FOCUS MOET OP SCHENDEN VAN BURGERRECHTEN EN NIET OP GEDRAG BURGERS
Minister Albert Ramdin van Buitenlandse zaken Internationale Business en Internationale Samenwerking, heeft bij het beantwoorden van vragen over het opsluiten van burgers die op hun eigen manier hun mening uiten, een totaal onacceptabele en onmaatschappelijke uiteenzetting gegeven.
De bewindsman slaat de plank totaal mis wanneer hij vindt dat het accent gelegd moet worden op wat hij noemt het wan-gedrag van burgers. Het is schandalig en een dieptepunt dat een minister een politiek antwoord formuleert, die hij mag hebben, maar als een maatschappelijke norm opdringt aan de samenleving. Dit is totaal in strijd met onze grondwet waar het recht van vrije meningsuiting als een grondrecht is gegarandeert, zo ook in internationale wetgeving en verklaringen. Het hebben van een mening en opvatting kan nimmer de focus zijn. Een mening hebben en die uiten staat buiten kijf. Hoe die mening wordt gegeven is voor de eigen verantwoordelijkheid van de burger zelf. De grondwet die de rechten en plichten in een samenleving ordent, zegt dat het de onafhankelijke burgerrechter is die over de mate en de grens van hoe die mening wordt gegeven een oordeel felt. Nergens in de wereld wordt aan de politiek, in dit geval minister Ramdin het recht gegeven om de manier waarop burgers gebruikt maken van hun grondrecht, te typeren als wan – en crimineel gedrag. De minister en ook president Chandrikapersad Santokhi verschuilen zich achter verouderde en aan de grondwet en internationale wetgeving ondergeschikte artikelen in het wetboek van strafrecht om een politiek standpunt te maken, maar meer nog, om de burger het zwijgen op te leggen. Dit gedrag van de regeerders is typerend voor dictatoriale, facistische en totalitaire regiem, waarbij het de politiek is die, door misbruik te maken van gelegenheidswetgeving, tot zelf het denken en spreken van de samenleving wil controleren en die af-te-straffen.
Ramdin vindt dat de samenleving niet vreemd moet opkijken wanneer er wetten worden toegepast op wat hij noemt wan – en crimineel gedrag. Ook hier slaat de minister de plank totaal mist. Hier is aan de orde dat een fundamenteel grondrecht van de samenleving wordt geschonden door het toepassen van oude koloniale straf-artikelen, die totaal indruisen tegen haar internationaal grondrecht om zich vrijelijk en zoals de grondwet en internationale verdragen zeggen, onbelemmerd door wie dan ook zich te uiten. Om te bepalen hoe en wanneer de grens van dat recht is bereikt ligt vooral niet bij die oude koloniale wetten die zijn gemaakt om de monarchie en regeringsleiders te beschermen, maar in moderne wetgeving en verdragen; en zeker niet bij een toevallige politieke constellatie. Vreemd opkijken is nog maar het minste wat kan gebeuren. Wanneer de samenleving zich ervan bewust is wat een grondrecht is, wat het betekent en hoe daarmee moet worden omgesprongen, zouden met verontwaardiging, maatschappelijke organisaties maar in de eerste plaatst de politiek voorop moeten lopen om dit grondrecht te beschermen en op een moderne maatschappelijke manier er mee om te gaan. We zouden met petities en nationale en internationle juridische handvaten moeten protesteren tegen het schenden van ons grondrecht en moeten eisen dat personen, zoals activist Siebrano Pique, die opgesloten zit, op een beschaafde en burgerlijke manier ter verantwoording worden geroepen bij het ‘mogelijk’ overschrijden van de grenzen van hun grondrecht. Dit lijkt haast op het koloniaal incident waaraan eerdere Surinaamse helden, zoals Louis Doedel en anton de Kom ten onder zijn gegaan
Laten we vooral wel wezen en met klem elke vorm van norm en moreel verval, ook in het uiten van onze mening en kritiek, categorisch afwijzen. We hebben als burgers getoond dat we een respectabel en geciviliceerde samenleving zijn, toen vorig jaar tijdens het bezoek van onze president aan Nederland, het onfatsoenlijk, zeer afkeurenswaardig en on-Surinaams gedrag van proteststeerders in Amsterdam tegen het staatshoofd, nationaal werd afgekeurd; ongeacht onze persoonlijke politieke opvattingen en kleur. Zo gaan wij als samenleving niet met elkaar om, wat niet wil zeggen dat we onze mening en frustraties niet mogen uiten.
Nederland van wie wij de oude koloniale wetten hebben overgenomen is op een totaal andere en zoals de internationale standaarden het vragen, met dat protest omgesprongen.
Het schriftelijke en politieke verzoek van de Surinaamse regering / via minister Ramdin, om het protest te veroordelen en tegen de protesteerders strafmaatregelen te nemen is dan ook genegeerd door Nederland. Althans is elk optreden van de Nederlandse autoriteiten uitgebleven. Wanneer een soortgelijk protest zich in Suriname had voorgedaan, kan onder de huidge omstamdigheden ervanuit worden gegaan dat artikel …. van het wetboek van strafrecht in stelling zou worden gebracht. Overigens heeft het Openbaar Ministerie dat overduidelijk gemaakt in een bekendmaking aan de samenleving, na het bezoek van de Braziliaanse president Bolsonario.
