IS MINISTER MARIE LEVENS DE KLUTS KWIJT?
Auteur: Ricky Stutgard
Op donderdag 26 januari jl hield minister Marie Levens van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (minOWC). een persconferentie in verband met de vele kritieken omtrent het doorstromingsysteem dat in 2021 geïntroduceerd is.
Tijdens deze persconferentie deed ze enkele merkwaardige uitspraken zoals:” Ongeveer 45 procent van de mensen in Suriname heeft het niveau van de vierde klas lagere school. Met dit percentage personen dat de vierde klas lagere school als hoogst genoten opleiding heeft, kan je geen land opbouwen. De minister zei ook:” Vroeger werden de leerlingen die moeilijk mee konden met de leerstof buiten spel gezet. Dat is gegroeid tot ongeveer 45 procent van de samenleving. Blijven zitten is daardoor afgeschaft. “Wat niet bestaat is gratis overgaan”.
De minister heeft zonder met wetenschappelijke documentaties te komen deze uitspraken de wereld in geholpen. Ze is duidelijk de kluts kwijt daar documentaties van:
- Census 2012,
- IMWO Onderzoek naar kinderarbeid 2017 bestemd voor ILO en
- Onderwijsstatistieken en Indicatoren 2020 (minOWC)
aantonen dat deze uitspraken zijdens de waarheid zijn.
Census 2012
In 2012 hield het Algemeen Bureau voor Statistiek Census kantoor haar laatste census voor geheel Suriname. Volume II (versie 2) behandelde de onderwerpen Onderwijs, werkgelegenheid en Vervoer, Vruchtbaarheid en Sterfte, Gezondheid en Sport. In tabel 1 is een overzicht gegeven met de personen (15 jaar en ouder) die naar type hoogst afgeronde formele Opleiding hebben behaald.
Tabel 1: Personen (15 jaar en ouder) naar type hoogst afgeronde formele Opleiding en nationaliteit
| Type hoogste afgeronde Opleiding (ABS) | Type hoogste afgeronde Opleiding (%) | |||||
| Formeel Onderwijs | Surinamers | Niet Surinamers | Totaal | Surinamers | Niet Surinamers | Toatal |
| Geen | 27.045 | 2.480 | 29.525 | 5,9 | 7,5 | 6,0 |
| KLO | 21.847 | 1.224 | 23.071 | 4,8 | 3,7 | 4,7 |
| GLO/BO | 149.722 | 7.643 | 157.365 | 32,7 | 23,2 | 32,0 |
| VOJ | 142.124 | 6.368 | 148.492 | 31,0 | 19,4 | 30,2 |
| IMEAMO/NATIN/AMTO | 24.617 | 836 | 25.453 | 5,4 | 2,5 | 5,2 |
| Kweekschool | 13.758 | 346 | 14.254 | 3,0 | 1,1 | 2,9 |
| VWO/HAVO | 18.032 | 1.636 | 19.668 | 3,9 | 5,0 | 4,0 |
| HBO | 13.758 | 1.791 | 15.459 | 3,0 | 5,4 | 3,2 |
| Universitair | 11.221 | 1.576 | 12.797 | 2,4 | 4,8 | 2,6 |
| Onbekend | 35.926 | 8.990 | 44.916 | 7,8 | 27,3 | 9,1 |
| Total | 458,200 | 32.890 | 491.090 | 100,0 | 100,0 | 100,0 |
Uit die Census blijkt dat 32,7% als hoogste afgeronde opleiding een GLO/BO had. 31,0 % had als hoogste afgeronde opleiding VOJ, terwijl Middelbaar – universiteit samen 17,7% als hoogste afgeronde Opleiding hadden. Dat komt op een totaal op 80,4%. Van de overage 19,6% is het resultaat van 7,8% niet bekend. Aangenomen kan dus worden dat zeker 11,8% niet geschoold is. Hoe de minister aan haar 45% komt is daarom een raadsel.
