TONY CARAM | EFFECTEN VAN ONGEKENDE ECONOMISCHE SCHOKKEN OMBUIGEN

Surinaamse specialisten nemen het voortouw bij de planning

Het eerste officiële concept van het Crisis- en herstelplan 2020-2022 dat op 12 januari jongstleden is gepubliceerd door het Ministerie van Financiën, heeft uiteenlopende reacties met verschillen van inzicht opgeleverd. Een groep heeft het concept met een micro-view beoordeeld en kanttekeningen geplaatst bij vooral de vooronderstellingen, berekeningen, uitkomsten en verwachtingen van de in het concept gepresenteerde rekenmodellen. Een andere groep, waartoe ik mijzelf reken, heeft het concept met een macro-view beoordeeld en heeft met instemming kennis genomen van vooral de analyse van de oorzaken van de ontsporing van de economie van Suriname en van de beleidsinstrumenten die moeten worden ingezet om haar op het juiste spoor te trekken.  

Een ander verschil van inzicht betreft de vraag aan welke instantie de opdracht moest worden gegeven tot het concipiëren van het onderhavige concept. Geheel in overeenstemming met de binnen onze gemeenschap heersende gevoelens, kozen beleidsvoerders er terecht voor het plan te laten concipiëren door een eigen team van deskundigen. Het is op zich al een prestatie dat dit team erin is geslaagd om met beperkte middelen en onder hoge tijdsdruk een volwaardig op de realiteit van de economie van Suriname toegesneden concept te produceren. Een scala van groepen is betrokken bij het vorm geven van het concept. Hopelijk leidt het te voeren overleg met vertegenwoordigers van de gemeenschap, die zijn  uitgenodigd commentaar te leveren op concept, tot positieve resultaten. In het concept  zijn de kanttekeningen van de Staatsraad en de Sociaal-Economische Raad al verwerkt.

Vaststaat dat het plan niet aan ons is opgelegd door externe organisaties, waaronder het Internationaal Monetair Fonds. Bij de formulering daarvan wordt wel nuttig gebruik gemaakt van hun expertise. Alleen al om deze reden is een wel eens geuite vrees voor het doen van een beroep op deze organisaties ongefundeerd. De samenwerking brengt bovendien voordelen met zich mee. Zo vergroot zij de disciplinerende werking bij de uitvoering van de soms pijnlijke maatregelen, alsook de kans op verruiming van de toegang tot externe bronnen van expertise en financiering.

Voorts verkeert onze economie thans in een zodanig zwakke gezondheid, dat elke serieuze observator in essentie een soortgelijk recept voor haar genezing zou voorschrijven, al kunnen er op ondergeschikte punten verschillen van inzicht bestaan.

Er zijn immers vele wegen die naar Rome leiden, maar de auteurs hebben intussen wel een veilig begaanbare hoofdweg voor ons uitgestippeld. Ik kom hier later op terug.

Intussen lijkt in brede kring de overtuiging te bestaan dat wij het roer moeten omgooien, dat wij een nieuwe weg moeten inslaan, dat wij onvermijdelijk majeure inspanningen moeten leveren en dat wij pijnlijke offers moeten brengen om de economie weer te trekken op een spoor dat perspectief biedt op duurzame groei en ontwikkeling op langere termijn. Er zijn al diverse goede ideeën geopperd en voorstellen gedaan voor aanpassing en aanvulling van het concept, maar er zijn daaronder ook merkwaardige  opvattingen over de te volgen weg bij het herstelproces. Wat dit laatste betreft,  doel ik op voorstellen om de verwachte inkomsten uit de toekomstige olie- en gaswinning en/of uit de te verkrijgen leningen te benutten voor uitstel  of zelfs afstel van de uitvoering van maatregelen in het kader van het aanpassingsproces.

