EEN HISTORISCH FEIT ALS WAPEN TEGEN RACISME
Het in de vergetelheid geraakte voorbeeld Jagernath Lachmon/Jopie Pengel
Nu ik merk dat na de verkiezingsnederlaag van de NDP bij een bepaald slag Surinamers onverdroten racisme opborrelt, voel ik mij genoodzaakt om een historische gebeurtenis voor deze lui te ontvouwen.
Hun taalgebruik en denkbeelden druisen in tegen alle normen en waarden waarmee ik ben opgevoed, denkbeelden waar deze groep (terecht) om het hardst gilt slachtoffer van te zijn. Ik bid God dat tuig dat dit soort denkbeelden als alles vernietigende lava over ons uitspuwt, nooit de kans krijgt ons nageslacht daarmee te vergiftigen. Persoonlijk hebben wij onze kinderen voldoende bewapend tegen dit gif, hebben ze geleerd dat je mensen beoordeelt op karakter en gedrag en niet op herkomst, geaardheid of ras.
Ik vraag mij oprecht af vanwaar het waanbeeld dat Suriname één bepaalde etnische groep toebehoort. Wie zijn die nietsnutten die menen met hun racistisch taalgebruik, groepen mensen die altijd vreedzaam naast en met elkaar hebben geleefd tegen elkaar op te zetten? In plaats van zich in te spannen de penibele sociale situatie waarin zij verkeren te ontstijgen, trachten zij anderen daarin te trekken, honen mensen weg die door hard werken en studeren maatschappelijk aanzien hebben verworven.
Waren het niet de zelfde mensen, die toen de NDP de laatste 10 jaar regeermacht verwierf, iedere criticus voor de voeten wierp dat Suriname een democratie was en dit de wil van het volk. Dat daarbij enkele rechtsstatelijke principes uit het oog werden verloren, kunnen wij hen noch euvel duiden, noch van hen verwachten. Ik draag de overtuiging dat een democratie enkel succesvol kan functioneren als dat hand in hand gaat met minimale scholing van de bevolking, waardoor zij in staat zijn ethisch en moreel acceptabele keuzes te maken. Niet voor niets hameren alle oprechte leiders op het belang van scholing, of ze nou Nelson Mandela, Martin Luther King, Patrick L.O. Lumumba of Malcolm X heten.
Velen beseffen niet dat de zwakte van een democratie is dat zij zichzelf om zeep kan helpen, de democratisch gekozen Adolf Hitler transformeerde in korte tijd Duitsland in een niets ontziende dictatuur. Een democratie die niet in een rechtsstaat is ingebed, stelt niets voor. Ik vind het daarom verdedigbaar dat in die uitzonderlijke gevallen waar het voortbestaan van een rechtsstatelijke democratie op het spel staat, ALLE middelen mogen worden aangewend om de rechtsstaat te redden.
De stelling dat de NDP de eerste partij in Suriname was waarbinnen alle bevolkingsgroepen vertegenwoordigd zouden zijn, kan worden gerelativeerd door erop te wijzen dat geen partij ooit zoveel racistische sentimenten in de Surinaamse samenleving heeft losgemaakt. Niet eerder stonden Surinamers zo grimmig tegenover elkaar hetgeen blijkt uit de vele racistische online berichten. Onverdroten racistische bagger wordt schaamteloos en vol trots, maar wel anoniem, de wereld in geslingerd.
Zolang het in hun straatje past, wordt de democratie als legitimatie voor hun handelen gebruikt, maar o wee als een uitslag hen niet aanstaat, dan worden alle nobele democratische principes over boord gegooid.
Dit kan ik het best illustreren aan de hand van twee voorbeelden: de rechterlijke macht en openbaar ministerie zijn al maanden onderwerp van ongefundeerde kritiek. Enkele machthebbers ondermijnen het gezag van deze instituties door uitspraken en vervolging als zijnde politiek gemotiveerd te kwalificeren. Ik vraag mij dan ook in gemoede af waarom zaken aan deze in hun ogen incompetente mensen worden voorgelegd. Vanwaar de jubelstemming als in kort geding de rechter een tegenstander in het ongelijk stelt. En waarom wordt er bij het o zo waardeloze OM aangifte wegens smaad en laster tegen een politieke opponent gedaan? Ze ontberen toch de competentie om een zaak zonder aanzien des persoon af te handelen?
Van onderstaande historische gebeurtenis maken alle drie door mij geraadpleegde bronnen melding: ‘Jopie Pengel 1916–1970’, de dissertatie van politicoloog dr. Hans Breveeld, de politieke biografie ‘Jagernath Lachmon’ van de politicoloog drs. Evert Azimullah en een wetenschappelijk boek aan de hand van de historicus Hans Ramsoedh, ‘Surinaams onbehagen’.
Context

