BUITENLANDBELEID TER DISCUSSIE
Er is volgens minister Albert Ramdin van Buitenlandse Zaken International Business en Internationale Samenwerking (BIBIS) niks mis met het buitenlandbeleid van Suriname.
Dit zei de bewindsman onlangs op een belegde persconferentie, in reactie op enkele opmerkelijke handelingen van de Surinaamse regering met betrekking tot internationale vraagstukken. Zo was Suriname nergens te bespeuren toen er op 31 december binnen de Verenigde Naties (VN) gestemd werd over een onderzoek naar de gevolgen van de bezetting van Palestijnse gebieden door Israëlische militaire troepen.
Zonder in te gaan op dit specifiek geval, zegt Ramdin dat het buitenlandbeleid van Suriname ongewijzigd is, en de rest van de zittingstermijn ook niet gewijzigd zal worden.
Wat het beleid precies is, inzake de Palestijnse kwestie is dit echter moeilijk te peilen. Suriname committeert zich formeel nog steeds aan de erkenning van Palestina, maar daarbij blijft het ook. Er wordt niets gedaan om deze erkenning kracht bij te zetten. Op de belegde persconferentie zei Ramdin wel dat de bilaterale en multilaterale samenwerking met de Arabische wereld verder verstevigd zal worden in 2023, via de ambassade in Marocco.
Het eigendunkelijk doen van toezeggingen aan Israël om een ambassade in het betwiste Jeruzalem te openen staat echter haaks tegenover het nastreven van vriendschap met de Arabische wereld.
Het afwezig zijn tijdens de stemming voor de VN-resolutie, om naar onderzoek te ragen naar de gevolgen van de bezetting van Palestijnse gebieden, geeft ook een verkeerd signaal.
Ramdin stelt dat de Surinaamse regering op de eerste plaats het Surinaams belang vooropstelt. “En ik wil dat benadrukken, omdat er vaak vragen worden gesteld waarom we bepaalde dingen wel doen en waarom we bepaalde zaken niet doen. Elk land, ondertussen hebben we geleerd, is in de eerste plaats gericht op hun eigen belang. Uiteraard zijn er fundamentele issues waar, op basis van internationale waarde en normen, je collectief probeert te werken wanneer het gaat om democratie, wanneer het gaat om rechtstaat, wanneer het gaat om good governance, rule of law en de rechtstaat verdedigen. Daarom participeren we ook in een aantal internationale organisaties die zich daarvoor sterk maken, dan opereren we gezamenlijk en dan hebben we een gezamenlijk belang”, is het diplomatisch antwoord van de zeer doorgewinterde diplomaat. “Maar wanneer het gaat om specifieke landsbelangen, dan zie je dat de landen kijken naar het nationaal belang. En dat doen wij ook. Dus er is niks vreemds aan wanneer wij ons richten op het nationaal belang. Uiteraard dat nationaal belang kan je ook dienen in een regionale context, zoals we dat doen in CARICOM en in andere omstandigheden.”
UNITEDNEWS
