ETNISCHE SNAAR WORDT STEEDS MAAR WEER BESPEELD
Fotocompilatie: VHP-voorzitter en president Chandrikapersad Santokhi, ABOP-voorzitter en vicepresident Ronnie Brunswijk, voormalig minister van Binnenlandse Zaken en ondervoorzitter van de PL Bronto Somohardjo, en voormalig PRO-bestuurslid en huidige NDP’er Stefano ‘Pakkitow’ Biervliet. | Auteur: Armand Snijders.
Het gebeurt in deze verkiezingstijd maar al te vaak dat racistisch getinte uitspraken worden gedaan.
De kersverse NDP’er Pakkitow heeft zichzelf onlangs gekroond tot dé racist binnen de paarse partij. Maar ook binnen andere partijen kunnen ze er wat van.
Suriname is zo’n vredelievende etnische smeltkroes waar veel andere landen in de wereld een voorbeeld aan kunnen nemen, wordt vaak gezegd. Inderdaad gaan de verschillende groepen redelijk amicaal met elkaar om. Maar ze leven vooral náást elkaar, zelden mét elkaar.
Het land heeft nog een lange weg te gaan totdat de smeltkroes tot één groot geheel is verworden. Het feit dat in de media zo vaak aandacht aan de etnische scheidlijnen die vooral door de politiek worden opgeworpen en benadrukt, zegt eigenlijk al genoeg over de huidige situatie.
Etniciteit is niet per definitie iets negatiefs; het kan ook positief zijn. Individuen kunnen er hun identiteit aan ontlenen en daar is helemaal niets mis mee. Het schept ook een onderling gevoel van verbondenheid, ook een soort veiligheid. Een mens voelt zich nu eenmaal bij de één meer op het gemak dan bij de ander.
Veel Surinamers voelen zich daarnaast meer inheems, Hindostaan, Afro-Surinamer, Javaan, marron of Chinees dan een Surinamer. Dat is niet zo vreemd voor zo’n relatief jonge natie. Het betekent echter niet dat men een eigen etnisch eilandje binnen een samenleving moet (proberen te) creëren.
Dergelijke eilandjes proberen sommige politieke partijen van oudsher in stand te houden. Ze lijken er in gespecialiseerd de etnische scheidslijnen in de samenleving zoveel mogelijk te koesteren. We kunnen dat elke dag weer zien, zeker nu campagnemachines weer volop draaien.
Vooral Abop-voorzitter Ronnie Brunswijk en zijn voormalige politieke partner Bronto Somohardjo van Pertjajah Luhur bespelen veelvuldig de etnische snaar en laten ook overduidelijk blijken dat ze vooral de omstandigheden van de marron- en de Javaanse gemeenschap willen verbeteren. Ze zeggen wel dat ze geen etnische partij (meer) zijn, aan hun handelen valt echter iets anders op te maken.
Hun etnische oriëntatie lijkt het uitgangspunt in de hele verkiezingscampagne, ze hopen echter tegelijkertijd ook andere kiezers aan te trekken. Dat dit ook zal gebeuren, is – los van andere factoren – zeer onwaarschijnlijk en het zal daarom niet het begin zijn van de door alle partijen zo gepropageerde natievorming.
De partijen zijn nog steeds op etnische leest gestoeld en de meeste politieke leiders houden dat graag zo. Ze spelen de kiezers vaak uit om hun eigen belang en dat van hun etnische groep, familie en vrienden na te streven. De VHP van president Santokhi, die beweert ook een nationale partij én er voor het hele volk te zijn, doet daar rustig aan mee. Hij beschuldigde onlangs partijen die het woord ‘nationale’ in hun naam dragen veelal racistische partijen zijn. Hij zei niet waar hij dit op baseerde.
Maar in de afgelopen weken heeft hij zelf meerdere keren bepaalde bevolkingsgroepen opgeroepen op de VHP te stemmen, waarmee hij in feite ook een duidelijk etnisch onderscheid maakt. Want hij zou in feite alle Surinamers om hun stem moeten vragen, niet de groep waar hij op dat moment toevallig is.
De NDP, die sinds haar oprichting beweert de enigste multi-etnische partij te zijn, is kennelijk verworden tot de meest racistische partij, in het bijzonder sinds ze Stefano ‘Pakkitow’ Biervliet binnen hebben gehaald. Hij was ooit tegen de huidige regering en daarvoor ook tegen de NDP.
Maar door zijn veroordeling bij de acties, die op Black Friday (17 februari 2023) tot rellen, plundering en vernieling leiden, was hij niet meer welkom bij PRO, waarbij hij zich had aangesloten.
Ook andere partijen voelden er weinig voor om de als branieschopper bekendstaande voormalige activist, als lid te verwelkomen. Bij de NDP hebben ze niet zoveel principes, waarop hij op 22 februari met open armen per helikopter in Ocer werd ontvangen.
Op het paarse podium liet hij zich beschamend uit over Hindostanen, die volgens hen naar kronto oli ruiken. Dat was een zeer racistische opmerking, waarbij hij door het complete NDP-bestuur niet op de vingers werd getikt. Ofwel de partij staat kennelijk achter die uitspraak van de nieuweling.
Ook tal van andere (kandidaat)-politici, uit de meeste partijen, maken zich regelmatig schuldig aan racistisch getinte opmerkingen. Veelvuldig wordt bijvoorbeeld de term ‘redi musu’ gebezigd als over een overloper wordt gesproken. Dat klinkt vrij onschuldig, maar het getuigt van etnisch denken. Helaas kent Suriname geen onafhankelijke instantie die politici kan corrigeren of een waarschuwing kan geven als ze – al dan niet in hun enthousiasme – over de scheef gaan, zoals in veel andere landen wel het geval is.
Marten Schalkwijk zei in 2011 al dat politiek gezien etnische propaganda de gemakkelijkste propaganda is die er is. In Suriname kan je bijvoorbeeld zeggen: ‘stem op iemand op wie je lijkt’ en niemand die daar van opkijkt. “Dat is heel racistisch, maar in feite ook heel eenvoudig. Je hebt er geen programma voor nodig, enkel een paar slogans”, aldus Schalkwijk.
Maar verkiezingen horen in feite te draaien om visie, beleid en oplossingen voor het land en de samenleving. Politieke principes wegen veel zwaarder dan huidskleur. Sterker nog, de huidskleur mag helemaal niet meetellen. En het mag zeker niet uitmaken of de president of een minister nu een Creool, Hindostaan, Javaan, marron, indiaan, Chinees of een moksi is. Een politicus die racisme als propagandamiddel gebruikt, verdient geen enkele plaats in het machtscentrum. Pas als de kiezers zich daar van bewust zijn, zal dat de ontwikkeling van Suriname ten goede komen.
ANALYSE
