GEEN AMNESTIE VOOR DECEMBERMOORDEN
Foto: Bouterse ten tijde van de Decembermoorden
Voor de levensberovingen die op 8 december 1982 in het Fort Zeelandia zijn gepleegd kan geen amnestie verleend worden. De Amnestiewet 1989 die op 5 april 2012 werd gewijzigd door De Nationale Assemblee om zulks mogelijk te maken is in strijd met de Surinaamse grondwet en internationale verdragen concludeert het Constitutioneel Hof.
Dit betekent dat ex-legerleider Desi Bouterse en de medeverdachten in de Decembermoordenzaak strafrechtelijk vervolgd mogen worden. De uitspraak werd donderdag voorgelezen tijdens een openbare zitting van het Hof voorgelezen door voorzitter Gloria Stirling. In mei vorig jaar diende de toenmalige NDP-fractie geleid door Amzaad Abdoel een verzoek in bij het Hof om de Amnestiewet te toetsen aan de Grondwet en mensenrechtenverdragen. De Krijgsraad had de aangepaste wet namelijk niet van toepassing verklaard tijdens de behandeling van de strafzaak tegen Bouterse en zijn medeverdachten.
De misdrijven die toen zijn gepleegd komen niet in aanmerking voor straffeloosheid. De Amnestiewet werd twee jaar nadat Bouterse als president werd gekozen gewijzigd door het parlement in een poging om de strafzaak tegen hem te stoppen.
De Nationale Assemblee had volgens het Hof met de gewijzigde amnestiewet getracht het ‘low intensity’ conflict in de samenleving dat veroorzaakt is door de Decembermoorden op te lossen. Het college wees echter op de standpunten ingenomen door de Inter-Amerikaanse Commissie voor de Rechten van de Mens, alsook het Inter-Amerikaans Hof voor de Rechten van de Mens dat de misdrijven die zijn gepleegd op 7,8 en 9 december 1982 niet in aanmerking komen voor amnestie. “Het is vaste rechtspraak van het Inter-Amerikaanse Hof voor de rechten van de mens, dat indien amnesties in strijd zijn met het Amerikaans Verdrag voor de Rechten van de Mens, dat deze amnesties nietig worden verklaard. Suriname heeft de jurisdictie van het voornoemd Hof erkent op 12 november 1987 en is gehouden aan haar uitspraken”, aldus het Constitutioneel Hof.
Ze is van oordeel dat de strijdigheid met de Grondwet en mensenrechtenverdragen allleen dan gerechtvaardigd is, indien met de wijziging van de Amnestiewet 1989 een dringend algemeen belang ten grondslag zou hebben gelegen. Voorts werd aangevoerd dat dit dringend algemeen belang door het Hof niet aanwezig wordt geacht, nu niet uit de wetstekst alsook de memorie van toelichting en de door de wetgever uitgevoerde belangenafweging, van een dringend algemeen belang blijkt. In de gewijzigde amnestiewet is de instelling van de Waarheids- en Verzoeningscommissie opgenomen die onmiddellijk na de afkondiging bij wet zou worden ingesteld. Deze commissie zou de belangen van zowel slachtoffers, nabestaanden als die van de mogelijke verdachten van misdrijven genoemd in voornoemde wet kunnen waarborgen. Het Hof komt echter tot het oordeel dat na de inwerkingtreding van de wetswijziging van 5 april 2012 de waarheidscommissie nooit bij wet is ingesteld en dus kan niet worden nagegaan of de belangen van de slachtoffers, nabestaanden en die an mogelijke verdachten van vermelde misdrijven zouden zijn gewaarborgd met deze wetswijziging.
“Het Hof is derhalve van oordeel dat voormelde wet in strijd is met de artikelen 8, 10, 14 en 131 lid 3 van de grondwet van de republiek Suriname. Dat voormelde wet in strijd is met de artikelen 2 en 14 van het Internationaal Verdrag inzake Burger- en Politieke Rechten en dat voormelde wet in strijd is met de artikelen 1, 8 en 25 van het Amerikaans Verdrag van de Rechten van de Mens”, luidt de slotconclusie. In het oordeel werde diverse overwegingen genoemd mede gebaseerd op uitspraken van het Europese Hof en andere internationale rechtsorganen en raadplegen van verschillende rechtsbronnen.
UNITEDNEWS
