ERKEN DAT DE KERKEN IN SURINAME MEEWERKTEN AAN DE SLAVERNIJ

Bron: Bob van den Bos

Ook de Surinaamse kerken zouden hun rol in het slavernijverleden moeten kennen, schrijft Bob van den Bos, oud-Kamerlid voor D66.

Slavernij is gruwelijk, los van tijd en plaats. Toch kwam de mensonterende praktijk duizenden jaren lang voor in grote delen van de wereld. Wie verwacht dat religies als bewakers van de moraliteit zich hier altijd tegen keerden, komt bedrogen uit. In de huidige discussies over de excuses van de Nederlandse regering aan Suriname en de Caribische eilanden blijft de rol van de kerken vreemd genoeg buiten beeld. Toch zijn hierover studies verschenen waaruit conclusies te trekken zijn.

Het uitgesproken Rooms Katholieke karakter van Nederland was geen beletsel voor koloniale uitbuiting, mensenhandel en grootschalig misbruik. De geestelijken hadden vrijwel uitsluitend contact met de zeer kleine blanke bovenlaag en niet met de ‘slaven van het inferieure zwarte ras’. De Afrikanen zouden de ‘ware God’ niet kennen, maar slechts afgoden. De slaven waren de zondaars, niet hun meesters: bevrijding uit de slavernij van de zonde werd belangrijker gevonden dan bevrijding uit de slavernij. Incidentele pogingen om de ‘armzaligen’ te bekeren liepen meestal op niets uit, mede omdat de planters hun onderhorigen niet in de kerk wilden tegenkomen. Het Rooms Katholieke geloof werd superieur geacht aan de traditionele Afrikaanse religies, zoals de Winti, waarin (voorouder-)geesten worden vereerd als intermediair tussen god en mensen. Dit geloof werd in 1776 wettelijk verboden en pas in 1971 weer toegestaan.

Predikers en planters steunden elkaar

De geloofsgemeenschappen in Suriname collaboreerden met het Nederlandse gouvernement en de plantagehouders: ze preekten ‘gehoorzaamheid aan het koloniale gezag’. De religieuze voorgangers deden vrijwel niets om het lot van de ongelukkigen te verlichten, laat staan dat ze pleitten voor invrijheidstelling. De kerken waren nauw vervlochten met de plantagegemeenschappen. Bestuurders, predikers en planters steunden elkaar op basis van gedeelde belangen: in de ‘Gouden’ zeventiende eeuw waren koopman en dominee twee handen op één buik. De kerken ontvingen grote donaties van slavenhandelaren en plantagehouders, predikers werden soms ‘uitbetaald’ in slaven. De dagelijkse praktijk was het tegendeel van medemenselijkheid en barmhartigheid.

Zo was de Evangelisch Lutherse Gemeente zelf actief als slavenhouder. In de Lutherse kerk werden de handen van opstandige slaven afgehakt en doodvonnissen over weggelopen slaven voltrokken. De van oorsprong Duitse Evangelische Broedergemeente (Hernhutters) mocht zich in Suriname vestigen op voorwaarde dat zij zich niet tegen de slavernij zou keren. De rooms-katholieke kerk werd pas in de achttiende eeuw in Suriname toegelaten, mits ze de slaven niet zou kerstenen. Maar ook de clerus heeft niets ondernomen tegen inhumane wantoestanden. Vanuit het Vaticaan was verordonneerd dat de slaven gehoorzaam dienden te zijn. Pas bij het Tweede Vaticaans Concilie in 1965 werd het immorele leerstuk over slavernij ingetrokken.

Onvoldoende respect

De Raad van Kerken in Nederland erkende in 2013 het eigen aandeel ‘in dit schandalige verleden’. Koloniale kerken hadden ‘onvoldoende respect getoond voor menselijke en bijbelse waarden’. De theologie was ‘misbruikt om slavernij te rechtvaardigen’.

In de slavernijperiode was het protestantisme in Nederland de staatskerk. De gelovige elite deelde overal de lakens uit. In kerkelijke kring is de belangstelling voor de betrokkenheid bij kolonialisme en slavernij de laatste jaren duidelijk toegenomen. Hiernaar loopt momenteel een groot onderzoek van de Vrije Universiteit met medewerking van de Protestantse Kerk in Nederland.

De vraag die zich opdringt is: wat vinden de Surinaamse nazaten van het slavernijverleden van hun eigen kerken waar zij zich nog steeds nauw mee verbonden voelen?

In het breed gevoerde debat over de historische verantwoordelijkheid voor de slavernij blijven de Surinaamse kerkgangers opvallend stil. Wordt de kerk vergeven wat de staat wordt verweten?

Premier Mark Rutte biedt namens regering excuses aan voor slavernijverleden

In vier talen heeft premier Mark Rutte namens de regering excuses aangeboden voor het slavernijverleden. Dat deed hij tijdens een toespraak vanuit het Nationaal Archief in Den Haag.

Onderzoekers Staat en Slavernij verrast door ‘19 december’

Terwijl een groot onderzoek naar het Nederlandse slavernijverleden nog gaande is, neemt het kabinet de vlucht naar voren met excuses.Dat is tegen het zere been van de onderzoekers.

OPINIE

Facebook Comments Box