BUITENLANDS BELEID REGERING CHOQUEREND VOOR WERELDGEMEENSCHAP
Suriname maakt alsmaar een slechte beurt in haar keuzes van samenwerking met landen, instituten en organisaties. Zodanig dat het volgens VHP-voorzitter Chan Santhoki choquerend overkomt bij de wereldgemeenschap.
Santokhi besprak dinsdag tijdens de begrotingsbehandeling het buitenlands beleid van de regering, dat hij funest en desastreus noemde. Volgens hem kiest de regering Bouterse sinds haar beleid negen jaar terug bewust voor samenwerkingen met landen en regionale organen, waarachter vraagtekens geplaatst moeten worden. De ondersteuning van Suriname aan de Venezolaanse president Nicolas Maduro en het niet instemmen met de nieuwe regionale ontwikkelingsorganisatie Produs, zijn een kwalijke zaak vindt de politicus.
“Ik moet constateren dat Suriname zich moedwillig isoleert en geen onderdeel wil zijn van de wereld waar democratie, rechtstaat, mensenrechten en algemene principes van economische samenwerking gewoon norm zijn”, zei de VHP-voorman. “We gaan relaties aan met landen waarvan je je moet afvragen waarvoor en wie er belang bij heeft”, zegt de parlementariër.
Hij vindt dat Suriname als klein land met een open en zwakke economie het zich niet kan permitteren geïsoleerd te staan in een wereld waar politieke relaties direct verbonden zijn met economische politiek zoals investeringen en internationale samenwerking.
“Het buitenlands beleid moet een integraal deel zijn van een ontwikkelingsbeleid. Het moet in het verlengde staan, waar onze noden en internationale belangen in dienst moeten zijn van een op groei gerichte visie. Het moet een weerspiegeling zijn van waarden en normen die we hoog in het vaandel hebben. In het buitenlands beleid moeten we ons positioneren als een respectabel volk, als en land dat onrecht bestrijd en vrede ondersteunt”, zegt Santokhi.
De spreker vraagt zich af wat het nut is van alle buitenlandse reizen die minister Yldiz Pollack-Beighle sinds haar aantreden heeft gemaakt. Santokhi vindt dat de bewindsvrouw een overzicht van deze reizen moet presenteren aan het parlement. In dat overzicht moet met ratio omkleedt worden aangegeven wat de doelen van die reizen zijn geweest, wat ze hebben gekost, maar meer nog wat Suriname er aan over heeft gehouden. De VHP-er vindt ook dat net als de ministers en de vice president in het kabinet, de Surinaamse buitenlandse vertegenwoordigers een niets voorstellende functie bekleden.
“We moeten ons afvragen als deze buitenlandse vertegenwoordigers nog zinvol zijn”, zegt de politicus.
In het maken van keuzes om samen te werken met het buitenland zegt Santokhi dat er rekening mee gehouden moet worden dat het onderhouden van goede relaties met landen, zoals de Verenigde Staten van Amerika, Nederland, China en India, maar ook grenslanden als Brazilië en Guyana, erg belangrijk zijn. NDP-fractieleider Amzad Abdoel die het buitenlands beleid juist verdedigt herinnert er aan dat Suriname de afgelopen periode 29 bilaterale overeenkomsten heeft getekend, 30 voorgenomen samenwerkingen heeft besproken en 2 verdagen zijn geratificeerd met landen en organisaties. Daarnaast heeft Suriname sinds 2018 USD 83 miljoen verdiend aan schenkingen en ‘grants’ en dat momenteel de prime minister van Bermuda en Antiqua in Suriname op bezoek is om te praten over de ‘Caribbean Development Fund’.
UNITEDNEWS
