EX MINISTER BELFORT : “NIET IK MAAR PRESIDENT BOUTERSE BESLISTE OVER RECHTSHULPVERZOEKEN”

PARAMARIBO – Ex minister Edward Belfort van Justitie en Politie, nu parlementariër van de Abop, vindt dat hem geen enkele blaam treft toen tijdens zijn ministerperiode hij rechtshulpverzoeken vanuit Nederland heeft afgewezen. Het betreft rechtshulpverzoeken om onderzoek te doen, informatie in te winnen en personen te horen in Suriname. Hiervoor zou een delegatie van het Nederlands openbaar ministerie naar Suriname afreizen. Deze rechtshulpverzoeken hadden allemaal te maken met grote partijen drugs die vanuit Suriname werden getransporteerd. Uit de documentatie blijkt dat Belfort op 18 mei 2015, toen nog waarnemend procureur generaal Roy Baidjnath Panday , een brief heeft gestuurd met de volgende inhoud. Hierbij retourneer ik alle documenten, onder de aantekening weinig te hebben gehad aan uw uitleg, verwoord in het schrijven van 13 mei 2015. Uiteraard is het mij bekend dat er geregeld besprekingen plaatsvinden tussen de procureurs generaal van het openbaar ministerie van Suriname en Nederland omtrent de intensivering van de samenwerking, doch haal ik uit uw schrijven geen nadere informatie omtrent de werkzaamheden dat het team dat naar Suriname moet afreizen zal verrichten. Mede op grond van hiervan zal ik mijn handtekening niet plaatsen, c.q goedkeuring verlenen voor de komst van bovengenoemden delegatie  voor het voeren van gesprekken met personen op ons grondgebied.

Over zijn handtekening onder deze brief zegt Belfort nu, “Niet ik als minister maar president Bouterse besliste over alle rechtshulp verzoeken. Ik heb slechts mijn handtekening er onder moeten zetten”. Belfort zegt, in het bijzijn van andere leden van de Abop fractie dat zodra zulke rechtshulpverzoeken bij hem binnenkwamen, er een bode van het kabinet van president Bouterse klaar stond om de documenten in ontvangst te nemen en te brengen naar het kabinet van de president. In de meeste gevallen kreeg hij als minister niet eens de gelegenheid de enveloppen waarin de documentatie zat te openen. Het duurde soms lange periode voordat de stukken terug werden bezorgd. Het besluit wat met een verzoek moest gebeuren kwam rechtsreeks van de president. “Ik zeg daarom dan ook dat ik nooit meer onder deze president minister wil zijn”, zegt Belfort nu. Op de vraag waarom hij toen dan niet meteen is afgetreden zegt Belfort dat hij dat ook heeft gewild en van plan was, maar om politieke redenen het er niet van is gekomen.

De brief van Belfort aan de waarnemende pg toen, kwam nadat Baidnath Panday hem in een schrijven van 13 mei had geïnformeerd over rechtshulpverzoeken vanuit Nederland. De pg motiveerde in die brief aan de minister dat Suriname en Nederland , tot 2010  (Venetiaan periode … red) samen hebben gewerkt  op het gebied van de grensoverschrijdende criminaliteit op het niveau van openbaar ministeries en hoofden van politiekorpsen. Belfort werd ook meegedeeld dat in vorige onderzoekingen is gebleken dat Suriname wordt gebruikt als tussenstop voor het ontvangen en doorvoeren van grote partijen drugs door personen in en buiten Suriname. Baidnath Panday zei in de brief dat op basis van de historische gegevens hij ervan uitging dat er geen bezwaar zou zijn de samenwerking voort te zetten, mits de regie van de uitvoering van het verzoek in handen van Suriname zou liggen. Baidjnath Panday informeerde in die brief Belfort ook over de toen gemaakte afspraken en voorbereidingen die al waren getroffen om de Nederlandse delegatie in Suriname te ontvangen. Ook wees hij Belfort er op dat een dergelijke samenwerking is gebaseerd op het Weense verdrag van 1988, voor het bestrijden van de internationale handel in narcotica en psychotrope stoffen, waar Suriname en Nederland partij bij zijn.

Baidjnath Panday heeft na de weigerende brief van Belfort zich verontschuldigd bij Nederland en laten weten dat vanwege een ongelukkige samenloop van momenten, het openbaar ministerie niet meer kon inspelen op de indicatie dat er vanuit het ministerie van justitie en Politie gewijzigde inzichten bleken te bestaan en daardoor het verzoek niet kon worden ingewilligd.

Belfort zegt nu, dat dit een goed voorbeeld is van wat de huidige ministers in het regeerteam van president Bouterse te verduren hebben.

Noot : De reden in de brief van Belfort aan de waarnemende pg toen, alsof hij niet goed is geïnformeerd wat het Nederlands team in Suriname zou komen doen, strookt niet met de inhoud van de verzoeken. Daarin word juist aangegeven, in welke periode het team naar Suriname zou afreizen, welke personen (met naam, toenaam en functie), deel zouden nemen in het team, hoe de informatie zou worden verzameld en hoe daarmee zou worden omgesprongen.

UNITEDNEWS

 

Facebook Comments Box