Bedoelde voorstellen vinden echter geen ondersteuning in de economische rationaliteit. Naarmate immers het uitstel voortduurt, wordt bestrijding van de onevenwichtigheden moeilijker en kostbaarder, zal het evenwichtsherstel langer duren, zullen instituten, marktpartijen en huishoudens minder in staat zijn doelmatig in te spelen op de dynamische ontwikkelingen in de olie- en gassector en zal het vertrouwen in een deugdelijke beleidsvoering wederom een klap krijgen. Wij moeten klaar staan om het hoofd te bieden aan nieuwe uitdagingen. Additionele opbrengsten uit onze natuurlijke hulpbronnen moeten zo weinig mogelijk worden gebruikt om ontsporingen uit het verleden te corrigeren, maar primair om  onze toekomstige productiemogelijkheden en productiviteit te vergroten.

Vereist is dat wij de economie gezond maken en dat wij de kwaliteit van de beperkt beschikbare productiecapaciteit tijdig en in voldoende mate upgraden. Dan pas zullen wij door wijs beleid optimaal en duurzaam profijt kunnen halen uit de ontwikkeling van onze natuurlijke hulpbronnen, waar onze potentiële en toekomstige rijkdom verborgen ligt. In de modelberekeningen wordt dan ook terecht nog geen rekening gehouden met de verwachte olie- en gasopbrengsten. In de uitvoering van het plan schuilt reeds nu wel een unieke kans om overtollige ambtenaren af te vloeien en hen de gelegenheid en zo mogelijk ook financiële ondersteuning te bieden om zich voor te bereiden op het vervullen van functies in de productieve sectoren, onder meer door het volgen van vaktechnisch onderwijs en training.

Ongekende economische schokken leiden tot ongekende neergang van de economie

De door de auteurs van het plan geschetste hoofdweg begint met een treffende beschrijving van de belangrijkste oorzaken die ten grondslag liggen aan de rond 2013 op gang gekomen schrijnende teruggang van het groeitempo, dat later omsloeg in een ongekende krimp. De opzet van het betoog is voor de hand liggend, omdat het heden moet worden gezien tegen de achtergrond van het verleden. Het proces van neergang voltrok zich aanvankelijk vooral onder invloed van een verslechtering in het mondiale economische klimaat, maar naderhand werd de neergang in toenemende mate versterkt door een contraproductief populistisch geaard intern beleid. Hierbij werd de toevlucht genomen tot een giftige cocktail van beleidsinstrumenten, die vooral bestond uit het langjarig en hardnekkig in stand houden en aanwakkeren van een toestand van macro-economische overbesteding gevoed door impulsen vanuit de overheidssector. Tegelijkertijd kwamen productieve private activiteiten in moeilijker vaarwater terecht.

De overbesteding weerspiegelde zich in excessieve budgettaire tekorten, gefinancierd door het navenant aangaan van binnenlandse leningen gepaard gaande met geldschepping, uitputting van beschikbare besparingen, beslag op en verpanding van verwachte toekomstige revenuen en voor onze economie te omvangrijke opnamen van buitenlandse leningen, waaronder een aantal onder zware voorwaarden. Aan financiering van de bestedingen werd prioriteit gegeven. Dit beleid werd gefaciliteerd door ontstane incestueuze verhoudingen tussen de politieke autoriteiten, verzwakte financieringsinstellingen, waaronder helaas ook onze eigen Centrale Bank, en andere sleutelinstituten. De Nationale Assemblee keurde in meerderheid dit ondoelmatig beleid schijnbaar blindelings goed, maar volgde daarbij wel een eigen politieke agenda.

Noodzakelijke reële aanpassingen aan zowel de vraag- als aan de aanbodzijde van de economie bleven achterwege of schoten tekort. Over de gehele linie kwamen ondernemingen in moeilijkheden. Het productieve particulier initiatief, dat op zich al bescheiden was door een tekort schietend ondernemerschap, moed en durf, alsook door de unease of doing business, schrompelde verder in als gevolg van de ongekende schokken en creëerde minder toegevoegde waarde.

