COLUMN: HOOP

In het midden van de jaren 80 van de vorige eeuw zag je plots overal opduiken: stickers met de hoopvolle tekst: “Er Is Hoop”. In die tijd was er bij heel veel ouders niet veel hoop. Het was een tijd waarin we als samenleving veel nieuwe gewoonten kregen. Bijvoorbeeld om netjes in de rij te staan. Dat deden wij voor die tijd enkel en alleen als dit gepaard ging met muziek. Een andere nieuwe gewoonte was om het toiletpapier efficiënter te gebruiken. Drie lagen dik? Papierverspilling. En waarvoor zijn die brede rollen eigenlijk goed voor? Gewoon delen in drie (of twee indien de vingers wat dikker zijn uitgevallen dan gemiddeld). Ook in de keuken kende creativiteit hoogtepunten: ingrediënten die absoluut niet kunnen ontbreken in Surinaamse gerechten, bleken toch niet zo onmisbaar te zijn. Stel je eens voor: gewoon lokaal geplant en geoogst voedsel in plaats van import! Ongelofelijk, maar waar. Hoewel de boodschap “Er Is Hoop” een positieve is, is zij toch een beetje bedenkelijk. Want hoop is geen zekerheid. Het is iets dat gebaseerd is op geloof. En geloven is geen weten, daarom is discussiëren over geloof altijd een gebed zonder einde.

In ons land is er deze dagen ook veel hoop, ondanks de vrijwel hopeloze bestuurlijke toestand die op haar beurt voor veel hopen heeft gezorgd. Er is natuurlijk een groot verschil tussen hoop op een betere toekomst en dingen doen om een betere toekomst te kunnen hebben. Maar vele afgestudeerden van onze Universiteit weten dat dingen doen voor een betere toekomst geen zekerheid biedt op een betere toekomst. Dat dingen doen is dus eigenlijk ook met-hoop-op: of je nu heel hard je best doet of niet, uiteindelijk is en blijft het (een) hoop. De kunst is natuurlijk om precies de juiste dingen te doen zodat dat hetgene waarop gehoopt wordt, niet alleen een hoop blijft. Hoe snel hoop kan veranderen in wanhoop hebben wij de afgelopen tien jaren kunnen aan den lijfe kunnen ervaren. Dankzij die grote verrader, de tijd, zijn wij al bijna vergeten hoe nu al weer tien jaren geleden de Surinaamse economie “booming” was. Er kon eindelijk vracht vervoerd worden van Oost naar West zonder zekere kans om de zee van dichtbij te bekijken, El Dorado was na 500 jaar eindelijk gevonden, de olie werd steeds duurder verkocht, de palmolie industrie stond op het punt om weer ontwikkeld te worden, de rijstsector hoefde eindelijk een keertje niet gesubsidieerd te worden, kaolien zou na vele pogingen voor het eerst in de historie haar plaats innemen in het rijtje export producten, gevolgd door natuursteen, een technische hogeschool was in volle glorie aan het groeien, de gezondheidszorg maakte grote sprongen voorwaarts, de Dia vond het spoor terug naar huis, enzovoorts, enzovoorts, enzovoorts. En de graadmeter van de hoop, het sparen in de eigen munteenheid, begon in rap tempo toe te nemen.

Tja, als een ezel het te goed heeft gaat hij op het ijs dansen, dus begon zo een tien jaar geleden de hopeloosheid. Want vol goede hoop werd de grootste mijnbouwmaatschappij ter wereld weggestuurd, met de hoop op een andere multinational, werd er hoopvol begonnen met de uitbreiding van de olieraffinaderij, want er werd gehoopt op een grote olievondst (die is er ook, bij de buren wel te verstaan), en werd de hoop van onder andere het Natin op uitbreiding van haar faciliteiten ontnomen. Er werd ook gehoopt op stijgende s ’landsinkomsten en dus kregen we een heus sociaal stelsel. En wat hebben wij vandaag? Wanhoop. Hoe dit heeft kunnen gebeuren? Door verkeerde hoop. Hoop op bestuurders met kennis en kundigheid die weten dat ons land geen eiland is maar een p’kin p’kin wan op deze aardbol en daarom heel voorzichtig moet omgaan met alles wat zij heeft. Is er dan nog wel hoop op een betere toekomst? Misschien een klein beetje. Op de korte termijn zijn de vooruitzichten niet zo best want het enige wat echt gedaan wordt is blijven hopen. Het kan natuurlijk anders. En met gemak ook. De historie heeft bewezen dat met een paar echt kundige bestuurders binnen een twee tot drie jaren toiletpapier weer in zijn luxe 3-vel-volle-breedte versie gebruikt kan worden. En is er hoop dat wij dit soort van bestuurders krijgen? Ik hoop van wel.

ROGIER

COLUMNIST: ROGIER CAMERON

Facebook Comments Box