Minister Ramdin moet dus niet een politieke dogma als norm gebruiken, wanneer hij stelt dat het leveren van kritiek, door de samenleving, op hoe critici van de regering worden aangepakt, deze critici het gevoel geeft dat zij goed bezig zijn. De grens van het toelaatbare in de vrije meningsuiting ligt bij elk individu anders. Het is de onafhankelijke burgerrechter die daarover oordeelt en niet om de politieke opvatting van Ramdin, zoals hij stelt dat de mate van hoe sommige mensen kritiek leveren niet langer moet worden getoloreerd, terwijl de regering juist tracht ordening en vooruitgang te brengen in de samenleving. Dat is zijn mening en dat van anderen die zijn mening delen. Het is echter absoluut geen maatstaf. Het is onacceptabel dat wij als samenleving toestaan dat een minister bij het verdedigen van het regeerbeleid, kritiek uit de samenleving typeert als onfatsoenlijk als frauduleus en crimineel. Het is niet acceptabel dat op basis van oude koloniale wetten in het wetboek van strafrecht, de samenleving wordt beroofd van haar grondrecht om zich vrijelijk en onbelemmerd te uiten. De focus is dus niet op het gedrag, maar op de grond – en burgerrechten van elke burger, waaronder ook dat van de president en buitenlandse regeerders.
Ten overvloede moet hier tot bewustzijn gebracht worden dat we in Suriname met een serieus toenemend probleem van mensenrechtenschending te maken hebben. Incidentiele gevallen, waarbij gebruik is gemaakt van deze koloniale, of zoals ze ook genoemd worden muilkorfwetten, heeft altijd al plaatsgevonden. Regering op regeringen. Echter wordt het een maatschappelijke last en structuur in het beleid van de huidige regering. Het wordt alsmaar duidelijk en dat wordt ook gezegd door Ramdin; dat het leveren van kritiek in principe niet wordt geduld. President Santokhi van wie best anders verwacht mag worden, is hier hoofdelijk aansprakelijk. In plaats van zich op te stellen als een moderne leider die begrip heeft en toont voor zijn medeburgers en zoals de internationale standaarden vragen om een zekere mate van tolerantie en het toepassen van moderne burgerrechten, hij zich liever graag, als een monarch laat bewierroken en zich verschuilt achter oude koloniale wetgeving om de samenleving te muilkorven. Die tolerantie heeft alles te maken met het begrip opbrengen voor de frustraties en de niet meer strak te trekken buikriem die de huidige crises en de last van het leven van alle dag waaronder de burgers gebukt gaan, met zich meebrengt.
De uitspraken van Ramdin nopen tot ernstige bezorgdheid. Het is niet de eerste keer dat leden leden van de regering zich uitdrukken met de term ‘straffen’, wanneer het gaat om de beleving van democratische vrijheden, zoals het recht van meningsuiting. Ook het crimineel karakteriseren van kritici is zorgwekkend. Reden te meer voor de samenleving af te komen van muilkorwetten. In de moderne wereld zijn er voorbeelden en jurisprudentie te over van hoe het moet. Zo heeft in december 2012 het Indonesisch instituut voor het hervormen van het strafrecht een rapport uitgebracht waarin het overheidsfunctionarissen en bedrijven ervan verweet misbruik te maken van laster / muilkorfwetten om critici te straffen. Daar en in vele landen in de wereld is nu de opvatting dat het misbruiken van criminele smaad en lasterwetten de vrijheid van meningsuiting onderdrukken. “Omdat de landen zich hiervan steeds bewuster worden en dit soort lasterwetten hebben geschrapt is het voor ons irrelevant om dit soort artikelen te behouden”, was het eindresultaat van het onderoek, in een land, dat nogal bekend staat om het gebruik van strenge wetten. De Amerikaanse expert op het gebied van vrije meningsuiting Jane E. Kirtley verklaarde in 2003 dat criminele smaad “een ongelukkige en verouderde erfenis van autocratische, totalitaire of koloniale staten is en geen plaats heeft in elke samenleving die beweert het concept van vrijheid van meningsuiting te ondersteunen. Het is schadelijk voor de democratie omdat het dissidentie en debat wurgt en legitiem straffen oplegt tegen kritiek op overheidsfunctionarissen en instellingen.” Ter ere van het overbekende VN-artikel 19, in constituties en internationale verdragen en verklaringen is in het jaar 2000, in Londen –Engeland, een witboek uitgegeven waarin een internationale VN-norm voor zowel burgerlijke als strafrechtelijke laster is vastgesteld. Bij deze hervorming geld in het witboek voor het strafrecht dat alle strafrechtelijke lasterwetten moeten worden afgeschaft en vervangen, waar nodig, met passende wetten op het gebied van burgerlijke laster. Daarin moeten stappen worden gezet. Staten die nog steeds strafrechtelijke lasterwetten hebben, moeten geleidelijk aan over gaan tot de uitvoering hiervan.
Het is in Suriname al lang tijd dat het maatschappelijke bewustzijn zo ver wordt gebracht dat, met name vanuit de volksvertegenwoordigng actie wordt ondernomen om onze verouderde wetgeving drastisch te moderniseren en te hervormen. Hier is zeker een toetsmoment voor beoordeling van muilkorfwetten, door het Constitutioneel hof. Waar we vooral als samenleving voor moeten waken is dat wij niet ingeven en inleveren en uit vrees voor muilkorfwetten en strafmaatregelen, het maatschappelijk debat verstomt en het kritisch begeleiden van onze politieke leiders en instituten alleen plaatsvindt op een manier zoals zij die graag zien en horen.
ANALYSE|WILFRED LEEUWIN