Minister Levens leeft overigens in haar eigen wereld, want eerder zei ze ook: Ik toets op meerdere momenten, ik toets in leerjaar 6(4e klas), leerjaar 8( 6e klas) en nu in leerjaar 10. Nooit heeft ze echter de resultaten van die zogenaamde peilingtoetsen laten zien. Niet eens de scholen kregen inzage in de resultaten. Bovendien zegt oud onderwijs minister Robert Peneux dat in in het 6de Leerjaar (4d4 klas) al getoetst werd. Ze noemden het de diagnostische toets .
IMWO Onderzoek naar kinderarbeid 2017
Onderwijs in Suriname is verplicht voor alle kinderen tussen 7 en 12 jaar, maar alleen primair onderwijs is verplicht. Volgens Martin Schalkwijk, (2016: 231) heeft Suriname een alfabetisme cijfer van 93 procent.
Uit het IMWO onderzoek naar kinderarbeid 2017, welke bestemd was voor ILO, wordt een overzicht gegeven van zowel werkende als niet-werkende kinderen die de school bezoeken. Zo een 96,7 procent van het totaal aantal kinderen bezoekt de school (N=109.509). Voor werkende kinderen, is het schoolbezoek percentage ongeveer 75 procent versus 98 procent voor niet-werkende kinderen. Een vergelijking tussen jongens en meisjes laat zien dat meer meisjes naar school gaan. Werkende jongens in de leeftijdsgroep 14 – 17 jaar hebben het laagste schoolbezoek percentage. Het percentage niet-werkende jongens en niet-werkende meisjes is bijna hetzelfde. Het schoolbezoek percentage van werkende kinderen is hoger in urbane gebieden dan in rurale, terwijl voor niet-werkende kinderen het percentage in beide gebieden ongeveer gelijk is.
Het hoogste aantal schoolverlaters zijn vooral kinderen in de leeftijd 14-17 uit de rurale gebieden en dat geldt vooral voor zowel werkende als niet-werkende kinderen. Het district Nickerie heeft het hoogste schoolverlaterspercentage (61,7%) voor werkende kinderen, terwijl Commewijne het hoogst (3,4%) scoort voor niet-werkende kinderen. Werkende drop-outs zijn vooral Hindostanen, Inheemsen en Gemengden. Onder de niet-werkende kinderen hebben Kaukasisch en ‘andere’ etnische groepen de hoogste drop-out percentages. In totaal zijn het aantal drop outs 2,9%. Bij de jongens is het percentage 3,7%, terwijl het bij de meisjes 2,1% is.
Vermeld kan worden dat de afgemaakte klas voor de meeste kinderen correspondeert met hun leeftijd. Dit is ook het geval voor niet-werkende kinderen. 55,7% had de lagere school afgerond, terwijl 29,2% het VOJ succesvol had doorlopen.
Onderwijsstatistieken en Indicatoren 2020(minOWC)
Het drop-outpercentage is het percentage leerlingen van een bepaald leerjaar dat zich niet inschrijft in het volgend schooljaar. Doorgaans wordt een leerling als drop-out gecategoriseerd als deze “wegblijft” (het leerjaar waarin de leerling zich heeft ingeschreven niet afmaakt of zich niet her inschrijft voor het volgende schooljaar). Deze indicator geeft aan hoe het drop-outpercentage zich ontwikkelt. Sipaliwini (13,67%) noteert het hoogste drop-outpercentage. Commewijne (5.53%) heeft de laagste percentages. Landelijk is het drop-outpercentage 8,74% met een miniem verschil tussen jongens (4,58%) en meisjes (4,16%).
Bij LBO is het drop-outpercentage landelijk 34.03%, het verschil tussen jongens (35,38%) en meisjes (32.68%) is minimaal. De hoogste percentages worden in Commewijne (46,33%) waargenomen, de laagste in Coronie (23,07%). Op muloniveau is het percentage 35,45% landelijk met vrijwel geen verschil tussen jongens (34,74%) en meisjes (36,16%). Brokopondo (89,31%) noteert de hoogste percentages en Nickerie (26,9%) heeft de laagste.
