ZULLEN ALLE BINNENLANDSE DORPEN VOORZIEN ZIJN VAN 24 UUR STROOM ROND 2030

Analyse: United redactie | Foto: Valerie Lalji, directeur Energie op NH

Het Ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen (NH) heeft bij monde van directeur Energie Valerie Lalji formeel het strategische doel herhaald om tegen het jaar 2030 alle inwoners van Suriname, ongeacht hun geografische locatie, te voorzien van een continu elektriciteitsnetwerk van vierentwintig uur per dag.

Deze doelstelling rust in grote mate op de transitie naar hernieuwbare energiebronnen in de rurale gebieden en het binnenland, waar de installatie van decentrale zonne-energieparken op dit moment als de meest kostenefficiënte oplossing wordt beschouwd. Binnen de rurale elektriciteitsvoorziening zijn de afgelopen zes jaar reeds zeventig dorpen via internationale financierings- en samenwerkingsverbanden aangesloten op een continu energienet. Desondanks blijft een aanzienlijk aantal gemeenschappen in het achterland verstoken van een permanente stroomvoorziening, terwijl de opgezette zonne-energiesystemen in de aangesloten dorpen vooralsnog over een beperkte capaciteit beschikken. De huidige infrastructuur levert uitsluitend voldoende vermogen voor basaal huishoudelijk gebruik, waardoor lokale commerciële ondernemingen noodgedwongen buiten het net worden gehouden en afhankelijk blijven van eigen aggregaten totdat aanvullend investeringskapitaal voor netuitbreiding wordt aangetrokken.

Om deze capaciteitsbeperkingen én het gebrek aan basale voorzieningen in de regio integraal aan te pakken, zet het ministerie in op het BioSweet-project, dat naast een continue stroomvoorziening eveneens drinkwater, telecommunicatie en ondersteuning van de lokale economie moet integreren.

Dit pilotproject, dat onder belangstelling van de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank (IDB) staat en gepland is voor de initiële opstartfase, dient tevens om kleinschalige bedrijven van stroom te voorzien en moet als regionaal model fungeren. De landelijke realiseerbaarheid van de 2030-visie hangt volgens het ministerie uiteindelijk af van gesynchroniseerde institutionele samenwerking tussen NH, het Ministerie van Olie, Gas en Milieu (OGM), Staatsolie en de N.V. Energiebedrijven Suriname (EBS), gecombineerd met gerichte netwerkexpansie en capaciteitsversterking bij het staatsbedrijf.

Een journalistieke en analytische beoordeling van de haalbaarheid van de stelling dat heel Suriname rond 2030 over een continue, duurzame en betaalbare stroomvoorziening zal beschikken, wijst op een hoog risicoprofiel met een gematigde tot lage waarschijnlijkheid op een volledige landelijke dekking binnen de gestelde tijdshorizon. De ambitie is theoretisch en strategisch te verdedigen gezien de stijgende internationale bereidheid tot het financieren van klimaat- en energietransitieprojecten in de Guiana-regio, alsmede de dalende kosten van fotovoltaïsche technologie en energie-opslagsystemen (BESS). Echter staan tegenover deze kansen omvangrijke structurele en financiële knelpunten. Ten eerste toont de huidige situatie aan dat de bestaande micro-grids in het binnenland kampen met capaciteitsrestricties: het uitsluiten van lokale bedrijven remt de lokale economische ontwikkeling en geeft aan dat huidige projecten primair voorzien in een minimale sociale ondergrens in plaats van een robuuste netinfrastructuur. Ten tweede is de afhankelijkheid van externe, nog niet definitief goedgekeurde internationale financieringsstromen een vertragende factor, waardoor de continuïteit en de schaalbaarheid van de uitrol afhankelijk blijven van externe bureaucratie en goedgekeurde kapitaalallocaties.

Ten derde vereist de transformatie van het landelijke elektriciteitsnet zware kapitaalintensieve investeringen in de transmissie- en distributienetwerken van de EBS, een organisatie die traditioneel onder druk staat door tariefsystematieken, subsidievraagstukken en operationele uitdagingen. Ten slotte brengt de geografische dispersie van de binnenlandse gemeenschappen logistieke en onderhoudstechnische complexiteiten met zich mee, waarbij de lange-termijn operationaliteit van zonneparken in tropische omstandigheden staat of valt met duurzame beheerstructuren en lokale technische capaciteit. De prognose luidt derhalve dat het behalen van een significante verhoging van de dekkingsgraad tegen 2030 realistisch is voor grote bevolkingsconcentraties en geselecteerde dorpen, maar dat een volledige, universele 1×24-uurs dekking voor werkelijk iedere Surinamer tegen 2030 zonder vertragingen op het gebied van kapitaal, netinvesteringen en logistiek infrastructureel onhaalbaar zal blijken.

UNITEDNEWS

Facebook Comments Box