SAIL FOR SALE

Tekst: Kenneth Sukul

Na de Tweede Wereldoorlog besloot de Surinaamse overheid de bauxietverwerking in het land verder te ontwikkelen.

Om dit mogelijk te maken, werd een plan opgesteld voor de bouw van een stuwmeer in de Surinamerivier, dat goedkope energie moest leveren. De overheid en deskundigen beseften toen al dat de bauxietsector op zichzelf niet zou zorgen voor algehele economische ontwikkeling. Toen particuliere investeringen in de productiesector uitbleven, besloot de staat daarom om staatsbedrijven op te richten. Hiermee hoopte men niet alleen de economie te stimuleren, maar ook om particulieren aan te moedigen zich meer te richten op productie.

Doel van Staatsbedrijven

Na de Tweede Wereldoorlog werd in Suriname het Vijfjaren- en Tienjarenontwikkelingsplan opgezet. In het kader hiervan werden onder meer Grassalco, het bacovenbedrijf Surland, de Tropica-sappenfabriek, de Melkcentrale Paramaribo en andere productiebedrijven opgericht. Na de onafhankelijkheid in 1975 kwamen daar nog bedrijven bij zoals suikerplantage Mariënburg, verschillende palmoliebedrijven, Bruynzeel Suriname Houtmaatschappij, Stichting Machinale Landbouw (SML) en de huidige Energiebedrijven Suriname. Deze ondernemingen werden overgenomen van Nederlandse bedrijven die bij de onafhankelijkheid  van Suriname vertrokken uit ons land.

De opzet van deze staatsbedrijven was enerzijds gericht op het stimuleren van de productie en anderzijds op het dienen als voorbeeld voor particuliere initiatieven.

Toch bleven particuliere ondernemers, met uitzondering van die in het district Nickerie, ook na de onafhankelijkheid vooral actief in de handel. Bovendien werden zij daarbij gesteund door opeenvolgende regeringen en de financiële sector, waardoor er nauwelijks interesse ontstond voor deelname in de productiesector.

Staatsbedrijven als Melkkoe

Na de onafhankelijkheid werden staatsbedrijven door de politiek vaak gezien als verkiezingstrofeeën, terwijl hun financiers de bedrijven eerder als hinderlijke obstakels of “melkkoeien” beschouwden. In de raden van commissaris en directies werden partijgenoten benoemd die de belangen van de financiers moesten behartigen. Leveranties werden niet langer door de bedrijven zelf aangeschaft, maar verstrekt door bevriende ondernemers van de financiers. Zo produceerde het bedrijf Cobo nv. gecertificeerde buizen voor drinkwatertransport, maar liet de Surinaamsche Waterleiding Maatschappij (lees: de regering) invoerrechtenvrije buizen importeren voor hetzelfde doel. In de melkveesector werd de eigen melkproductie tegengewerkt, zodat een lid van de raad van commissarissen van de Melkcentrale Paramaribo melkpoeder kon leveren. Ook werd bij Bruynzeel A-kwaliteit hout als C-kwaliteit aan de concurrent verkocht.

SAIL, dat in 1984 door de staat werd overgenomen vanwege het vertrek van de eigenaar, exporteerde vanaf eind jaren tachtig niet langer rechtstreeks, maar via een tussenpersoon, waardoor een groot deel van de inkomsten buiten het bedrijf bleef en SAIL in de rode cijfers belandde. De bacovenplantages van Surland raakten tijdens de volksacties tegen de regering Wijdenbosch/Radhakishun in 1999 ter behoud van Staatsolie verwaarloosd , en kort daarna verlaagde de afnemer de prijs per doos bacoven, wat het bedrijf verder in de financiële problemen bracht.

