POLITICI ZIJN NIET IN STAAT VERDER TE DENKEN DAN DE KLEUR VAN HUN PARTIJ

Foto en bron: Journalist en ex voorzitter SVJ Wilfred leeuwin

Aan het eind van een discussie met politici en personen, die hechte banden hebben met de politiek, over de kwestie rond de mishandeling van journalist Jason Pinas, ben ik nog meer versterkt in mijn opvatting dat politici, -de goede niet te na gesproken-, niet de mogelijkheid bezitten verder te denken dan de kleur en het belang van hun partij.

Het wel of niet veroordelen van mensenrechtenschendingen en een aanval op de persvrijheid is hier een typisch voorbeeld van. Niet dat wij journalisten staan te springen om ondersteuning vanut de politiek. Echt niet, we weten wel wat we aan ze hebben. Het is echter wel interessant om er over na te denken en over te discussiëren, waarom een politieke partij wel of geen afkeuring of veroordeling geeft aan het schenden van mensenrechten door politici. En als ze dat al doen, is het vaak vanuit een dubbele moraal of een dubbele agenda, waarbij met het wel of niet afkeuren en veroordelen, politiek voordeel wordt nagestreefd, die past binnen de reikwijdte van de kleur en het belang van de partij waartoe zij behoren.

Het motief voor het afkeuren en veroordeling van mensenrechtenschending, en nog wel door personen die behoren tot politieke partijen die deel uitmaken van een toevallige regering of regeercoalitie, heeft op de eerste plaats niet te maken met het recht dat is geschonden. Wel is bij hun de wetenschap aanwezig, dat dit recht een voorname grondrecht is en het quasi veroordelen van het schenden van dit soort rechten hen een politiek voordeel oplevert en een etiket van een regering, die de persvrijheid hoog in het vaandel draagt en respect heeft voor de grondrechten van haar burgers. Niets is minder waar.

Neem nou de vele bewoordingen van president Chan Santokhi, en de vice president, bij het maken van verontschuldigingen in het parlement en laatst de woorden van minister Albert Ramdin tijdens een ontmoeting met journalisten. Het was een repeterende hoogstaande moraliteit over hoe de regering persvrijheid hoog in het vaandel draagt en eerbied heeft voor mensenrechten. Maar deze woorden zijn in compleet contrast met de realiteit en al helemaal onlogische holle frasen. Want is het niet de tweede man uit het kabinet die aanleiding heeft gegeven voor dit heel gebeuren, is het niet de vice president van de republiek die de journalist met een verfoeilijke, staatsman onwaardige terminologie verbaal geweld heeft aangedaan; en niet de eerste keer; is het niet een lid van de regering die heeft toegelaten dat zijn beveiliging de journalist heeft mishandeld en beroofd? Is het niet de tweede man naast de president die meteen na het gebeuren in het huis van de democratie een ordinaire leugen als verklaring heeft geproduceerd en ook nog getracht heeft de schuld te schuiven in het beroepsethisch gedrag van de journalist. Is het niet de president en de rest van zijn regering die in alle talen zwijgen over het schandalig gedrag van de vice presidnet en het accent verleggen naar de beveiliging en een handgranaat die is gelegd thuis bij de journalist?. Hoe belangrijk deze feiten in het geheel ook zijn, zijn zij niet de ‘steen’ waarover er gestruikeld is. Er kan hier nog veel worden afgevraagd. Maar wanneer de president vice president en de rest van de regering, graag zien dat wij hun verontschuldigingen en hoog moreel gezang serieus nemen, is het dan niet logisch dat daarbij daden worden gesteld.? Het is meer dan logisch te verwachten dat wanneer een lid van de regering met zo een hoge moraliteit, op deze verfoeilijke manier, het land te kijk en de regering te schande zet, dat zeker vanuit het instituut van de president, het niet slechts blijft bij mooie verontschuldigingen, maar dat dit vooraanstaand lid van de regering ernstig wordt vermaand en politieke consequenties verbind aan zijn handelingen?. Daden spreken meer dan woorden. Als mij hier wordt verweten van politieke naïviteit, ben ik gelukkig geen politicus te zijn en vraag ik mij in gemoede af waar wij met dit land naar toe koersen.

Oppositionele en buitenparlementaire politieke partijen zijn wat dit betreft geen haar beter dan de coalitie regeerpartijen. Hun motivatie om wel of niet een aanval op de persvrijheid en het schenden van mensenrechten te veroordelen wordt veelal afgewogen aan het belang dat de partij daarbij heeft.

Zo kreeg ik een Facebook ‘post’ toegestuurd waarbij mensen uit de NDP, van mening zijn dat zij geen ondersteuning geven aan de journalisten, omdat die het niet of onvoldoende hebben opgenomen voor hun partijgenoten die worden vervolgd en waarbij ook mensenrechtenschendingen plaatsvinden. Nu moet ik toegeven dat binnen de journalistiek en de media er inderdaad personen zijn die, ook geen onderscheid weten te maken tussen gevoerd beleid dat ter discussie staat of zelf in de rechtszaal wordt beslecht en het schenden van de mensenrechten van deze politieke personen. Maar waar het omgaat is dat, welke kant van de maatschappij wij ons ook bevinden, welke politieke partij wij ook aanhangen, persvrijheid is persvrijheid.

Mensenrechten zijn mensenrechten. Wie ze ook schendt en vertrapt moet vermaand tot zelf veroordeeld worden civiel – als strafrechtelijk. Ik kan het me moelijk voorstellen dat in een gezonde en gevorderde democratie als bijvoorbeeld Nederland, voormalig demissionair vice premier Hugo de Jonge, na een dergelijk handelen de volgende dag nog het Binnenhof kan oplopen, laat staan nog in zijn functie gehandhaafd kan blijven. Mogelijk dat hij zelf niet eens meer welkom zal zijn in het huis van zijn eigen politieke partij. Politiek onafhankelijk als ik ben, betrap ik mij er weleens op, dwars door de meeste politieke partijen wel affiniteit te hebben met hun politieke ideologie. Echter wil dat absoluut niet zeggen dat ik als een struisvogel mijn hoofd in het zand steek en mijn ogen sluit voor het gemist aan een redelijke maatschappelijke ethische moraal binnen die partijen. En aangezien vrijwel alle politieke partijen hierin te kort schieten en niet verder weten te denken dan de kleur van hun partij, valt er niets anders dan te moeten constateren dat de politieke cultuur in dit land geen opvoedende en stichtende moraal heeft. Het leert in elk geval dat de democratiebelevenis in Suriname nog erg zwak en onvolwassen is. Het jammerlijke is dat dit als een besmettelijk virus de samenleving beheerst en polariseert, waarbij het niet meer gaat om maatschappelijke en politieke ideologie, maar om politieke tegenstellingen die dit land langzamerhand uit elkaar zal doen vallen.

ANALYSE

 

Facebook Comments Box