NIMOS EN CELOS GAAN SAMENWERKEN AAN INSTITUTIONELE VERSTERKING

Foto: Waarnemend algemeen directeur Cedric Nelom NIMOS

Het Nationaal Instituut voor Milieu en Onderzoek in Suriname (NIMOS) en het Centrum voor Landbouwkundig Onderzoek in Suriname (Celos) hebben vrijdag een samenwerkingsovereenkomst getekend.

Deze overeenkomst moet de beide instituten in staat stellen op een hoger ontwikkelingsniveau, onderzoek te doen en projecten uit te voeren op het gebied van klimaatverandering, biodiversiteit en landdegradatie. Hierdoor wordt meteen ook de Surinaamse capaciteit versterkt bij het maken van plannen voor milieu en milieu gerelateerde plannen, maar ook in de informatieverstrekking daarvan.

De ondertekening vond plaats op het kantoor van het NIMOS, door waarnemend algemeen directeur Cedric Nelom en Celos directeur Inez Demon. Van het Nimos waren aanwezig de Education en Public Awareness officer Bhareti Jankipersad en van het Nimos, bestuurslid Hesdie Grauwde

Nelom merkt op dat het voor het NIMOs de eerste keer is dat een samenwerking wordt aangegaan met een gelijkwaardig onderzoeksinstantie binnen de overheid. Met de samenwerking wordt voor elkaar ook duidelijker wat de instituten doen op het gebeid van onderzoek, kunnen zij elkaar ondersteunen en wordt gewerkt aan het versterken van elkaars personeel en staffunctionarissen. “Op die manier kan aan onderzoek en ontwikkeling veel meer gestalte worden gegeven zegt de NIMOS-waarnemend directeur”, zegt Nelom. Demon zegt dat de samenwerking past in de al gaande projecten bij het Celos op het gebeid van landgebruik, plannen en het vervaardigen van landkaarten. Dit wordt gedaan met gebruikmaking van onder andere het geografisch informatie systeem door de afdeling Natural Resources and Environmental Assessment (NARENA) van het Celos.

De beide instituten zijn van plan onder andere studenten van de technische faculteit meer te betrekken bij de samenwerking en projecten te koppelen aan hun studie. Het NIMOS is zelf al bezig met een fellowship programma voor studenten. Die kennis en kader kan volgens Nelom ingezet worden om de verschillende afdelingen van het instituut te versterken. Voor de medewerkers van de beide instituten is de samenwerking een gelegenheid om kennis en ervaring op te doen.

Nelom legt uit dat het gemis van capaciteitsversterking voelbaar is in de praktijk. Zo is als t gaat om milieumanagement geen compleet juridisch kader.

Er moet worden gewerkt met oude wetgeving. Daarnaast is er gebrek aan informatie over wat andere overheidsinstanties aan het doen zijn. Een veel voorkomend voorbeeld is dat op de commissariaten er geen capaciteit is over het milieu gekoppeld aan gezondheid. “Veelal is het personeel dat is meegegroeid in het werk, maar er niet voor zijn opgeleid. Zegt Nelom. Daarnaast is er over t algemeen het probleem om wetgeving te handhaven. Ditzelfde geldt voor infrastructuur, en ruimtelijke ordening.

UNITEDNEWS|WILFRED LEEUWIN

Facebook Comments Box