Het Lot van Surland

De regering-Venetiaan/Ajodhia, die in 2000 aantrad, weigerde Surland te ondersteunen en sloot het bedrijf op aandringen van de Europese Unie (EU). In ruil ontving de regering een schenking van 20 miljoen euro om het bedrijf opnieuw op te starten onder de naam SBBS, met de uitdrukkelijke voorwaarde dat het zou worden geprivatiseerd. In 2019 werd Surland verkocht aan het Belgische FAI. Kort daarna werden de bacovenplantages in Nickerie en Saramacca Op een mysterieuze wijze getroffen door het Mokka-virus, waarna FAI in februari 2020 onaangekondigd vertrok uit Suriname. Terwijl multinationals wereldwijd hun eigen kapitaal gebruiken om in het buitenland te investeren, had de Hakrinbank (lees: Suriname) FAI zeven miljoen dollar werkkapitaal verstrekt, terwijl dit eerder aan Surland was geweigerd. FAI vertrok zonder deze lening terug te betalen.

Investeringen

Omdat inkomsten niet naar de bedrijven zelf gingen, konden zij niet investeren om efficiënter te produceren of de waarde van hun producten te verhogen. Ze vervielen in een slechte staat en kwamen in de rode cijfers. Het landbouwbedrijf Wageningen, eigendom van de Stichting Machinale Landbouw, kreeg in 2005 de opdracht om met overheidsfinanciering 5000 hectare padie in te zaaien. Vlak voor de oogst werd de financiering echter abrupt stopgezet, waardoor het bedrijf definitief failliet ging. De regering van 2015-2020 heeft het bedrijf vervolgens onrechtmatig “geschonken” aan een partijgenoot. Ondanks het bewijs dat dit illegaal was, heeft de huidige regering hier nog niets aan gedaan. Integendeel, zij heeft geld geleend bij de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank voor de oprichting van een nieuw rijstverwerkingsbedrijf, zonder duidelijkheid over de eigenaar of het doel. Anders dan de SML zal dit nieuwe bedrijf door zijn beperkte capaciteit de padieprijs niet kunnen beïnvloeden en zal het ook geen toegevoegde waarde aan de rijstsector bieden.

Bij Staatsolie werd in juli 2010 de beslissing genomen om de raffinaderij uit te breiden, ondanks dat de toenmalige regering en haar opvolgers wisten dat het resultaat negatief zou zijn. In totaal werd er 1,5 miljard Amerikaanse dollar geïnvesteerd, en de staat heeft sindsdien 1,7 miljard minder aan winstbelasting en dividend ontvangen dan vóór de uitbreiding. Dit brengt het totale verlies op 3,2 miljard Amerikaanse dollar. Momenteel blijft het bedrijf nog overeind door het dividend dat het ontvangt van het goudbedrijf Newmont. In 2019 werd een verouderde en niet-luchtwaardige Boeing-777 aangeschaft voor de SLM door personen die daartoe niet bevoegd waren. Deze aankoop werd achteraf, tegen beter weten in, door de SLM-directeur vanuit Nederland goedgekeurd, waarmee hij feitelijk ook het faillissement van de SLM bezegelde.

Reden tot Verkoop Staatsbedrijven?

In principe worden staatsbedrijven geprivatiseerd om ze te helpen hun oorspronkelijke doel en taak beter te vervullen. In het geval van SAIL zou dit betekenen dat een investeerder zich aan de doelstelling van het bedrijf bindt en investeert in de verwerking van hoogwaardige visproducten. De regering zou echter, volgens de vakbond, overwegen om het bedrijf te verkopen aan een ondernemer die op het terrein een hotel wil bouwen. Niet alleen heeft deze verkoop niets met de ontwikkeling van de vissector te maken, maar het roept ook de vraag op waarom de regering denkt dat er behoefte is aan nog meer hotelkamers. De afgelopen vijftien jaar zijn er al veel hotels gebouwd, en de regering heeft zelfs recentelijk (Babylon) opgekocht van een bevriende ondernemer die verlies leed.

Tot op heden is er geen enkele garantie dat de offshore olie- en gaswinning de Surinaamse economie daadwerkelijk zal stimuleren. Gezien de volatiele olieprijs, die nu door conflicten in Oekraïne, het Midden-Oosten en Amerikaanse sancties tegen Iran, Rusland en Venezuela boven de 20 dollar per vat ligt, zou de regering juist alles moeten doen om staatsbedrijven hun oorspronkelijke taken zo snel mogelijk te laten hervatten.

INGEZONDEN

 

Facebook Comments Box