GEOLOGISCHE MIJNBOUWKUNDIGE DIENST MOET TRANSFORMEREN NAAR MINERALEN AUTORITEIT
De Geologische Mijnbouwkundige Dienst (GMD) die in 1945 is opgericht heeft zijn langste tijd gehad. Daar zijn externe geologen maar ook de weinige die nog bij deze dienst rond lopen van overtuigd. ‘De GMD van weleer is verleden tijd’ klonk het tijdens het, tweedaagse ‘Geologisch Symposium Suriname ’dat maandag en dinsdag is gehouden in de geusthouse van de Anton de Kom universiteit van Suriname. Ontmantelen van de dienst is geen optie, wel het transformeren naar een mineraal instituut of mineraal autoriteit.
De GMD zal in elk geval losgekoppeld moeten worden van de overheid. “Met een onafhankelijke status zal de GMD beter in staat zijn te functioneren zoals het hoort. Er kan beter worden ingespeeld op de hedendaagse ontwikkelingen binnen de geologie, zichzelf bedruipen en een betere waardering geven aan kader, dat nu schaars is bij deze dienst en sterk ondergewaardeerd is ten opzichte van vakgenoten in de particuliere sector”, zegt Reginald Pansa werkzaam bij deze dienst. Bij een transformatie zou een samensmelting moeten plaatsvinden met het Bauxiet instituut, die zich al bezig houdt met bodemschat.
Het plan voor het institutionaliseren of het transformeren van de GMD is overigens niet nieuw. Al langer dan twintig jaar zou er op advies van onder andere de Vereniging van Mijnbouwkundigen en Geologen in Suriname, als binnen de overheid zelf het advies zijn gegeven, de GMD te transformeren tot een zelfstandige autoriteit. Die roep wordt nu groter, zeker omdat mijnbouwkundigen en geologen wel of niet verbonden aan de vereniging maar ook op de Anton de Kom universiteit geologie belangrijke ontwikkelingen ondergaan waarop de dienst ver achter loopt. “Het zou kunnen liggen aan inzichtelijk beleid”, zegt Pansa.
Pansa legt uit dat de GMD gekoppeld aan de overheid niet die uitstraling meer heeft zoals dat vroeger wel het geval is geweest. De dienst voert nog nauwelijks projecten uit binnen de sector. De val van de dienst werd ingezet na de onafhankelijkheid toen deskundig kader begon weg te trekken. “Bij de dienst zelf is er weinig kans dat een afgestudeerde geoloog zich verder kan ontwikkelen. Ze komen binnen als junior geologen en blijven steken op het niveau waar ze zijn, omdat er geen ontwikkelingsprojecten en onderzoekingen worden gedaan”, zegt Pansa. Hij wijst er op dat het vak een constante ontwikkeling meemaakt en juicht daarom het initiatief van de vereniging toe om op regelmatige basis particulier onderzoek en nieuwe trends te delen met het publiek en vakgenoten.
Dat geologisch kader schaars is bij de GMD heeft alles te maken met de waardering.
Bij de dienst verdient een academisch geschoolde geoloog nog maar tussen de SRD 3000 opklimmend naar SRD 4000.
“Dat is geen waardering voor kader in deze sector. De vraag van buitenlandse bedrijven naar geologisch onderzoek en dataverzameling is groot. Veel van dit kader zoekt daar hun heil als consultant of een vaste baan. Het minimale dat je daar kan verdienen met een simpele opdracht is al boven de SRD 10.000. “Het kan niet anders het gaat hier om een ontwikkelingsrichting waarvoor gekozen moet worden, een opwaartse trend van onderzoek en projecten uitvoeren”, zegtPansa.-.
UNITEDNEWS|WILFRED LEEUWIN