OBESITAS BIJ KINDEREN ONDER 5 JAAR ZORGWEKKEND
Wereldwijd hebben minstens 41 miljoen jongens en meisjes onder de vijf jaar te maken met overgewicht of zwaarlijvigheid. Dit betekent dat 6,1 procent van de jongste kinderen te dik is. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) spreekt van een “zorgwekkend” hoog aantal. In Suriname is het laatste onderzoek naar obesitas bij kinderen onder de 5 jaar, voor het laatst in 2010 uitgevoerd. Toen was 4% (van de 49.740), van de kinderen tot en met 4 jaar te zwaar. In de districten Sipaliwini en Brokopondo bleef het aantal op 2,2% steken.
In 1990 woog nog 4,8% (31 miljoen) van de kinderen te zwaar. “Zwaarlijvige kinderen zullen vaak ook op volwassen leeftijd te zwaar zijn, en lopen het risico op chronische ziekten”, zo waarschuwt de WHO. De huidige trend dreigt bovendien “veel van de gezondheidsvoordelen teniet te doen die hebben bijgedragen tot de hogere levensverwachting”.
Vooral in landen met lage en gemiddelde inkomens dikt het aantal obese kinderen snel aan. In 2014 kampten daar 15,5 miljoen kinderen met overgewicht, een verdubbeling in vergelijking met 1990 (7,5 miljoen). Bijna de helft (48%) van de te dikke kinderen woont in Azië (48%) en een kwart in Afrika. Ook in landen die eerder met een hongersnood te maken hadden, lopen nu obese kinderen rond. Ondervoede kinderen hebben namelijk een grotere kans op zwaarlijvigheid, zodra ze veel beginnen te eten.
Onevenwicht in de energiebalans is volgens het WHO-rapport zowel een gevolg van verandering van voedingsgewoonten, de beschikbaarheid en prijs van voedsel en de marketing rond voedsel, als van een terugval in de fysieke activiteit van kinderen, doordat ze meer tijd doorbrengen voor computerschermen of omdat ze kiezen voor zittende hobby’s. Overgewicht aanpakken vraagt niet alleen aandacht voor deze veranderde context, maar ook voor drie kritisch periodes in het leven van mensen: voor de conceptie en tijdens de zwangerschap, tijdens de vroege kinderjaren en tijdens de late kinderjaren en de adolescentie.
“De aanpak van overgewicht bij kinderen gebeurde in het verleden weinig consistent, terwijl een sterke politieke betrokkenheid nodig is, om de wereldwijde toename van het aantal kinderen met overgewicht en obesitas aan te pakken”, zegt Peter Gluckman, co-voorzitter van de commissie die het rapport op vraag van de WHO opstelde. De commissie formuleerde ook een aantal aanbevelingen om kinderobesitas aan te pakken die toepasbaar zijn in wereldwijd verschillende omstandigheden. Zo wordt er onder meer gepleit voor richtlijnen voor schoolmaaltijden, een belasting op suikerhoudende producten en strengere regels voor reclame voor ongezonde voeding.
De WHO baseerde zich voor het onderzoek op de Body Mass Index (BMI), die de verhouding tussen de lichaamslengte en het gewicht weergeeft.
BRON: VILT.BE