Geaccentueerd door de evenzeer ongekende effecten van de coronacrisis, is de economie uiteindelijk geheel vastgelopen en heerst er al enige tijd vrijwel alom teruggang en toenemende armoede, met de goudsector als opvallende uitzondering. Veelzeggend is dat het geschatte bruto binnenlands product per capita schoksgewijs is teruggevallen tot rond het niveau van 2005. Ten opzichte van het historisch hoogtepunt van 2014 was bedoeld product meer dan gehalveerd. Bijgevolg bedroeg dit product in 2020 naar schatting nog slechts circa US$ 4.200 en is ons land verder verzeild geraakt in de lagere regionen van de ranglijst van middle income developing countries.

De auteurs tonen overtuigend aan dat door de aangeduide schokken per saldo destructieve effecten tot ontlading zijn gekomen. Het niet of onvoldoende intensiveren van onze inspanningen is daardoor nu geen optie meer. In het geval van het uitstellen of zelfs afstellen van noodzakelijke doelmatige en rechtvaardige beleidsintensiveringen, zullen wij immers worden geconfronteerd met een forse aanwakkering van het proces van wisselkoersdepreciatie en met de mede daardoor veroorzaakte versnelling van het inflatietempo. Een en ander zal leiden tot dramatisch verdere verarming van de bevolking en verval van de economie.

In tegenstelling tot de geavanceerde economieën beschikt Suriname in ieder geval gedurende de komende jaren niet over de budgettaire ruimte en evenmin over de kredietwaardigheid om voort te gaan met het doen van omvangrijke beroepen op financieringsbronnen. Gegeven de beperkte omvang en eenzijdige structuur van ons productiecapaciteit roepen dergelijke beroepen bovendien uitzonderlijk snel nadelige effecten op en werpen zij naar de ervaring leert te vaak onvoldoende productieve vruchten af. Per eind 2020 beliep de staatsschuld naar schatting minstens 110% van het bruto binnenlands product; een onhoudbare situatie. De auteurs stellen dan ook terecht dat er niet valt te ontkomen aan het doorvoeren van een accentverschuiving van de financiering van bestedingen naar een neerwaartse aanpassing van de bestedingen. Bijgevolg valt er voorlopig helaas evenmin te ontkomen aan een tijdelijke verdere teruggang van de koopkracht van de burgers en van de algemene bedrijvigheid.

Intensivering van onze herstelinspanningen is noodzakelijk

Uitvoering van het voorgestelde plan is om de aangegeven redenen noodzakelijk. Wij zullen nog wel de discussie voortzetten over de wijze waarop de uitvoering zal geschieden en over de verdeling van de lasten tussen de diverse groepen van huishoudens. Er zullen uiteraard ook allerlei andersoortige voorstellen worden bedacht. De voorstellers dienen wel aan te geven hoe deze voorstellen uitgevoerd en gefinancierd zullen worden. Zo wordt wel eens geopperd dat in dit plan meer aandacht moet worden besteed aan stimulering van de productie en export. Het plan bevat echter al 21 maatregelen ter stimulering van de productie, de export en de werkgelegenheid, en nog eens 30 projecten ter ondersteuning van de productie en het arbeidspotentieel, welke nader uitgewerkt zullen worden en aangevuld in het Meerjaren Ontwikkelings Plan 2022-2026.

Alles kan, maar uiteraard kan niet alles tegelijkertijd, gegeven de beschikbare fysieke en financiële middelen. Daarom beperkt het huidige plan zich doelbewust tot het aansluiten bij de in eerdere officiële documenten beschreven urgentie- en stabilisatiefase van de nieuwe beleidsvoering. Het plan richt zich vooral op het scheppen van een omgevingsklimaat dat bevorderlijk is voor de reële groei en ontwikkeling. Daartoe wordt gewerkt aan het ombuigen van de effecten van de ongekende financieel-economische schokken waarmee ons land wordt geconfronteerd. In latere documenten zal nader en concreter worden aangegeven hoe duurzame groei gerealiseerd kan worden.