We schrijven begin jaren vijftig van de vorige eeuw. De grootste partij in Suriname is de NPS, een partij waarvan het electoraat voornamelijk uit de witte Surinaamse elite, de middenstand en de (zwarte) lagere sociale klasse bestaat. Ondanks de oververtegenwoordiging van deze zwarte kiezers in de partij bestond het bestuur uitsluitend uit witte Surinamers. Mensen als Gerard van der Schroeff, een advocaat, David Findlay, een bemiddelde aristocraat en eigenaar/uitgever van de krant de West, de schrijver Lou Lichtveld (Albert Helman) en ook Jopie Pengel die in 1949 in de Staten van Suriname was gekozen, hoorden tot de top van de partij.
Op enig moment stelde David Findlay de ongelijke positie van de zwarte mensen in de partij aan de kaak en vond in Pengel een groot bewonderaar en medestander. Findlay was i.t.t. Pengel bemiddeld en, mogelijk nog belangrijker, eigenaar van de grootste krant van Suriname waarmee hij de publieke opinie kon aansturen.
Nadat de relatie Pengel/Findlay gebrouilleerd was geraakt vanwege de toenemende populariteit van Pengel binnen de NPS, stapte Findlay uit de partij. Hij richtte de SDP (Surinaamse Democratische Partij) op die kort nadien als Eenheidsfront samen met o.a. de PSV, de partij van de onlangs overleden Emile Wijntuin, de verkiezingen van 29 maart 1955 inging. Veel zwarte NPS-ers bleven de partij met Jopie Pengel als absolute leider trouw, terwijl vele witte NPS-ers Findlay naar het Eenheidsfront volgden.
Pengel besefte dat hij een achterstand had op Findlay die immers eigenaar was van de grootste krant van Suriname en zo al zijn standpunten kon uitmeten. De man die Pengel te hulp schoot was Maurits Ramlakhan, eigenaar/uitgever van de krant ‘de Volksstem’ die in zijn krant een propagandacampagne voor de NPS op touw zette. Later kocht Pengel de krant op.
In de Surinaamse Staten ontstond er een band tussen Jopie Pengel en Jagernath Lachmon, de leider van de VHP (Verenigde Hindoestaanse Partij). Veelal trokken zij gezamenlijk op bij stemmingen en werden de eerste contouren van de ‘Verbroederingspolitiek’ zichtbaar.
Verkiezingen 29 maart 1955
Bij deze verkiezingen werd de NPS met leider Jopie Pengel vernederend verslagen. Er werden slechts twee zetels veroverd, één in het district Coronie (Kraag) en één in Para (Pirau). Pengel die in Paramaribo op de lijst stond, werd tot zijn grote frustratie niet gekozen. Er heerste die avond binnen de partij een grafstemming maar toch kon het NPS-bestuur het opbrengen om de gefrustreerde en verhitte aanhang tot kalmte te manen, wat een verschil met de huidige politiek. Er werd de leden een vergadering op 1 april 1955 toegezegd.
Op die vergadering sprak Pengel de in grote getale opgekomen menigte o.a. als volgt toe: ‘De strijd is door het Eenheidsfront gewonnen, maar de overwinning is niet behaald! Een groep NPS-ers heeft de NPS teleurgesteld door hun stem op de verkeerde partij uit te brengen. Deze mensen zijn hoogste kwalijk te nemen: Heer, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij hebben gedaan’(Evert Azimullah)

Op die vergadering was ook aanwezig Jagernath Lachmon, die zijn vriend Jopie Pengel met wie hij in de Staten zo vaak een front had gevormd een hart onder de riem wilde steken. Toen hij het woord kreeg zei hij o.a.: ‘De VHP heeft de strijd gewonnen, maar toch een groot verlies geleden. De VHP is geschokt door het verlies van een waardige en machtige bondgenoot. In het verleden hebben de heren Pengel en Rens getoond zonder onderscheid van wie of wat dan ook het waarachtig belang van land en volk te dienen.
De VHP heeft daarom besloten om twee van haar zetels ter beschikking te stellen van de heren Pengel en Rens. Daarmee wil de VHP niet alleen aantonen dat zij haar vrienden niet in de steek laat, maar een belangrijk deel van de bevolking, dat nu niet vertegenwoordigd is in de Staten, de gelegenheid geven medezeggenschap uit te oefenen’.
Morgen zal ik een congresvergadering van de VHP bijeenroepen en om de twee gekozen VHP-Statenleden aan te wijzen, die moeten aftreden (drs. Evert Azimullah). Dr. Hans Breeveld vult in zijn dissertatie deze toespraak aan na onderzoek in het Algemeen Rijksarchief te Den Haag (ARA 2.10.26 2855): ‘In welk land heb je ooit gehoord dat een arbeiderspartij en een landbouwerspartij de politieke strijd verloren (NPS was de partij voor de arbeiders en VHP van de landbouwers, GW). (…) Daarom zal ik morgen met mijn Congres onderhandelen om twee zetels af te staan aan Pengel en Rens’.

Ik hoop echt van harte dat dit voorbeeld uit 1955, waar mogelijk de twee grootste leiders uit de Surinaamse politiek een blok vormden, tot bezinning mag leiden en al dat haatzaaien achterwege blijft. Vergeet nooit dat Jagernath Lachmon en Pengel toen al beseften dat het niet samenwerken van de twee grootse bevolkingsgroepen van Suriname een garantie was voor een ramp. Dat besef bracht Lachmon ertoe 1/3 van zijn zetelaantal aan de NPS af te staan (ze hadden 6 zetels veroverd, GW). Zonder de filosofie van Lachmon en Pengel had de Surinaamse politiek naar mijn overtuiging een heel andere wending genomen, Pengel en Lachmon stonden voor VERBROEDERING. De Surinaamse bevolkingsgroepen zullen altijd, mogelijk tegen de zin van sommigen, een ondeelbaar geheel blijken.

