WAT DE BOER NIET LUST, DAT EET HIJ NIET | OVER ZESTIG MENNONIETEN IN EEN BARAK, EN EEN OVERHEID DIE MET TWEE MATEN MEET

Auteur: Dr. Bert Schreuders

In een barak in Kraka wachten sinds maandagnacht ongeveer zestig mennonieten op hun uitzetting.

Ze slapen op veldbedden. Onder hen zijn kinderen en drie baby’s. De advocaat die voor hen opkomt, werd woensdag bij de poort tegengehouden, “op instructie van hogerhand”. Mensen in spanning laten wachten op hun deportatie en hun raadsman de toegang weigeren: dat tart iedere menselijke norm en maatstaf, en past niet bij een rechtsstaat.

De minister van Justitie en Veiligheid zegt dat dit optreden niets met de mennonieten als groep te maken heeft. Het gaat volgens hem om de wet: geen geldige verblijfsstatus, geen werkvergunning, grond gebruikt zonder toestemming. Dat klinkt helder. Maar wie de feiten op een rij zet, ziet iets anders.

Wat de boer niet kent

Het spreekwoord zegt: wat de boer niet kent, dat eet hij niet. En wat de boer niet lust, dat eet hij ook niet. Suriname kent zijn eigen ongeregeldheden heel goed, en heeft er al lang mee leren leven. In het binnenland woelen goudzoekers zonder papieren, veelal uit de buurlanden, al jaren het bos om. Zij laten kwik achter in de rivieren waaruit dorpen hun water en vis halen. Ook uit andere landen verblijven hier, zoals algemeen bekend, grote aantallen mensen zonder geldige papieren. Zij werken, handelen en bouwen. Ze worden gedoogd.

Mennonitische boeren kent Suriname niet. Ze dragen andere kleding, spreken een andere taal en leven in hun eigen gemeenschap. En kennelijk lust de boer ze niet.

Een makkelijke prooi

Juist deze groep deed alles wat illegale migranten nooit doen. Ze meldden zich. Ze dienden aanvragen in, met naam, paspoort en geboortedatum. Ze lieten weten waar ze woonden en wat ze van plan waren. De autoriteiten wisten dus precies wie ze waren en waar ze te vinden waren.

Dat maakte hen tot een makkelijke prooi. Geen gevaar voor de agenten, geen verzet, geen vluchtende mensen in het bos.

Wel camera’s en persberichten. De minister vertelde zelf dat alleen het bereiken van het gebied ongeveer een miljoen SRD heeft gekost. Wie zoveel moeite en geld steekt in het oppakken van zestig vreedzame boeren, terwijl elders duizenden anderen ongestoord hun gang gaan, wekt de indruk dat het hier vooral om het beeld gaat: kijk eens hoe streng wij zijn.

Boter op het hoofd

Daarbij heeft diezelfde overheid zelf tonnen boter op het hoofd.

Deze families kwamen niet ongevraagd. Op 6 oktober 2022 gaf de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken, de heer A. Ramdin, schriftelijk toestemming aan vijftig mennonitische families uit Bolivia om naar Suriname te komen en hier in de landbouw te werken. Het ministerie vroeg zelf om hun namen en documenten.

De brief van minister Ramdin (BIBIS) van 6 oktober 2022, ref. MBIBIS/8557/2022: toestemming voor vijftig mennonitische families uit Bolivia.

In mei 2024, ruim binnen de termijn uit die brief, vroegen zij via VFS Global, het bedrijf dat namens de staat de visumaanvragen in ontvangst neemt, een machtiging tot kort verblijf (MKV) aan. Iedere aanvrager kreeg een eigen aanvraagnummer. Die nummers liggen er nog steeds. Daarna bleef het tweeënhalf jaar stil: geen beslissing, geen vraag om aanvullende stukken. De status online opvragen lukt niet. Toen ik in september namens de families navraag deed bij VFS Global, verwees men mij binnen een dag naar Buitenlandse Zaken en Justitie. Daar kwam geen antwoord.

Een van de betalingen aan VFS Global (24 februari 2024, € 513) voor de MKV-aanvragen van de vijftig families, samen 276 personen. Dit zijn de aanvragen waarvan nu wordt beweerd dat ze nooit zijn ingediend. Naam en rekeningnummer van de betaler zijn weggelakt.

