FATUM-DIRECTEUR WIM LALBIHARIE (74) OVERLEDEN
Naipalsing Willem (Wim) Lalbiharie, die jarenlang directeur was van schadeverzekeringsmaatschappij Fatum, is maandag 7 februari op 74-jarige leeftijd overleden.
De op 24 juli 1947 geboren Lalbiharie, die ook bekend stond als ‘Baasman’, was sinds eind jaren zeventig aan de oudste verzekeringmaatschappij van Suriname verbonden. Eind tachtiger jaren nam hij daar de leiding over, een functie die hij tot zijn heengaan bekleedde.
Fatum werd het eerste Surinaamse bedrijf die de Paris Pledge for Action ondertekende, wat betekende dat het bedrijf zich commiteerde aan de aldaar op de klimaattop gemaakte afspraken en daar ook naar zou handelen. Fatum had in verband daarmee heeft een actieplan ontwikkeld om daadwerkelijk en gericht actie te ondernemen en te zorgen voor bewustzijn over dit thema, zo liet Lalbiharie destijds trots optekenen.
De naam van Lalbiharie werd genoemd in de roemruchte rechtzaak tegen de voormalige governor van de Centrale Bank van Suriname en andere banktoppers, waarin het vorige week tot fikse veroordelingen werden opgelegd. Lalbiharie had in 2018 op aandringen van de inmiddels voortvluchtige Gillmore Hoefdraad zes percelen verkocht aan de nu veroordeelde Ginmardo Kromosoeto, ex-directeur van de Surinaamse Postspaarbank (SPSB), zonder dat laatstgenoemde deze had laten taxeren. Daar was een totaalbedrag van ruim 13.350.000 euro mee gemoeid.
Bovendien had Lalbiharie daarvoor een aantal maanden rente berekend en ontvangen terwijl dat niet voorkwam in de overeenkomst. Hij heeft dat bedrag later teruggestort. Lalbiharie was overigens nooit verdachte in de zaak, hij is alleen als getuige gehoord. Hij liet zich achteraf ontvallen dat hij niet blij was met de hele gang van zaken.
Behalve aan Fatum heeft hij ook zijn bijdrage geleverd aan het reilen en zeilen van de Surinaamse Vereniging van Assurantiemaatschappijen (Survam). Daarnaast besteedde hij jarenlang veel van zijn tijd aan sociaalmaatschappelijk werk, onder meer via de Rotary Club of Paramaribo Residence waar hij lid van was.
Analyse|Armand Snijders
