ons geheugen
De gangbare theorie is dat ons geheugen in onze hersenen zit. Onze hersenen bestaan uit vier delen: de hersenstam, het lymbisch systeem, de cortex en de frontaalkwab. Met allemaal hun specifieke eigenschappen en taken, werken ze samen als eén geheel.
De hersenstam stuurt onze reflexen aan zonder dat we steeds ons bewuste hoeven aan te spreken.
Het lymbisch systeem zien we ook bij andere zoogdieren, al is dat van ons verder ontwikkeld. Het limbisch systeem is het gedeelte van de hersenen dat betrokken is bij emoties, geheugen, leren, motivatie, herinneringen en seksueel gedrag. Het gaat onder andere over het langetermijngeheugen.
De cortex is bij de meer intelligente zoogdieren zoals de mens, verder ontwikkeld. Het geeft ons bewustzijn. We zien er ‘het hele plaatje’ mee en kunnen dan conclusies trekken.
Wat ons echt onderscheid van dieren, is de frontaalkwab. Daarmee kunnen we fantaseren en nieuwe dingen creëren. We kunnen argumenteren en de standpunten van anderen begrijpen. We kunnen plannen, samenwerken en verandering in gang zetten.
Hoe werkt denken
De hersenen bestaan uit een linker- en een rechterdeel. Daar overheen ligt de cerebrale cortex. Een diepe groef scheidt dat linker- en rechterdeel in de belangrijkste intellectuele functies. Elk deel is dominant in bepaalde activiteiten, maar feitelijk zijn ze beide geschikt voor alle functies. In onze linkerhersenhelft vergelijken we onze actuele waarneming met wat we eerder ervaren hebben. Herkennen we dat als patroon, dan voegen we het toe aan ons repertoire. Bij het praten helpt de linkerhersenhelft ons met het bouwen van zinnen die voldoen aan taalregels. Ook het analyseren van het verleden is een typische linkerhersenhelft activiteit.
Onze rechterhersenhelft werkt meer intuïtief. De rechterkant begrijpt metaforen, creëert dromen, creëert nieuwe combinaties van ideeën en soms ontstaat daar een eureka-momentje, uit nog ongestructureerde chaos.
Tot zover Nöteberg. Alle hersendelen werken samen als het gaat om wat wij ‘gehguen’ noemen.
Hoe werkt het geheugen
Lange tijd ging de wetenschap uit van de fenomenen ‘kortetermijngeheugen’ en ‘langetermijngeheugen’. De gedachte was dat we overdag indrukken opdoen die worden opgeslagen in het kortetermijngeheugen en dat we die permanent (maar selectief) opslaan in het langetermijngeheugen. Onze slaap zou ondermeer dienen om, uit alle gebeurtenissen van de voorbije dag, de relevante zaken uit het kortetermijngeheugen te verplaatsen naar het langetermijngeheugen. Vanuit dat langetermijngeheugen kunnen we ook andere informatie ophalen en die vergelijken met de nieuwe: ons brein werk associatief.
Dat is een sequentieel proces: iets wat we vandaag geleerd hebben, kunnen we morgen reproduceren. Ook is het zo dat we, geconfronteerd met iets heel nieuws, niet altijd direct weten wat we ermee moeten. Er ‘een nachtje over slapen’ levert dan inderdaad letterlijk een nieuw inzicht op.
Het proces verbeteren
Het systeem is weliswaar indrukwekkend, maar het blijkt in de praktijk niet onfeilbaar. Maar gelukkig, ik schreef het al, het kan gehackt worden… Het lijkt er echter op dat technieken waarbij inzet wordt gevraagd van meerdere zintuigen, het denk- en geheugenproces positief beïnvloeden. Eén daarvan is bijvoorbeeld de MindMap: omdat je tekent en schrijft, wordt een beroep gedaan op zowel logisch redeneren als op associëren: op zowel de linker- als de rechterhersenhelft dus.
Rob Crama van de Nederlandse Montessori Vereniging beschrijft Amerikaanse experimenten waarbij Montessori-materiaal, oorspronkelijk voor jonge kinderen, Alzheimerpatiënten helpt hun geheugen weer aan de praat te krijgen. Daarbij wordt een beroep gedaan op het onbewuste van de patiënt: het impliciete geheugen. Dat is vooral het domein van onbewust leren: zintuiglijk leren, motorisch leren, kortom ingeslepen gewoontes en vaardigheden gebaseerd op beweging, herhaling en geconditioneerde reacties.
Uit de praktijk
Zelf heb ik het idee dat de combinatie van linker-/rechterhersenhelft en motorisch leren samengaat – al moet ik de wetenschappelijke onderbouwing aan anderen overlaten (zie verder). Vanuit mijn eigen waarneming weet ik dat opschrijven helpt en wel in twee opzichten.
Enerzijds brengen we het Zeigarnik-effect tot staan (zie het vorige artikel). Anderzijds wordt dat wat (met de hand) opgeschreven is, beter onthouden. Uit mijn eigen werk weet ik dat wat ik opschrijf, vanzelf mijn geheugen in gaat.