Het voltooiingspercentage is het percentage van een cohort leerlingen (of studenten) van 12-16 jaar boven de beoogde leeftijd voor het laatste leerjaar van elk onderwijsniveau, die dat leerjaar heeft voltooid. De beoogde leeftijd voor de laatste graad van elk onderwijsniveau is de leeftijd waarop leerlingen in het betreffend leerjaar zouden komen als ze op de officiële ingangsleeftijd van het basisonderwijs waren begonnen, voltijds hebben gestudeerd en bevorderd zijn zonder een klas te herhalen of over te slaan. Landelijk is het voltooiingspercentage 77.01% met een significant verschil tussen jongens (65.22%) en meisjes (89.60%). Paramaribo (104.82%) scoort het best en de laagste score is voor Sipaliwini (10.96%).
Graduation Rate (Slagingsresultaten van het mulo – 4) De graduation rate is landelijk voor het VOJ 67.58% met minimaal verschil tussen jongens (66.83%) en meisjes (68.04%). Commewijne (77.05%) scoort het best en de laagste scores zitten in Marowijne (54.58%).
Bovenstaande onderzoekingen logenstraffen de beweringen van minister Marie Levens als zou slechts 45% van de Surinaamse samenleving een 4de klas niveau hebben.
De een na andere blunder
- Vanwege de Covid periode hebben wereldwijd leerlingen en studenten onvoldoende leerstof gehad. Minister Levens besloot daarom in augustus 2020 de overgangsnormen te versoepelen, waardoor vele leerlingen en studenten ondanks de vele diepe onvoldoendes overgingen naar het volgend leerjaar. De minister heeft er echter niet voor gezorgd dat de achterstanden in de vakken schrijven, taal, en rekenen in de grote vakantie (vakantie school) dan wel het volgend schooljaar werd ingelopen.
- In september 2020 kondigde de minister online (afstand) onderwijs aan voor het GLO en secundair onderwijs zonder dat rekening werd gehouden met de randvoorwaarden. Zonder afstemming werd dit onderwijssysteem de leerkrachten gewoon door de strot geduwd. Ook werd er geen rekening gehouden dat vele ouders niet eens voldoende brood voor hun kinderen op tafel kunnen zetten dus ook niet in het bezit zullen zijn van een computer/laptop met internetfaciliteiten. Er werd bovendien door de minister eventjes aangenomen dat deze ouders instaat zijn tijdens de online lessen de rol van leerkracht te kunnen vervullen. Het project werd een totale mislukking
- De minister wilde ook een MULO C opleiding starten. Hierin zouden alleen talen verzorgd worden. Bijtijds ging dat niet door omdat erg geen aansluiting bleek te zijn met een verdere academische opleiding.
- In 2021 wilde de minister niet meer dan 25 leerlingen in de klassen. De afgelopen tweeëneenhalf jaar heeft de minister echter niet voor meer lokalen en scholen gezorgd. Het gevolg is dat leerlingen nu slechts 2 tot 3 dagen per week naar school gaan. Het het international kinderrecht op goed en voldoende onderwijs is hen nu ontnomen. De helft van de leerstof wordt nu behandeld. Inplaats dat de achterstand wordt ingelopen wordt deze juist groter.
- Ook in 2021 werd de doorstromingsregel (GRATIS overgaan) een feit. Niemand blijft meer zitten. Iedereen stroomt door naar het volgend leerjaar ongeacht de leerprestaties. In Argentinië noemen deskundigen deze vorm van onderwijs: “Communisme in het onderwijs. Iedereen is gelijk”.
- De consequentie van de doorstromingsregel (GRATIS overgaan) is dat de leerlingen niet meer gemotiveerd zijn om hun best te doen.
- Het percentage ongeschoolden wordt sowieso groter als leerlingen ook nog slechts 2 tot 3 dagen per week naar school gaan.
