REBELS, TEGENDRAADS OF….GEËMANCIPEERDER?
Recentelijk was ik in gezelschap van een uitzonderlijke groep mensen. Uitzonderlijk omdat elk van hen in het leven een uitzonderlijke presentatie heeft geleverd. Op zakelijk innovatief gebied wel te verstaan.
Want uitzonderlijke presentaties leveren wij allemaal, dat is nu eenmaal het leven. Of overleven volgens hen die niet voor zichzelf (meer) kunnen zorgen. De mensen in het gezelschap zouden in een ontwikkelingssamenleving als de onze het predicaat “succesvol” opgeplakt kunnen krijgen. But succes is in the eye of the beholder, dus sommigen zouden dit soort mensen eerder als tegendraads of rebels kwalificeren. Zo noemden enkelen uit de groep zichzelf ook. Een zeer energiek heerschap uit hun midden keek en zweeg eerst bedenkelijk, waarna hij met een zonnige glimlach zei:” Nee, niet rebels maar geëmancipeerd!”. En dat heeft die schaarse hersencellen van mij die tot arbeid in staat zijn, aan het werk gezet. Emancipatie is wat ons heeft gebracht waar wij nu zijn. Op 1 juli vieren wij immers onder andere “emancipatie”. Zonder deze emancipatie waren wij nooit met zijn allen hier en had het oog ook minder te willen. Emancipatie kent zoveel betekenissen dat het eerder een begrip is. Maar eigenlijk is emancipatie gewoon een ander woord voor vrijheid. Vrij in denken en vrij in het zin geven aan het bestaan. Onafhankelijk zou ook een synoniem kunnen zijn. Het zijn in onze samenleving daarom ook onlosmakelijk met elkaar verbonden dagen: 1 juli en 25 november. Er is ook een aparte overeenkomst: 1 juli 1863 was de dag waarop de man-met-de-zweep de 300 jaar oude slaven “emancipeerde” en 25 november 1975 de dag waarop het land met de beste waterbeheersing ter wereld ons land “onafhankelijkheid” schonk. Ergens schuilt toch het vermoeden dat beide gebeurtenissen en hun benamingen niet helemaal met elkaar in overeenstemming zijn. Vrijheid is een innerlijk proces dat niet gegeven wordt. Fysieke vrijheid misschien wel, maar dat is nog geen emancipatie dacht ik zo. Maar ja, dat zijn die schaarse hersencellen nu eenmaal.
Onder zij wiens (bed)(over)grootouders nog van de geneugten van het Staatstoezicht en de “betaalde arbeid” daarna heeft mogen genieten, zijn er velen die vinden dat het slavernij verleden een belangrijke oorzaak is van ons schijnbaar onvermogen om voor ons allen een beter bestaan te creëren. Dat klopt. Alleen niet vanwege de verschrikkelijkheden die onze bed-bed-over-grootouders hebben ondergaan. Wij zijn niet gemarteld, verkracht, gevierendeeld, en nog meer van dat soort normale gang van zaken gedurende de Gouden Eeuw. Nee, het enige wat wij hebben is overlevering, traditie en vooral ontkenning. En dat is natuurlijk waar de schoen wringt. Want is het edele streven sinds 1 juli 1863 niet anders geweest dan te zijn zoals zij die de zin van het bestaan voor 300 jaar bepaalden? “Echt niet hoor, misschien mijn opa nog maar ik zeker niet meer!” O ja? I beg to differ.
Want misschien hoeft de kleur niet meer omhoog en is alle haar goed, maar “de baas” zijn lijkt nog altijd het hoogste streven. Want wat doet een baas? Die vraagt niet, maar eist. Die helpt niet maar verzorgt en verleend gunsten. Die moet je beleefd iets vragen. De baas laat je vooral merken dat de baas, de baas is en dat zonder de baas niets mogelijk is. Sounds familiar?
OK, misschien is het niet zo zwart-wit, maar in onze samenleving is het ondergeschikt maken en vooral houden van de ander wel heel erg belangrijk. Kijk maar in de spiegel en om je heen. Op vrijwel alle niveaus van onze samenleving is de slavenmeester aanwezig. De slaaf is al heel lang niet meer, maar de meester moet nog weg geëmancipeerd worden.

Columnist|Rogier I. Cameron