PRESIDENT SIMONS: SLIM GEBRUIK VAN LANDBOUWGROND SLEUTEL TOT GROEI

President Jennifer Simons heeft tijdens de nieuwjaarsreceptie van de Vereniging van Economisten in Suriname (VES) haar economische visie uiteengezet, met een sterke nadruk op productiever gebruik van grond, vooral in de landbouw. Duurzaam omgaan met bos, bodem en water is volgens haar geen ideologische keuze, maar een harde economische noodzaak. Het land kan het zich niet veroorloven grote stukken vruchtbare grond ongebruikt te laten.

Volgens Simons sluiten milieubeleid en economische ontwikkeling elkaar niet uit. Integendeel: goed beheer van natuurlijke hulpbronnen is een voorwaarde voor landbouwproductiviteit, voedselzekerheid, toerisme en bescherming tegen klimaatrisico’s. Effectief milieubeleid voorkomt bovendien hoge kosten door milieuschade en gezondheidsproblemen. In die zin is milieubeleid ook economisch beleid. Door binnen ecologische grenzen te groeien vergroot Suriname zijn toegang tot groene financiering en versterkt het zijn internationale reputatie.

De landbouw ziet de president als eerste prioriteit voor toekomstige groei. Die sector moet “slim groeien, in balans met bosbeheer en ruimtelijke ordening”. Een sterke landbouw is nodig voor stabiele voedselprijzen, werkgelegenheid en minder afhankelijkheid van import. Simons sprak haar zorg uit over de vele ongebruikte landbouwgronden die zij vanuit de lucht ziet en noemde dat onhoudbaar.

De regering zet daarom in op herstel van landbouwinfrastructuur, sterkere instituten en hogere opbrengsten per hectare. Ook krijgt agroprocessing aandacht, zodat landbouwproducten meer waarde krijgen.

Innovatie, agroforestry en goed middelbaar en hoger landbouwonderwijs zijn daarbij belangrijk. Veilige productiemethoden en naleving van internationale standaarden moeten de export bevorderen, terwijl minder import de druk op de wisselkoers verlaagt.

Ook industrialisatie en houtverwerking kwamen aan bod. De export van rondhout wordt volgens Simons geleidelijk en verantwoord afgebouwd. De focus verschuift naar lokale verwerking en meer toegevoegde waarde. Dat vraagt om ondersteuning van zagerijen, training van personeel, kwaliteitsverbetering en strenge aanpak van illegale export. Zo blijven banen en opbrengsten in eigen land.

Toerisme ziet de president als belangrijke bron van brede welvaart. De sector levert direct drie tot vier procent van het BBP op en inclusief neveneffecten zes tot acht procent. Toerisme is vooral belangrijk voor het verdienen van buitenlandse valuta en het spreiden van inkomen over regio’s. De regering richt zich op hoogwaardig ecotoerisme en community-toerisme, betere infrastructuur, financiering voor MKB-bedrijven en een sterke internationale positionering van Suriname.

Onderwijs en gezondheidszorg zijn volgens Simons geen luxe, maar investeringen in economische groei. Suriname besteedt ongeveer vier tot 4,5 procent van het BBP aan onderwijs en circa zes procent aan gezondheidszorg. Het gaat niet alleen om meer uitgeven, maar vooral om slimmer besteden. Betere onderwijskwaliteit kan de arbeidsproductiviteit aanzienlijk verhogen. Daarom ligt de focus op basisvaardigheden, vakonderwijs en betere aansluiting op de arbeidsmarkt. In de zorg ligt de nadruk op sterke eerstelijnszorg, preventie en mentale gezondheidszorg.

Sterke economieën hebben sterke instituten nodig. Met steun van onder meer het IMF werkt de regering aan betere begrotingskaders, datakwaliteit en digitalisering bij Belastingdienst, Douane en vergunningverlening. Dat moet processen transparanter en efficiënter maken en het vertrouwen in de overheid herstellen.

De regering wil beleid beter coördineren en versnippering tegengaan. Economische keuzes zijn volgens Simons ook morele keuzes, omdat ze bepalen of gezinnen vooruitkomen en ondernemers durven investeren. Daarom wordt de planningscapaciteit van het ministerie van Financiën en Planning versterkt met rekenmodellen en scenario-analyses.

De goudsector wordt heringericht met betere registratie, strengere controle op smokkel en eenvoudigere fiscale regels. Kleine producenten worden geleidelijk opgenomen in het officiële systeem, met oog voor sociale gevolgen.

Voor de komende jaren kondigde de president concrete hervormingen aan. De Belastingdienst wordt semiautonoom en verder gedigitaliseerd, met snellere inning en risico-gestuurde controles. Er komt een ‘presumptive tax’ voor sectoren waar inkomsten moeilijk vast te stellen zijn. Inefficiënte subsidies worden afgebouwd ten gunste van gerichte steun aan kwetsbare groepen.

Wetgeving voor een spaar- en stabilisatiefonds moet medio 2025 klaar zijn. Nieuwe aanbestedings- en anti-corruptiewetten worden ingevoerd, met verplichte vermogensopgave. Staatsbedrijven worden doorgelicht en waar nodig hervormd.

Daarnaast komt er een kredietgarantieregeling voor het MKB en investeringen in landbouw, toerisme, industrie en digitale economie. Het local content-beleid wordt wettelijk vastgelegd. In 2026 start de Nationale Werkgelegenheidsagenda, gekoppeld aan investeringen in beroepsonderwijs en omscholing.

Ook een meerjarenplan voor energietransitie is in voorbereiding, met focus op zon, waterkracht en energiebesparing. Bosbeheer, agroforestry en natuurtoerisme worden geïntegreerd in het ruimtelijk beleid, mede om carbon credits te benutten. Simons besloot dat goed bestuur betekent: zorgvuldig omgaan met geld, geen loze beloften doen en regels voor iedereen laten gelden. Ze riep de VES en andere beroepsgroepen op actief mee te bouwen aan een duurzaam groeiende economie richting 2030.

UNITEDNEWS

Facebook Comments Box