- Als blijven zitten afgeschaft is betekent het automatisch dat leerlingen GRATIS overgaan. De minister spreekt zichzelf dus tegen, wanneer ze zegt dat “Blijven zitten is afgeschaft, maar GRATIS overgaan bestaat niet” Leerlingen zomaar 10 jarenlang in de schoolbanken laten zitten zal niet ervoor zorgen dat ze intelligenter worden. Het zal meer kwaad dan goed doen. Ze zullen bovendien een last in de klas worden, omdat ze niet kunnen meevolgen. Irritatie en agressief gedrag zal toenemen. Meer gevechten op de scholen en de scholen worden onveiliger.
Integratie MULO – LBO
Schooljaar 2021 – 2022, is minOWC gestart met de integratie van het onderwijs op VOJ-niveau (MULO en LBO). De integratie houdt het volgende in: Vanaf het schooljaar 2021 -2022 wordt er geen onderscheid meer gemaakt tussen de MULO en LBO. Het niveau op de MULO is gelijk aan dat van LBO (Communisme in het onderwijs):
- 1e klas MULO-LBO is vanaf 2021 -2022 leerjaar 9 en
- 2e klas MULO-LBO is vanaf 2022 -2023 leerjaar 10.
Leerjaar 9 en 10 zijn algemeen vormende oriëntatiejaren. De leerlingen oriënteren zich op vakken van zowel MULO (de zgn. academische vakken) als van LBO (de beroepsgerichte vakken Oriëntatie in de techniek). Leerjaar 10 wordt afgesloten met een eindtoets.
Deskundigen binnen en buiten het onderwijs stelden zich terecht de vraag:
Hoe is het met ons onderwijs gesteld, gezien de integratie van MULO en LBO?
Het is niet duidelijk hoe de aansluiting in de 3e klas van MULO of LBO zal gescheiden.
Met de implementatie van het nieuw onderwijssysteem door het minOWC, wordt er niet meer gesproken van het Voortgezet Onderwijs voor Junioren (VOJ) en het Voortgezet Onderwijs voor Senioren (VOS).
- Leerlingen van de basisschool (Leerjaar 8) stromen door naar het Voortgezet Onderwijs (VO) (leerjaar 9) met een ‘voortgangsrapport’.
- In leerjaar 9 en 10 wordt er een portfolio bijgehouden, waarbij alle prestaties van de leerling worden vastgelegd.
- Leerjaar 10 wordt afgesloten met een theoretisch en praktisch examen. Op basis van de resultaten gaat de leerling naar leerjaar 11 (3e klas MULO -LBO). Leerjaar 11 en 12 zijn specifieke danwel richtingsgerichte oriëntatiejaren.
De leerlingen oriënteren zich op vakken van een van de vier (4) studierichtingen namelijk:
- Academische richting (HAVO-VWO)
- Beroepsgerichte richting (NATIN, IMEAO, AMTO)
- de Pedagogische Instituten
- de Vocational College Suriname, waar je dus de dienstverlenende sector in kan gaan.
Leerjaar 13 tot en met 16 is de bovenbouw van het Voortgezet Onderwijs. Het ministerie wil met dit nieuw systeem zich focussen op de talenten en de competentie-ontwikkelingen van de schooljeugd. Het samen leren werken, doen van onderzoekingen en stellen van vragen, zijn competenties die kinderen zullen moeten beheersen in de 21e eeuw.
Om er toch voor te zorgen dat de leerlingen van LBO niet uit de boot vallen zal het ten koste moeten gaan van de kwaliteit. De MULO-leerlingen zullen veel minder leerstof krijgen. Zo moesten leerlingen in het 2e leerjaar op een LBO en 1e leerjaar van het MULO 27 hoofdstukken van het boek (Praktisch Bedrijfsrekenen 1 voor MAVO-scholen) kennen. Met de vernieuwingen moeten de leerlingen van leerjaar 10 slechts twee hoofdstukken (namelijk Vreemdgeld en Rendement) kennen. Dus 1 hoofdstuk per periode. Wat een afgang!
Verwachtbaar is dan ook dat velen de middelbare school niet zullen aankunnen, omdat de beginfase een brug te ver zal blijken te zien.
