‘IK KOM NU ECHT HELEMAAL NIET MEER UIT’
Door: Armand Snijders
Vrijwel iedereen heeft het zwaar in het hedendaagse Suriname. Alles is de afgelopen jaren fors duurder geworden, onder meer door het afschaffen van overheidssubsidies en door de gierende inflatie. Vooral voor mensen die het toch al niet breed hadden, stapelen de problemen om gewoon te overleven zich op. “Ik kom nu echt helemaal niet meer uit.”
De eigenaar van een Chinese winkel aan de Gompertsstraat, waar ze van alles verkopen en waarvan er dertien in een dozijn gaan, slaakt een grote zucht wanneer hem wordt gevraagd hoe hij het redt. “Met de nodige moeite. Alles wordt duurder, dus ook ik moet mijn prijzen constant verhogen. Tegenwoordig zijn twee van mijn medewerkers constant bezig om nieuwe prijzen aan te brengen. Weet je hoeveel mij dat kost?”
De ondernemer vindt het daarom onterecht dat vaak wordt beweerd dat het de winkeliers zijn die de prijzen opdrijven. “Iedereen mag in mijn administratie komen kijken, waaruit blijkt dat ik mij aan de wettelijke winstmargens houd. Ik zit er vaak zelfs onder. Ook onze kosten zijn enorm gestegen. Neem alleen al mijn stroomrekening, die is in het afgelopen jaar verviervoudigd. Maar ik moet mijn airco’s wel laten draaien, anders rennen mijn klanten weg. En van de overheid krijgen we helemaal geen steun.”
De 45-jarIge Esther is een alleenstaande moeder van twee tieners. Ze verdient in die Chinese winkel, waar ze al zes jaar werkt, zo’n SRD 3.500 per maand. “Dat is het minimumloon, ook omdat ik veel uren draai en vaak op zon- en feestdagen werk. Maar het is niet genoeg om een fatsoenlijk bestaan te leiden, ik kom nu echt helemaal niet meer uit.”
“Ik moest vorige maand plotseling bijna SRD 1.000 aan de EBS betalen. Kun je je dat voorstellen met mijn inkomen? Ik heb gevraagd hoe dat kan maar je krijgt geen duidelijk antwoord. En als je niet betaalt, word je zonder pardon afgesloten. Boeven zijn het! En de tarieven gaan deze maand weer omhoog, heb ik gehoord. Hoe moet ik dat doen dan? Tot overmaat van ramp moet mijn zoon naar de fysiotherapeut voor behandeling van een sportblessure, waarvoor hij bij moet betalen. Hij is wel verzekerd maar dat is ook steeds minder waard. Die fysiotherapeut kost SRD 135 per keer. Dat klinkt misschien niet veel, maar vier keer is toch SRD 540, die ik eigenlijk niet heb.”
Esther zegt dat ze voor het eerst in haar leven om financiële ondersteuning van haar zussen in Nederland heeft gevraagd. “Omdat ik echt alle moed verloren heb dat het ooit nog goed komt in dit land. Gelukkig hebben ze wat gestuurd, ondanks dat ook zij het niet breed hebben. Weet je, ik lig vaak ’s avonds te huilen in bed omdat ik het niet meer zie zitten. Ik maak me vooral zorgen over de toekomst van mij kinderen. Hebben ze nog wel een toekomst?”
Haar kinderen vinden dat ze zich onterecht zorgen maakt. “Wij maken ons juist zorgen om haar”, zegt haar zestienjarige dochter. “Ze is de laatste tijd zo somber dat we vrezen dat ze zichzelf iets aan gaat doen.” Maar Esther ontkent dit: “Waarom zou ik? Ik heb lieve kinderen en fijn werk. Ook al betaalt dat niet voldoende. Maar ik weet zeker dat hij dat niet kan, want het is een goeie werkgever. Ik ben alleen bang dat hij binnenkort de zaak moet sluiten omdat hij zijn hoofd niet boven water kan houden.”
De ondernemer in kwestie spreekt tegen dat hij zijn zaak moet sluiten. “Ondanks dat het moeilijke tijden zijn, blijven de klanten komen. Maar de situatie moet niet te lang duren, anders moet ik wel een paar medewerkers ontslaan. Dat doe ik niet graag. De meesten werken al lange tijd voor mij, ze zijn net familie.”
Maar ook voor hen die niet voor een baas werken, zijn het penibele tijden. Richenel (33) is getrouwd en heeft twee jonge kinderen. Daarnaast heeft hij uit een vorige relatie nog een tienjarige dochter. Hij verdient zijn brood als zelfstandig automonteur. “Ik heb de moeder van mijn oudste kind altijd financieel gesteund om bij te dragen aan de opvoeding maar kan dat nu nog nauwelijks met mijn gemiddelde inkomen van hooguit SRD 5.000 in de maand. Ik kan mijn prijzen niet teveel verhogen omdat anders mijn klanten wegblijven. Zij hebben het ook moeilijk, iedereen klaagt.”
Het stoort ook hem dat de regering helemaal niets doet om de situatie te verbeteren. “Het enige waar ze mee bezig zijn, is zichzelf verrijken, op onze kosten reizen, shoppen in het buitenland en zorgen dat hun familie het goed heeft. De president heeft al heel vaak gezegd dat het ergste van de crisis achter de rug is en dat het binnenkort beter zal gaan. Maar dat zijn allemaal leugens, hij laat het volk creperen.
Ik heb echter geleerd om mij niets aan te trekken van politici en wat ze zeggen en doen. Ik ben er van overtuigd dat zij zich na dit leven hierboven zullen moeten verantwoorden. Het oordeel dat over hen geveld wordt, zal niet mals zijn”, zo zegt hij met een knipoog.
Richenel kan zijn gezin nog te eten geven doordat hij op zijn erf veel groenten teelt, wat fruitbomen heeft en kippen kweekt. “Maar met die kippen moet ik noodgedwongen stoppen omdat het voer onbetaalbaar is geworden, mede door de koers die almaar stijgt. De regering zegt wel dat iedereen de handen uit de mouwen moet steken, maar dat wordt op geen enkele manier gestimuleerd. Maar nogmaals, ik klaag niet. Want daar is nog nooit iemand beter van geworden. Ik red mij wel op mijn eigen manier.”
ACHTERGROND
