WE MOETEN NIET EERST VERDRINKEN VOORDAT WIJ IN DE OLIE KUNNEN ZWEMMEN

Get real time updates directly on you device, subscribe now.

VES – in en outlook:|“Uit de hand gelopen regeerbeleid dwingt regering tot draconische maatregelen”

Suriname stevent af op een enorme crises, die je niet kan afwentelen met lapmiddelen of door het Corana-virus er de schuld van te geven. De onafwendbare crises kunnen we alleen te boven komen met goed beleid. Door het voortijdig ( voor de verkiezingen) uitlekken van hoe op een illegale manier de regering met de valuta van de burgers, die bij de centrale bank in bewaring was gegeven, is omgesprongen, is de situatie compleet uit de hand gelopen. Het opmaken van de nationale reserves met als gevolg een enorme koersstijging leidt tot allerlei draconische maatregelen van de regering omdat die niet meer aan haar verplichtingen kan voldoen en een belangrijke verkiezingsissue in het water dreigt te vallen. Vlak voor de verkiezingen wenst de regering koste wat het kost,  vast te houden aan een koers van SRD 7.52 voor de US-dollar”, zegt voorzitter Winston Ramautarsing van de Vereniging van Economisten in Suriname (VES) inleidend, die samen met zijn bestuursleden  Debipersad en Swami Girdhari een in en outlook maakt over de politieke  situatie in het land.

De economen weerspreken dat het goed gaat met de economie en willen benadrukken dat er allerlei kunstgrepen worden toegepast om de schijn op te houden, terwijl het al een hele tijd verkeerd gaat. “Dat hebben wij niet alleen al enkele jaren geconstateerd, terwijl we worden uitgemaakt als doemdenkers en negativisten, maar nu zeggen ook internationale economen hetzelfde. Het vertrouwen in de regering is gedaald naar het nulpunt. Een voorbeeld hiervan is dat de bond (lening) van USD 550 miljoen nu op 52 procent is, wat betekent dat de mensen die geld aan Suriname hebben geleend geen vertrouwen hebben dat zij in 2026 hun geld terug zullen zien. Zij willen er van af al is het maar voor de helft van de prijs”, zegt Ramautarsing. “Ook het positief nieuws dat er een tweede oliebron is gevonden in Suriname heeft niet geleidt tot positieve reacties op de obligatielening. Als er vertrouwen was zou de prijs daarvan meteen naar boven zijn getrokken. “De markt heeft niet gereageerd. Als het goed ging met Suriname dan zou dit het moment zijn dat de prijs van de obligatielening zou stijgen. De markt ziet het met dit beleid gewoon niet meer zitten”, vult Debipersad aan.

We moeten niet eerst verdrinken voordat wij in de olie kunnen zwemmen

Met het vinden van olie voor de kust van Suriname is weer aangetoond dat Suriname potentie heeft, maar om daadwerkelijk in de olie business te kunnen opereren speelt niet slechts de prijs van olie, maar ook de nationale condities een belangrijke rol. “We zijn heel blij met de vondst en hopen dat er veel meer gevonden wordt want dat maakt jouw ontwikkelingsperspectief beter. Dit biedt ons de kans om toch redelijk snel uit het diepe dal te komen, want dat we naar een diep dal gaan is onafwendbaar. We komen er wel uit maar niet zonder structurele beleidsombuiging die pijnlijk kan zijn. We moeten niet eerst verdrinken voordat we in de olie kunnen zwemmen. We moeten nu eerst overleven en er uit groeien. Zowel bij de overheid als het bedrijfsleven en eigenlijk de hele mentaliteit van de bevolking moet worden omgebogen van een consumptie economie naar een productie economie. We moeten af van het consumptie beleid zoals wij de afgelopen jaren hebben gekend, waar mensen zitten te wachten op een pakket, zonder dat zij daarvoor productie hebben geleverd. Er moeten juist arbeidsplaatsen gecreëerd worden zodat mensen zelf kunnen verdienen om een huis te kunnen bouwen en andere dingen om hun familie veilig en welvarend te laten zijn. De politiek zal dus het goede voorbeeld moeten geven voor beleid – en mentaliteitsombuiging.                 