In coachingssessies maak ik aantekeningen. Ik schrijf niet alles op, want voor het proces is niet alles van belang. Maar wàt ik opschrijf, herinner ik mij – zelfs zonder het een volgende keer te herlezen. Hier zou je bij aan kunnen voeren dat ik me beperk tot werkelijk belangrijke informatie, die ik misschien ook onthouden zou hebben wanneer ik niet genoteerd zou hebben. Het fenomeen reikt echter verder, want wanneer ik twijfel weet ik zelfs waar ik het opschreven heb: hoever ik terug moet bladeren in de aantekeningen bij deze coachee én of het linksboven of -onder staat, dan wel rechtsboven of -onder op de bladzijde.
Ook mijn elfjarige dochter, die in groep 8 haar topografie van de wereld onder de knie moest krijgen, had hier baat bij. Samen bedachten we wat het best bij haar paste: dat bleek een ‘live’ kaart van het gebied dat ze bestuderen moest. Zo ‘zat’ ze op de vloer in de woonkamer met de uitgeschreven topografie van Zwitserland om zich heen. Zittend bovenop het handgeschreven strookje ‘Bern’ prentte ze zich de grote plaatsen, de rivieren en de meren in. En scoorde hoog 😉 Ieder zijn eigen manier van leren en daar moet je vooral op aansluiten, zou je zeggen. Dat is overigens een typisch Montessoriaanse opvatting, die na meer dan 100 jaar nog steeds actueel is.
Leerstrategie verbeteren
Dat zou je voor iedereen willen doen, natuurlijk. Daarom ontwikkelde Ingrid Stoop vanuit Neurolinguïstisch Programmeren (NLP) haar eigen Matrixmethode, die kinderen (en volwassen) met een leerprobleem helpt om hun oude, disfunctionele leerstrategie in te ruilen voor een nieuwe die wèl werkt. Ook die methode grijpt in op de onbewuste processen, waardoor ‘anders’ leren mogelijk wordt. Net als bij NLP werkt de begeleidende coach met de coachee, in het nú, aan wat in het verleden verkeerd aangeleerd is. Daardoor verandert de manier waarop de coachee dat in de toekomst zal doen.
Vanuit de wetenschap
Een alternatieve verklaring voor het ‘anders’ onthouden wordt gegeven door clinicus Paul Pearsal. Die onderzocht gericht de gevolgen van harttransplantaties. Hij concludeerde dat het hart meer is dan alleen een pomp. In zijn opvatting is het een centrum van energie, informatie en herinnering. Hij durft te stellen dat het gangbare model, waarbij we ervan uitgaan dat wij mensen alleen met onze hersenen denken, te beperkt is. Ook in niet-westerse culturen komen we dat tegen.
Pearsal heeft een medestander in cardioloog Pim van Lommel, die meer dan 60 patiënten met een bijna-dood ervaring kon interviewen. Van Lommel is nog radicaler in zijn opvattingen; die veronderstelt dat geheugen in ons lichaam bestaat op celniveau. Op DNA-niveau zou geheugen zelfs buiten de cel en dus buiten het lichaam bestaan in een ‘wetend veld’ om ons heen: het morfogenetisch veld.
Hoe werkt het bij jou?
Tot zover mijn eigen ervaringen van onthouden-door-opschrijven. En dat als aanvulling op mijn eerdere artikel, waarin ik betoogde dat je niet zou moeten willen onthouden…
Ik ben benieuwd naar hoe jouw ervaringen zijn. Heb je alles in je hoofd of werk je met lijstjes? En, in geval van het laatste, maak je digitale lijstjes of schrijf je met de hand? Laat je reactie achter!

Literatuur

    Eindeloos bewustzijn, Pim van Lommel (ten Have) ISBN 9789025957780
    Het geheugen van het hart, Paul Pearsal (Lemniscaat) ISBN 9056372211
    The Pomodoro Technique, Staffan Nöteberg (Pragmatic Bookshelf) ISBN 9781934356500
    De Matrixmethode, Ingrid Stoop (Matrixmethodeinstituut) ISBN 9789079083220
    Montessori-activiteiten voor mensen met dementie, Rob Crama (Nederlandse Montessori Vereniging) www.montessori.nl

Bron|Managersonline

Facebook Comments Box