JAMAICAANSE PREMIER | SURINAME KAN VOORBEELD WORDEN VOOR DE CARIBISCHE REGIO

Foto: Premier Andrew Holness noemt Surinames opkomende olie- en gassector een strategische kans voor de economische versterking van het Caribisch gebied.

De Jamaicaanse premier Andrew Holness heeft tijdens de Suriname Energy, Oil & Gas Summit & Exhibition (SEOGS) 2026 zijn waardering uitgesproken voor de wijze waarop Suriname zich voorbereidt op de ontwikkeling van zijn offshore olie- en gasindustrie.

Volgens de regeringsleider reiken de gevolgen van deze ontwikkelingen verder dan de landsgrenzen en kunnen zij bijdragen aan een sterkere en energie-onafhankelijkere Caribische regio.

Tijdens zijn toespraak op de tweede dag van de conferentie in Paramaribo omschreef Holness de opkomst van Suriname als energieland als “meer dan alleen een Surinaamse mijlpaal”. Volgens hem biedt de ontwikkeling van de offshore reserves kansen voor economische groei, investeringen en regionale energiezekerheid.

“Wanneer één van onze landen vooruitgaat, gaat de hele regio vooruit,” stelde de Jamaicaanse premier. Hij noemde de ontwikkeling van Surinames productiecapaciteit een economische transformatie die van betekenis kan zijn voor het gehele Caribisch gebied.

Holness sprak daarbij specifiek zijn waardering uit voor de rol van Staatsolie in het eerste grootschalige offshore olieproject van Suriname. Hij wees op het belang van het 20-procentbelang dat de staatsoliemaatschappij heeft verworven in het GranMorgu-project.

Voor de financiering van dit belang is naar verwachting circa 2,5 miljard Amerikaanse dollar nodig. Volgens Holness laat Suriname daarmee zien dat een land actief kan deelnemen aan de exploitatie van zijn natuurlijke hulpbronnen en niet slechts toeschouwer hoeft te zijn van buitenlandse investeringen.

“Suriname staat niet aan de zijlijn van zijn eigen ontwikkeling. Het bouwt nationaal eigenaarschap op. Dat is een belangrijk voorbeeld voor de hele regio,” aldus de premier.

De Jamaicaanse regeringsleider benadrukte dat economische ontwikkeling en energietransitie elkaar niet hoeven uit te sluiten. Volgens hem moeten landen streven naar een evenwichtige energiemix waarin fossiele brandstoffen en hernieuwbare energiebronnen naast elkaar bestaan.

“De verantwoordelijke keuze is niet olie óf hernieuwbare energie, maar een pragmatische combinatie van olie, gas, zonne-energie, waterkracht en uiteindelijk kernenergie. Zo houden we de economie draaiende terwijl we bouwen aan een schonere toekomst,” zei Holness.

Hij wees erop dat Jamaica zelf werkt aan een ambitieuze energietransitie en als doel heeft om tegen 2030 de helft van zijn elektriciteitsproductie uit hernieuwbare bronnen te halen.

Volgens Holness biedt de opkomst van nieuwe energieproducenten zoals Suriname en Guyana een unieke kans voor de Caribische regio om minder afhankelijk te worden van externe leveranciers en schommelingen op de internationale energiemarkt.

De premier stelde dat energiezekerheid voor kleine eilandstaten en ontwikkelingslanden alleen kan worden bereikt door diversificatie van energiebronnen en regionale samenwerking.

“Wij hebben nu de mogelijkheid om grotere energieonafhankelijkheid te realiseren. Uiteindelijk zullen wij niet worden beoordeeld op hoeveel grondstoffen wij hebben gewonnen, maar op hoe verstandig wij die hebben beheerd ten behoeve van toekomstige generaties,” aldus Holness.

De Jamaicaanse premier sprak tevens zijn vertrouwen uit in het leiderschap van president Jennifer Simons. Hij noemde haar een bedachtzame en toegewijde leider en sprak zijn optimisme uit over de toekomst van Suriname.

“Ik zie een grote toekomst voor het Surinaamse volk. Laten we ontdekkingen omzetten in ontwikkeling en ontwikkeling in waardigheid. Laten we bewijzen dat onze landen grote rijkdom met grote verantwoordelijkheid kunnen beheren,” zei hij.

SEOGS 2026 brengt deze week beleidsmakers, investeerders en energiebedrijven uit de regio en daarbuiten samen om de toekomst van de Surinaamse energie-industrie te bespreken. Eerder richtten onder meer de premier van Grenada, Dickon Mitchell, de president van de Territoriale Collectiviteit Frans-Guyana, Gabriel Serville, en Curaçaos tweede viceminister-president Charles Cooper zich tot de deelnemers van de conferentie.

De boodschap van Holness was daarbij duidelijk: de ontwikkeling van Surinames olie- en gasreserves wordt niet alleen gezien als een nationale kans, maar ook als een strategische mogelijkheid om de economische weerbaarheid en energiezekerheid van de gehele Caribische regio te versterken.

UNITEDNEWS

Facebook Comments Box