ONGEBREIDELDE MONETAIRE FINANCIERING DOOR REGERING

Door: Armand Snijders

Er heeft in de afgelopen maanden op grote schaal monetaire financiering plaatsgevonden, wat tegen het zere been is van het Internationaal Monetair Fonds (IMF). Een nieuwe crisis gloort mede daardoor aan de niet zo verre horizon.

De valutakoersen vliegen momenteel de pan uit. Volgens president Santokhi ligt dat nu opeens aan het feit dat Nederland nog altijd een geldzending van 19,5 miljoen euro in beslag heeft genomen en weigert terug te geven. Het staatshoofd gaat echter voorbij aan de reden waarom het geld door Nederland in beslag is genomen: Suriname heeft tot nu toe nog steeds de herkomst van een klein deel van het geld van de commerciële banken, niet kunnen verklaren. Ook tijdens de ruim twee jaar dat deze regering nu aanzit, heeft men kennelijk niet kunnen aantonen dat het allemaal legaal geld is.

De wisselkoersen zijn een hoofdpijndossier waar de regering zich geen raad mee weet en die iedereen iedere dag aan den lijve ondervindt. Er gaat vrijwel geen dag voorbij of winkeliers verhogen weer de prijzen van heel veel producten. Zelfs alle maatregelen die de Centrale Bank van Suriname (CBvS) neemt, hebben nauwelijks effect. Cambiohouders krijgen vooral de schuld omdat ze de koers zouden opdrijven. Maar volgens hun is er een tekort aan vreemde valuta en is de vraag te groot. “Het is gewoon de wet van Meden en Perzen”, zegt een cambiohouder.

Ondertussen stapelen de problemen met het IMF zich steeds meer op. Suriname heeft zich helaas niet voledig kunnen houden aan de afspraken waarvoor het land in december vorig jaar heeft getekend en op grond waarvan een lening van 688 miljoen US dollar in twaalf driemaandelijkse tranches zou worden overgemaakt. Een evaluatie na de tweede tranche deed het IMF besluiten de betalingen stop te zetten. Onder meer omdat de BTW niet per 1 juli is ingevoerd, zoals de afspraak was. Maar dat is niet het enige.

Het stoort het IMF vooral dat de regering zich niet heeft gehouden aan de voorwaarde om niet meer aan monetaire financiering te doen, wat door de regering echter wordt tegengesproken. Maar uit de weekstaten van de CBvS blijkt dat tussen 27 mei en 2 september voor maar SRD 800 miljoen aan bankbiljetten in omloop zijn gebracht: van SRD 4,9 miljard naar SRD 5,7 miljard. Uit de weekstaten blijkt echter ook uit de post ‘Voorschotten aan de Staat’ vanaf 25 juni 2021 (tot 2 september van dit jaar al die tijd onveranderd is gebleven: op SRD 1.548.800 miljoen.

Dit betekent dat de Staat Suriname (lees: het ministerie van Financiën en Planning) geld heeft geleend bij de handelsbanken middels het uitgeven van schatkistpapier, waardoor de dekking van valuta giraal terugvalt.

Hierdoor neemt de druk op de wisselkoers toe, omdat er te veel SRD’s in omloop zijn. Dat wordt gezien als indirecte monetaire financiering, wat ook niet is toegestaan. Dus in feite intervenieert de regering wel, wat volgens CBvS-governor Maurice Roemer niet is toegestaan.

De termijndeposito-veilingen, die in opdracht van het IMF moeten worden uitgevoerd, zijn daarnaast bedoeld om de enorm verzwakte en feitelijk bijna failliete commerciële banksector te versterken. Maar in plaats van dat de banken het geld en de daaraan gekoppelde de torenhoge rente-opbrengsten toevoegen aan hun eigen reserves, zodat het eigen vermogen zal toenemen, lenen ze dit geld weer uit aan de Staat Suriname. Het ministerie van Financiën en Planing betaalt daarmee bijvoorbeeld de salarissen van de ambtenaren uit, waardoor het geld uiteindelijk weer in de maatschappij terecht komt. En dat is ook van invloed op de wisselkoersen.

Met name bij de Hakrinbank wordt door de regering ongezond veel geld geleend. Deze bank wordt in de financiële wereld inmiddels de ‘lokale Staatsbank’ genoemd, zoals De Surinaamsche Bank (DSB) dat was tijdens het bewind van president Desi-Bouterse en minister Gillmore Hoefdraad van Financiën. Hoefdraad plukte via allerlei constructies de DSB nagenoeg kaal, waardoor het slechts een haartje scheelde of de bank was omgevallen. Nu doet de regering dat met de Hakrinbank op allerlei slinkse manieren.

Een extra probleem is dat de Oppenheimer-schuldeisers, waar Suriname inmiddels met de opgelopen rente voor ruim 800 miljoen dollar in het krijt staat, als de bestaande deal met het IMF ophoudt te bestaan hun tegoeden onmiddellijk kunnen opeisen. En andere schuldeisers, zoals China en India, ook. Met alle gevolgen van dien voor de Surinaamse staat en haar burgers.

Geconstateerd kan worden dat als de regering niet heel snel de juiste maatregelen neemt, de staatskas over naar schatting een half jaar echt leeg is en de overheid niet meer aan haar verplichtingen kan voldoen, zoals het uitbetalen van de drastisch toegenomen ambtenarensalarissen.

ANALYSE

Facebook Comments Box