De planuitvoering geeft in eerste instantie terecht een zekere prioriteit aan het herschikken van schuldverplichtingen, omdat anders deze verplichtingen in 2021 voor 80% beslag zullen leggen op de eigen inkomsten van de Staat. In dat geval kan met de resterende inkomsten nauwelijks een kwart van de reguliere uitgaven worden betaald, wat volstrekt onvoldoende is om de binnen onze economie zo dominante staatshuishouding operationeel te houden en om haar zo snel mogelijk te transformeren in een slank en doelmatig functionerend apparaat.

Gelet op de bestaande knelpunten en de gegroeide onevenwichtigheden in de economie wordt, simultaan met de nagestreefde schuldsanering, gewerkt aan versobering van de staatsbegroting, het herstellen van de soliditeit van en het vertrouwen in de nationale munt en het financiële stelsel, het versterken van het institutioneel kader, de verruiming van de uitvoeringscapaciteit, het geven van impulsen ter bevordering en diversificatie van de reële productie, export en groei, alsook aan omkering van het lopende verarmingsproces mede door aanpassing van de inkomens- en vermogensverdeling. Met deze doelen voor ogen is een samenhangend pakket van 140 breed gespreide maatregelen geformuleerd, die gedurende de planperiode en met het accent op 2021 integraal zullen moeten worden uitgevoerd om snelle realisatie van de plandoelstellingen te bereiken.

Realisatie van het plan biedt uitzicht op herstel en vooruitgang, maar vergt extra inzet

Modelberekeningen indiceren dat het plan ambitieus is, zowel met betrekking tot zijn doelstellingen als tot de in te zetten instrumenten. Op basis van de aangenomen vooronderstellingen achten de auteurs de gestelde doelen niettemin haalbaar. Wij moeten echter beseffen dat de modelexercities slechts globale ramingen opleveren. Daarom zullen  de modellen periodiek moeten worden herrekend en getoetst aan de dan bestaande realiteit. In een dynamische wereld is het te behalen feitelijk resultaat afhankelijk van een gecompliceerd samenstel van factoren, waarop wij lang niet altijd invloed kunnen uitoefenen. De kritiek welke met betrekking tot de haalbaarheid van de plandoelstellingen wordt geuit moet  serieus worden genomen. Vooral de in 2021 verwachte forse groei van het per capita GDP en de mogelijkheden tot financiering en vlotte uitvoering van de voorgenomen investeringen roepen vragen op.

No pain, no gain. De mate waarin wij de plandoelstellingen kunnen realiseren vergt  van iedere burger, van de Staat, van iedere onderneming en van iedere organisatie een optimale inzet naar vermogen en draagkracht.

Inzet naar vermogen is noodzakelijk om knelpunten en obstakels in de uitvoeringscapaciteit te elimineren, alsook om de effecten van gewijzigde beleidsvisies, van interne en externe risico’s en van onvoorziene tegenvallers te mitigeren. Hier ligt een zware uitdaging voor ons allen.  Inzet naar draagkracht en billijkheid is evenzeer noodzakelijk om ervoor te zorgen dat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen en om de kwetsbaren te ontzien. Beleidsvoerders hechten aan het laatstbedoelde meer sociale aspect relatief veel belang. Deze aandacht weerspiegelt zich in het voornemen om van de in 2021 verwachte extra staatsinkomsten ongeveer twee derde deel te benutten voor het financieren van de kosten van het spannen van een sociaal vangnet. Herstel van de financiële verhoudingen en van de  reële  groei van de economie zijn in de komende tijd haalbaar. Wij moeten er echter ervan uitgaan dat pas wanneer de voorgenomen investeringen vruchten afwerpen en  de olie- en gasbronnen gaan stromen,  het groeitempo zodanig zal versnellen dat het oude welvaartsniveau weer kan  worden bereikt en vervolgens overschreden.

Ingezonden|Tony Caram

Facebook Comments Box