CORRUPTIE EN HET GRONDUITGIFTE BELEID

Ingezonden: Sabrina Ramadin

Recentelijk is het artikel “Onregelmatigheden bij gronduitgifte” gepubliceerd, waarbij de auteur belicht op welke wijze een grondaanvraag van een burger is “ingepikt” door een ambtenaar werkzaam bij het Ministerie Grondbeleid en Bosbeheer (GBB).

Dit artikel heeft wat ruis teweeggebracht en enkelen uit de samenleving opperde dat de minister van GBB over de beoordelingsvrijheid beschikt voor wat betreft de afhandeling van de grondaanvragen. Dit heeft mij ertoe gedreven een nader onderzoek te verrichten.

In casu heeft een burger A.F. sinds het jaar 2008 een grondaanvraag ingediend en tot heden heeft de minister van GBB terzake zijn grondaanvraag geen besluit genomen. Dit, terwijl de minister conform de wet verplicht is om binnen 6 maanden na ontvangst van de grondaanvraag, de aanvrager per brief te berichten binnen welk termijn zijn aanvraag zal worden afgehandeld (art. 5 Decreet Uitgifte Domeingrond). Indien de minister van oordeel is dat de grondaanvraag dient te worden afgewezen, dan wordt de grondaanvrager hiervan bij beschikking geïnformeerd (artt. 6 en 8 Decreet Uitgifte Domeingrond).

Helaas is de geldende wetgeving terzijde geschoven om de grond die sinds 2008 was aangevraagd door de burger A.F. uit te geven aan de STICHTING MOONLIGHT SHADOW, die haar grondaanvraag in het jaar 2021 had gedaan en het grondhuurrecht in datzelfde jaar heeft verkregen (zie bijlage I). Uit onderzoek is ook gebleken dat voormelde stichting wordt vertegenwoordigd door een ambtenaar W.K. (zie bijlage II) die ook werkzaam is bij het Ministerie GBB. Het is overduidelijk dat er in casu sprake is van corruptie, want betrokken ambtenaar heeft door misbruik te maken van haar functie zichzelf gezegend met een stuk land (art.1 lid k Anti-corruptie wet).

Aan de minister van GBB is er een zekere mate van beoordelingsvrijheid toegekend. De beoordelingsvrijheid houdt in dat een bestuursorgaan, in casu de minister, de vrijheid heeft om conform haar inzichten besluiten te nemen ter afhandeling van de grondaanvragen. Wat we niet uit het oog mogen verliezen is dat de beoordelingsvrijheid ook zijn grenzen kent, anders is er ruimte voor willekeur en corruptie. De wetgeving en vooral de Surinaamse rechtspraak vormen o.a. de grenzen van de beoordelingsvrijheid. Conform de rechtspraak moeten grondaanvragen in volgorde van ontvangst (LaD. No.) worden afgehandeld. In casu heeft de minister, door de overschrijding van de wetsbepalingen en de beginselen van behoorlijk bestuur, een betwistbare gronduitgifte verricht.

Het is publiek geheim dat: a) de bepaalde grondaanvragen van burgers door bepaalde ambtenaren van het Ministerie GBB worden “ingepikt”; b) er steekpenningen worden geëist ter afhandeling van de aanvragen; c) bewerkte en beheerde gronden met vervallen huur- en erfpachtsrechten, aan derden worden uitgegeven (niet aan degene die gerechtigd is tot de grond); d) er veelvuldig gronduitgifte plaatsvindt zonder naleving van de geldende wetgeving en natuurlijk mogen we de dubbele/triple gronduitgiften met alle gevolgen van dien, niet vergeten.

Gelet op het voorgaande rijst de retorische vraag als de minister van GBB daadwerkelijk poogt om de corruptieve praktijken binnen haar ministerie in te dammen.

Corruptie kan worden verminderd door aansprakelijkheidsstelling en het bieden van transparantie qua het proces ter indiening en afhandeling van de grondaanvragen.

ANALYSE

 

 

 

 

Facebook Comments Box