MISPLAATST OPTIMISME OVER HERSCHIKKING SCHULDEN
ANALYSE|ARMAND SNIJDERS
Met het Internationaal Monetair Fonds (IMF), de Inter-American Devolopment Bank (IDB) en de Wereldbank zijn ‘verdere afspraken’ gemaakt. Deze zijn als ‘goed en positief’ gekwalificeerd, lieten het ministerie van Financiën & Planning en de Centrale Bank van Suriname (CBvS) vorige week na een bezoek aan de Verenigde Staten door de Communicatie Dienst Suriname (CDS) optekenen. Maar wie de verklaring goed leest, komt tot de conclusie dat men nog geen centimeter is opgeschoten en dat er nog altijd sprake is van een behoorlijk patstelling.
Minister Albert Ramdin van Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale Samenwerking (Bibis) voerde twee weken geleden in zijn hoedanigheid van ad-interim bewindsman van Financiën en Planning bij de jaarvergaderingen van het IMF en de Wereldbank in Washington gesprekken met allerlei vooraanstaande functionarissen. Die waren vooral bedoeld om de weg te plaveien voor als later de bestaande overeenkomst met het IMF wordt opengebroken, zoals Suriname wil.
Deze was afgelopen december getekend, maar de regering van president Chandrikapersad Santokhi is onder druk van de volksprotesten in juli tot de conclusie gekomen dat de maatregelen de bevolking de nek omdraaien. Daar was men voor het tekenen al voor gewaarschuwd, maar die geluiden werden genegeerd.
De op het oog interessant klinkende volzinnen in de verklaring van de CDS hebben in werkelijkheid weinig om het lijf en bieden feitelijk nog geen enkel houvast voor een toekomstige doorbraak in de onderhandelingen: ‘Met het IMF is een follow-up gesprek gedaan om aan de afspraken, die gemaakt waren tussen president Chan Santokhi en de managing director Kristalina Georgieva op 16 september, verdere invulling te geven. Tijdens dat onderhoud was aangegeven dat er een bijstelling van het programma zou komen, gericht op het voorzien in wat extra ruimte voor sociale programma’s, subject subsidies en meer flexibiliteit in het monetair- en wisselkoersbeleid. Beide partijen waren tevreden met het werk dat door de technische teams verricht is en de voortgang tot nu toe. De bijstelling van het IMF-programma is in haar eindfase.’
Dat beide partijen tevreden zouden zijn is een constatering van het Surinaamse onderhandelingsteam opgetend door de CDS, niet van het IMF. Dat doet er op haar site het zwijgen toe over de ontmoeting met de Surinaamse delegatie, omdat het één van de vele marginale ontmoetingen was die Georgieva in de wandelgangen had en waarbij niets significants is besproken, laat staan besloten. Het was meer een beleefdheidsbezoek waarbij Suriname ongetwijfeld haar zorgpunten over het door het IMF opgelegde programma heeft uitgesproken, zoals Santokhi dat in september ook heeft gedaan.
De echte keiharde onderhandelingen zullen nog van start moeten gaan. En die zullen niet eenvoudig zijn, het IMF kennende. Maar dat vertelt de CDS niet, waardoor de samenleving doelbewust op het verkeerde been wordt gezet. Ze wekken de indruk dat alles op zijn pootjes terecht zal komen, terwijl dat in werkelijkheid maar zeer de vraag is.
Dat is deze regering (en in het verlengde daarvan de CDS) eigen: men houdt het volk doelbewust keer op keer een worst voor in de hoop dat men daar in hapt en daarmee voor even de honger stilt en enigszins tevreden blijft. En als die worst op is, dan wordt er weer een nieuwe gezocht die men de meute voor kan houden.
Dat was ook zo bij de totstandkoming van de eerste deal met het IMF. Daarvan zei Santokhi bij zijn aantreden in juli 2020 dat hij verwachtte dat in oktober van dat jaar overeenstemming zou worden bereikt en dat dit enorme verlichting zou brengen voor de verarmde bevolking. Na heel veel oponthoud en vertraging, werd in december vorig jaar (dus ruim een jaar later dan door Santokhi was beloofd) pas overeenstemming met het IMF bereikt. Al die tijd werd de bevolking met allerlei verhalen aan het lijntje gehouden, zodat maar weinigen nog vertrouwen hadden in de goede afloop. En toen die deal er was, moest Suriname dus aan allerlei voorwaarden voldoen die de toch al lijdende bevolking nog harder raakten.
Onder meer de wisselkoersen werden vrijgelaten en sloegen vervolgens op hol, de subsidies op water en stroom werden afgebouwd en per 1 januari krijgen we nog een extra belasting voor onze kiezen: de BTW. Dat is een half jaar later dan het IMF wilde, dus Suriname heeft voor straf de tweede tranche van 60 miljoen US dollar niet gehad. En het is maar de vraag of we de derde tranche wel krijgen. In totaal heeft het IMF een hulppakket van 695 miljoen US dollar voor de periode van drie jaar toegezegd, verdeeld over twaalf tranches. We kunnen alleen maar hopen dat we die ook daadwerkelijk krijgen, al zijn de meeste deskundigen daar uiterst pessimistisch over.
Volgens de CDS is er echter geen vuiltje aan de lucht en kunnen we er vanuit gaan dat een hernieuwde overeenkomst afgesloten gaat worden. Maar zoals zo vaak bij deze regering, is dat optimisme volstrekt misplaatst. Zoals dat ook was met de herschikking van alle schulden waar de regering mee is opgezadeld. De naar schatting (volgens de regering) 3,2 miljard US dollar aan buitenlandse schulden staan nog altijd overeind.
Op 22 juni van dit jaar werd wel een heel klein succesje behaald door overeenstemming werd bereikt met de Club van Parijs, waarin relatief kleine schuldeisers als Nederland, Italië, Frankrijk, Zweden, en Israël zitten. Die toonden zich bereid een totale schuld van een slordige 100 miljoen US dollar te herschikken, zo werd gemeld. Achteraf bleek dat niets waard te zijn, want met de landen moest zelf nog een akkoord worden gesloten. Maar dat vertelde de CDS niet. Op 13 oktober lukte dat pas met het eerste land: Frankrijk. Dat was de eerste echte herschikking die de regering had gerealiseerd.
Voor de rest staat Suriname na 2,5 jaar regering-Santokhi/Brunswijk nog altijd met lege handen: met het IMF loopt het helemaal niet lekker en de onderhandelingen met onder meer de obligatiehouders van Oppenheimer en met China en India, waar we inmiddels voor 1,5 miljard US dollar in het krijt staan, zitten nog steeds muurvast. Dus het optimisme dat er licht in de tunnel is, is in alle opzichten misplaatst. Misschien dat de president of minister Ramdin daar via de CDS eens een eerlijk persbericht over uit kan geven.
ANALYSE