Zonder dat het MINOWC door heeft worden nu al zowel leerlingen als scholen geselecteerd:
✔ Vele ouders hebben hun kinderen die bestemd zijn voor een studie op LBO-niveau ingeschreven op een MULO-school. Het gevolg is dat er een leegloop op de LBO scholen is, terwijl de MULO’s een overschot aan leerlingen hebben. Vooral kinderen van leerjaar 9 zullen niet dagelijks naar school kunnen.
✔ Bij de inschrijving nemen scholen het rapport door. Kinderen met een slecht rapport worden niet ingeschreven. Hierdoor ontstaat er een concentratie van moeilijk lerende kinderen en kinderen met gedragsproblemen op één school of in één bepaalde buurt.
Ano januari 2023 blijkt dat in het 9de en 10de Leerjaar 3 nieuwe vakken zijn geïntroduceerd, namelijk ITC, Diensten Sector, Mode en Creatie. Tot op heden blijkt dat voor ITC geen leerkrachten noch computers/laptops aanwezig zijn. Voor Mode en Creatie moeten leerlingen (jongens en meisjes) met naald, garen en lapstof komen om te leren kleren te naaien, maar de school ontbreekt naaimachines. Vooral de jongens zijn niet geïnteresseerd in Mode en Creatie en verzuimen veel. Volgens het curriculum zullen de praktijkexamen in mei 2023 plaatsvinden, terwijl nu bekend is dat in maart een proefexamen afgenomen zal worden, maar tot heden weten de leerkrachten niet hoe die eruit zullen zien.
Dat met onze kinderen maar geëxperimenteerd wordt blijkt uit het feit dat binnen één jaar het voortgangsrapport al 3 keren is gewijzigd.
Het getij keren
Het Surinaams onderwijs is in een complete chaos beland en de hoofdschuldigen zijn al de mensen rond de minister die uit oppurtunistische redenen en eigen belang hun mond hebben gehouden, terwijl ze bliksemgoed wisten dat de toekomst van onze kinderen kapot gemaakt worden door de ondoordachte beslissingen van Marie Levens..
Wanneer de regering serieus is met onderwijs zal ze meteen het getij moeten keren en alle ondoordachte vernieuwingen terug draaien.
Indien de regering het meent met onze kinderen zal ze meer investeren in Onderwijs.
- Onderwijs krijgt slechts 4 – 5% van de begroting en dat moet verhoogd worden. In sommige Aziatische landen is het 20%.
- Meer scholen en lokalen bouwen.
- Meer meubulair, prakticumfacilteiten aanschaffen.
- Verouderde leerboeken vervangen.
- Vitale gepensioeneerden in dienst nemen om te helpen de achterstanden in te lopen.
- Vakantie scholen introduceren
- Introduceer keuze vakken in het 6de Leerjaar (4de klas), zodat de interesse van de leerling vroegtijdig ontdekt kan worden.
- Veiligere scholen creëren
- Afstemmen met alle stakeholders binnen het onderwijs en niet eigenzinnig iets doordrukken, want dat is sowieso gedoemd te mislukken. Op papier kan alles mooi eruit zien, maar de praktijk is een ander ballgame.
- De minister heeft nog steeds niet gezegd hoeveel de invoering van dit onderwijssysteem zal kosten en waar ze het geld vandaan zal halen. Daarom stel ik de vragen weer: Hoeveel gaat dit project in Euro’s kosten en wie gaat het betalen?
Het leven is niet statisch, maar dynamisch. Vernieuwingen zijn een must, maar moeten op de juiste, doordachte en verantwoordelijke manier geschieden: Eerst een pilotproject invoeren om de kinderziekten op te vangen. Belangrijk is wel: Zorg voor een breed draagvlak en stem af met het veld.
Indien Minister Marie Levens het met de Surinaamse kinderen meent zal ze de eer aan zichzelf houden en bedanken. Met haar 73 jaren kan ze het duidelijk niet meer aan en lijkt ze de kluts volledig kwijt te zijn.
INGEZONDEN
