VS-AMBASSADEUR DOET ONGELUKKIGE POGING TOT VERKIEZINGSBEÏNVLOEDING IN GUYANA
Foto van links naar rechts: De Amerikaanse ambassadeur in Guyana, Nicole Theriot, presidentskandidaat Azruddin Mohamed en jurist Melinda Janki. | Bron: Kaieteur.news
De gerenommeerde internationale jurist Melinda Janki heeft fel gereageerd op recente uitlatingen van de Amerikaanse ambassadeur in Guyana, Nicole Theriot.
Die verklaarde vorige week dat de Verenigde Staten “zeer bezorgd” zouden zijn als Azruddin Mohamed wordt verkozen tot lid van het parlement of deel zou uitmaken van de regering. Volgens Janki ondermijnen dergelijke uitspraken het democratisch proces in Guyana.
In een verklaring getiteld “Democratie betekent vrijheid om te stemmen op de kandidaat van jouw keuze” benadrukt Janki dat Guyanezen het recht hebben om op elke kandidaat te stemmen die voldoet aan de wettelijke vereisten – waaronder Azruddin Mohamed. Hij is de presidentskandidaat van de nieuwe partij We Invest in Nationhood (WIN), die in juni 2025 werd gelanceerd en meedoet aan de algemene verkiezingen op 1 september. Mohamed werd in 2024 door het Amerikaanse ministerie van Financiën via OFAC gesanctioneerd, maar is desondanks gerechtigd zich kandidaat te stellen.
“Of men het nu prettig vindt of niet, Mohamed voldoet aan de voorwaarden om zich verkiesbaar te stellen,” aldus Janki. “Guyanese kiezers mogen op hem stemmen. Dat is democratie.” Ze bekritiseerde de uitspraken van Theriot als “een onhandige poging om invloed uit te oefenen op de verkiezingsuitslag”.
Janki merkte verder op dat democratie soms zelfdestructieve uitkomsten kan hebben, en wees op het feit dat het Amerikaanse systeem Donald Trump tot president verhief, ondanks diens tientallen veroordelingen, een gerechtelijke uitspraak inzake seksueel misbruik en meerdere faillissementen. “Het moet tamelijk vernederend zijn voor Hare Excellentie om een veroordeelde zedendelinquent als haar hoogste meerdere te hebben,” stelde Janki scherp. Ze voegde daaraan toe dat Theriot’s werk erop gericht is Amerikaanse belangen te dienen, waaronder het veiligstellen van de winst van Amerikaanse bedrijven via grootschalige uitbuiting van hulpbronnen.
Ambassadeur Theriot had haar bezorgdheid geuit over de impact van Mohameds eventuele verkiezing op de betrekkingen tussen de VS en Guyana, en op het vertrouwen van Amerikaanse investeerders. “We bevinden ons in een prachtige positie,” aldus Theriot, verwijzend naar de openheid van Guyana voor Amerikaanse bedrijven. “Ik wil niet dat dit verandert als hij [Mohamed] lid van de regering wordt.”
Janki besluit met de vraag aan wie de zittende regering – geleid door de PPP/C – werkelijk verantwoording aflegt: aan buitenlandse bedrijven of aan de Guyanese burger. Ze stelt dat het tijd is dat het bestuur zich daadwerkelijk inzet voor het nationaal belang en dat Guyana een parlement verdient waarin samenwerking centraal staat, in plaats van dominantie door één partij.
