Procureur Generaal : BESLISSING KRIJGSRAAD VERDER GAAN MET 8 DECEMBER STRAFPROCES ONDERGESCHIKT AAN BESLUIT REGERING RECHTSZAAK ONMIDDELLIJK TE STOPPEN
Het besluit van de regering om opdracht te geven het 8-december strafproces onmiddellijk te stoppen, is een bevoegdheid die hoger staat dan het oordeel van de krijgsraad om het proces voortgang te laten vinden. Procureur generaal Roy Baidjnath Panday, dinsdag voor het eerst aanwezig bij dit strafproces vindt dan ook dat het Hof van justitie het oordeel van de krijgsraad moet vernietigen en over gaan tot onmiddellijke stoppen van het proces.
De procureur generaal motiveert, dat de regering in een resolutie, ondersteund met artikel 148 van de grondwet en 20 andere redenen heeft aangegeven, dat de staatsveiligheid in gevaar zou zijn wanneer het proces wordt voortgezet. “Het is de bevoegdheid van de regering om dan via het openbaar ministerie te vragen dat het proces onmiddellijk wordt gestopt”, zegt de procureur generaal. Volgens hem is de beslissing van de krijgsraad om verder te gaan met het proces genomen op basis van het wetboek van strafvordering terwijl dat van de voltallige regering is genomen op basis van de grondwet. Deze stelling wordt ook ondersteund door verschillende advocaten van de verdachten in het proces waaronder Irwin Kanhai de raadsman van hoofdverdachte Desi Bouterse. Kanhai vindt dat de grondwet van een hogere orde is dan het wetboek van strafvordering.
dinsdag heeft het Hof van justitie de zaak in hoger beroep behandeld nadat op 30 januari de krijgsraad besloot dat deze rechtszaak voortgang moest vinden en op 9 februari het openbaar ministerie het hoger beroep aantekende. Vandaag was er de gelegenheid voor de advocaten van de verdachten om hun visie te geven. Alle raadslieden behalve Gerold Sewcharan, de raadsman van verdachte Edgar Ritfeld, vroegen het Hof van Justitie gevolg te geven aan de vraag van de regering via het openbaar ministerie en de rechtszaak te beëindigen. Alleen de verdachten Ruben Rozendaal en Ritfeld die steeds hun betrokkenheid hebben ontkend staan er op dat deze rechtszaak voortgang vindt. Zij willen dat hun naam gezuiverd wordt en dat voor eens en altijd duidelijk wordt wat zich heeft afgespeeld op 7 en 8 december 1982.
Het Hof van justitie, dit keer in een kamer voorgezeten door rechter Dinesh Sewrattan met verder Anand Charan en krijgsraad lid Dennis Kamperveen besloten de behandeling te schorsen en te verdagen naar 20 april.
UNITEDNEWS|WILFRED LEEUWIN