Hoefdraad heeft in 2014 /2015 hetzelfde scenario toegepast

De VES had in eerste instantie verwacht dat de crises, met koersstijging pas na de verkieizngen van 25 mei zich zou uitbarsten. “Wij gingen ervan uit dat de NDP-regering er alles aan zou doen om de koers stabiel te houden en de economie kunstmatig stabiel de laten zijn, om na de verkiezingen de uitbarsting te krijgen. Dit is overigens hetzelfde scenario dat de regering heeft toegepast in 2014 en 2015 met name het opmaken van de deviezen reserves en de monetair financiering van een indrukwekkende verkiezingscampagne. Gezien het resultaat heeft het volk het gelooft en hebben ze zich toen er aardig uit gered. Nu is er echter iets fout gelopen bij de centrale bank, er is voortijdig gebleken hoe de regering met de valuta van het volk is omgesprongen dat bij de bank is bewaring was gegeven. In 2015 bleek pas na de verkiezing dat de toenmalige Governor nu minister Hoefdraad SRD 2.4 miljard monetair had gefinancierd, een illegale activiteit die werd gesanctioneerd door het om te zetten in een langlopende lening aan de staat. Die lening staat nu voor 2.3 miljard op de balans als een schuld bij de centrale bank. De monetaire ook wel genoemd inflatoire financiering is een criminele daad. Het resultaat van deze zelfde illegale daad is nu voortijdig naar buiten gekomen met het huidige gevolg.

De Valuta wet

De wijze waarop de valuta wet recent tot stand is gekomen wordt door Girdhari getypeerd als een commando overval; ‘overnight’ opgelegd door een parlementaire meerderheid van 26 man. Het is zonder enige vorm van samenspraak met partijen als de werkgeversorganisaties, de vakbeweging, de bankiersvereniging, de producenten en andere maatschappelijke organisaties en zelfs de Governor van de CBvS doorgedrukt. “We zien uiteindelijk een maatschappelijke ontevredenheid na de aanname van de wet, vooral bij het maatschappelijk middenveld.

Het doel van de initiatiefnemers dat deze wet, het leven dragelijker maakt voor de ‘mofina wan’ is paradoxaal. Het kan bij Girdhari er niet in dat met die tegenstrijdige gedachtegang de productiesector volledig wordt verlamd. Volgens de wet moet 60 procent van de valuta die exporteurs verdienen terugkomen naar Suriname en 40 procent mag worden aangehouden in het buitenland. “ Dat is onmogelijk omdat je in het buiteland geen rekeningen meer kan openen vanwege gewijzigde wetgeving. in Suriname gevestigde bedrijven moeten dus gewoon hun dollars naar hier halen, wat op zich geen probleem is zolang zij dat kunnen omwisselen tegen de koers die reel is. De officiële koers van de centrale bank is SRD 7. 52 voor de US-dollar, terwijl alle input lokaal afgestemd zijn op de parallelkoers van bijkans SRD 14. Hun kosten zijn dus bijna het dubbele. Dus het economische verhaal klopt niet en is verre van rationeel. Uiteindelijk zullen deze bedrijven moeten sluiten. De zogenaamde 40 procent die zij mogen aanhouden kunnen zij volgens de initiatiefnemers gebruiken om te investeren. De Surinaamse economie is erg inefficiënt. Er zijn heel veel productiebedrijven in Suriname die met een zeer lage winstmarge opereren. Dus als je 60 procent moet omwisselen tegen een lagere koers  dan blijft er uiteindelijk niets over om jouw bedrijfsvoering te doen. De wet heeft grote impact op vooral de productiesector en uiteindelijk gaat het ten koste van de mofina wan”.

UNITEDNEWS