Deze week verklaarde de minister dat bij Vreemdelingenzaken geen enkele aanvraag van deze mensen is gevonden. Diezelfde dag meldde Starnieuws dat hun aanvragen zouden zijn afgewezen. Beide kan niet tegelijk waar zijn. Wie op de verkeerde plek zoekt, vindt niets: een MKV loopt niet via Vreemdelingenzaken, maar via VFS Global en Buitenlandse Zaken. En als er na tweeënhalf jaar stilte opeens in één middag wordt beslist, precies op het moment dat de deportatie al is voorbereid, dan overtuigt dat niemand.

Een overheid die haar eigen procedures niet volgt en niet binnen een redelijke termijn beslist, kan de mensen die op die beslissing wachten niet verwijten dat ze geen papieren hebben.

Huis en haard achtergelaten

Op grond van de verwachtingen die deze overheid hen voorhield, hebben deze families in Bolivia huis en haard achtergelaten. Ze verkochten hun land, hun huizen en hun bedrijven. Daar hebben ze niets meer om naar terug te keren. Wie hen nu uitzet, zet hen niet terug naar huis. Hij zet hen op straat, in een land dat ze juist hadden verlaten omdat Suriname hen welkom heette.

Baby’s zonder werkvergunning

Dan is er nog het verwijt van werken zonder werkvergunning. De Wet Werkvergunning Vreemdelingen richt zich op de werkgever: het is een werkgever verboden een vreemdeling zonder vergunning voor zich te laten werken. Deze families zijn niemands werknemer. Ze kwamen om voor eigen rekening en risico te boeren, met hun eigen machines en hun eigen kapitaal. Wat zij nodig hebben, is een verblijfstitel. Die hebben zij aangevraagd.

En de kinderen? De drie baby’s in de barak van Kraka hadden ook geen werkvergunning. Zij dachten alleen dat ze in een nieuwe omgeving verder konden spelen.

Wat een rechtsstaat nu moet doen

De wet wijst hier zelf de weg. In 2019 behandelde de kantonrechter in Paramaribo de zaak van een vreemdeling die door de strafrechter was vrijgesproken, maar toch tot ongewenst vreemdeling werd verklaard (SRU-K1-2019-6, zaaknummer AR-192819, vonnis van 18 juli 2019, te vinden op rechtspraak.sr). De rechter wees erop dat de Vreemdelingenwet daarvoor een eigen weg kent: een verzoek tot herziening bij de President. Zolang op dat verzoek niet is beslist, blijft uitzetting volgens artikel 34 lid 1 van die wet achterwege. Wie zich tegen zo’n besluit verweert, mag dus in Suriname blijven tot daarover is beslist. Ook deze families hebben inmiddels zo’n verzoek bij de President ingediend.

Over de juridische vragen beslist de rechter, en dat oordeel moet worden gerespecteerd, ook door de regering. Daarnaast mag van een rechtsstaat het volgende worden verwacht:

  • dat niemand wordt uitgezet voordat de rechter heeft beslist;
  • dat niemand wordt uitgezet zolang op zijn tijdig ingediende aanvraag niet zorgvuldig is beslist, en dat besluit niet schriftelijk aan hem is meegedeeld, zodat hij zich kan verdedigen;
  • dat Buitenlandse Zaken per aanvraagnummer openbaar maakt wat er met de aanvragen is gebeurd;
  • dat advocaten toegang krijgen tot de mensen die zij bijstaan;
  • en dat de wet voor iedereen op dezelfde manier wordt toegepast, ongeacht waar iemand vandaan komt, wat hij gelooft of hoe hij eruitziet.

Suriname is er terecht trots op dat hier zoveel volken, talen en geloven vreedzaam naast elkaar leven. Die trots verplicht. Een boer mag kieskeurig zijn over wat er op zijn bord komt. Een staat mag dat niet. Wie de wet bij de één streng toepast en bij de ander een oogje toeknijpt, handhaaft geen wet. Hij kiest.

Dr. Bert Schreuders is bedrijfseconoom, woont sinds 2012 in Suriname en begeleidt sinds 2023 mennonitische families bij hun administratie en vergunningen.

INGEZONDEN.

Facebook Comments Box