DNA STEMT IN MET VERVOLGING GEWEZEN MINISTERS NURMOHAMED, HOEFDRAAD EN SOMOHARDJO
De Nationale Assemblée (DNA) heeft op donderdag 4 juni 2026 tijdens een openbare vergadering ingestemd met de vorderingen van de Procureur-Generaal om de voormalige ministers Riad Nurmohamed, Gillmore Hoefdraad en Bronto Somohardjo in staat van beschuldiging te stellen.
De besluiten, die voortvloeien uit de Wet In Staat van Beschuldigingstelling en Vervolging Politieke Ambtsdragers (WIPA), werden genomen nadat het parlement sinds 9 maart 2026 de gelegenheid had de vorderingen te toetsen aan het algemeen belang. DNA-voorzitter Ashwin Adhin onthield zich van stemming en verliet de zaal, met de toelichting dat procedurele en feitelijke aspecten volgens hem onvoldoende verhelderd waren om tot een politiek-bestuurlijke afweging onder artikel 5 van de WIPA te komen. De leiding werd in zijn afwezigheid waargenomen door Ivanildo Plein.
De stemming per individu toonde aanzienlijke parlementaire steun voor de vervolging: de vordering tegen Nurmohamed werd aangenomen met 33 stemmen vóór, Hoefdraad kreeg 29 stemmen vóór, en de vordering tegen Somohardjo werd met algemene 32 stemmen goedgekeurd.
Tijdens het traject boden de verdedigingen van de ex-ministers een inkijk in een verontrustende bestuurspraktijk, waarbij zij suggereerden dat vermeende onrechtmatigheden plaatsvonden met medeweten van diverse staatsinstellingen of onder aansturing van ambtenaren. Hoefdraad verdedigde de illegale constructies bij de Surinaamse Postspaarbank zelfs door te wijzen op de noodzaak vanwege de toenmalige nationale crisis. Deze verklaringen leggen een diepgeworteld corruptieprobleem bloot waarbij politieke loyalisten in toezichthoudende raden worden geplaatst om het regeerbeleid te faciliteren, zelfs wanneer dit grenst aan of indruist tegen de wet.
Ook de zaak rondom Nurmohamed en de omstreden betalingen aan Pan-American blijft argwaan wekken, mede doordat dit achter gesloten deuren werd behandeld. De beslissing van DNA om de vervolging toe te staan wordt door velen gezien als een noodzakelijke correctieve stap. In een land waar miljarden aan offshore-investeringen op komst zijn, is een integer bestuur essentieel; het uitblijven van een dergelijke juridische afrekening zou betekenen dat corrupt handelen op bestuurlijk niveau wordt gelegitimeerd, wat een zorgwekkende toekomst voor de Surinaamse burger inluidt.
Met dit besluit is de weg voor het Openbaar Ministerie nu definitief vrijgemaakt om het strafrechtelijk onderzoek tegen de drie voormalige bewindslieden voort te zetten.
UNITEDNEWS
